Instructiekaarten Wateroverlast en Brandschade
Tekst van de instructiekaart Wateroverlast
Wateroverlast : wat doe je
Let op: Eigen veiligheid eerst!
- Werk niet alleen in een getroffen ruimte.
- Water kan elektriciteit geleiden.
Zet de hoofdschakelaar uit of laat deze uitzetten
- Wees voorzichtig bij het betreden van de ruimte: let op obstakels.
- BEL intern (vul nummer in) voor hulp.
- Stop de oorzaak van de wateroverlast, plaats emmers en bakken om lekwater op te vangen en/of probeer water buiten te houden met absorberende materialen of kit.
Inventariseer de situatie vóór je actie onderneemt en doe een quickscan:
- Wat is er aan de hand, wat is er gebeurd?
- Bepaal de prioriteit: wat moet als eerste gedaan worden.
Zijn er andere gevaarlijke situaties ontstaan die eerst aangepakt moeten worden? Denk bijvoorbeeld aan het stabiliseren van depotkasten, het vrijmaken van gangpaden , het verwijderen van objecten van de vloer , etc.
- Waar liggen de grootste zorgen. Dit kan ook iets anders zijn dan de collectie (bijvoorbeeld gezondheid of veiligheid).
- Maak een ruwe schatting van de omvang en aard van de schade.
- Bepaal wie je nodig hebt en wat je nodig hebt, zowel intern als extern (zoals de verzekeraar of brandweer).
- Leg je bevindingen in grote lijnen vast. Schrijf ze op of spreek in (in je telefoon.
- Maak foto’s van de schade en van de ruimte
- Maak op basis van je bevindingen een stappenplan.
- Organiseer de hulp die je nodig hebt om het plan in werking te zetten.
- Schrijf alle acties die je onderneemt op.
- Scheid materialen: wat is nat / vochtig / droog.
- Verpak indien nodig materiaal in doorzichtige plasticzakken voorzien van een sticker met een (korte) beschrijving van het item en de schade (bijv. omslag / nat)
- Als het materiaal geëvacueerd moet worden: registreer welke stukken waarheen gaan en in welke staat deze zijn (nat, droog, vuil, brandschade, etc.).Bewaar deze registratie op een centraal punt. Wijs bijvoorbeeld een persoon aan die de formulieren inneemt en bewaart op een afgesproken plaats (fysiek of digitaal).
Vochtig binnenklimaat
Meet luchtvochtigheid en probeer schimmelvorming te voorkomen. Een luchtvochtigheid van meer dan 65% (RV > 65 %) betekent koelen, ventileren en ontvochtigen.
Wat moet je niet doen
- Je moet natte boeken niet openen of sluiten; nat papier scheurt makkelijk.
- Druk of pers geen water uit boeken.
- Maak kratten niet te vol: nat materiaal is zwaar.
- Raak het oppervlak van natte foto’s niet aan.
Tekst van de instructiekaart Brandschade
Brandschade wat doe je
Let op: Eigen veiligheid eerst!
- Indien aanwezig op de plaats van de calamiteit : bel eerst hulp!
- Werk niet alleen in een getroffen ruimte.
- Draag beschermende kleding, handschoenen en mondkapjes. (interne link website noodmaterialen)
- Wees voorzichtig bij het betreden van de ruimte en let op obstakels.
- Pas op met het verspreiden van roet door het gebouw en door het aanraken van materiaal.
Inventariseer de situatie voordat je actie onderneemt en doe een quickscan:
- Wat is er aan de hand, wat is er gebeurd?
- Handel niet te snel om extra schade te voorkomen.
Bepaal de prioriteit: wat moet als eerste gedaan worden.
Zijn er andere handelingen die eerst verricht moeten worden om risico’s te beperken? Denk. aan het verminderen van stank of rook door te ventileren, obstakels op de vloer weg te ruimen, instabiele kasten te stabiliseren, etc.
- Waar liggen de grootste zorgen. Dat kan ook iets anders zijn dan de collectie (bijvoorbeeld de gezondheid of veiligheid).
- Maak een ruwe schatting van de omvang en aard van de schade.
- Bepaal de prioriteit: met welk materiaal beginnen we (met nat en beroet materiaal, of met beroet materiaal, nat of droog materiaal, etc.)
- Bepaal wie je nodig hebt en wat je nodig hebt
Intern én extern (bijvoorbeeld de verzekeraar). - Leg je bevindingen in grote lijnen vast; schrijf ze op of spreek ze in je telefoon.
- Maak foto’s van het beschadigde materiaal en van de ruimte.
- Maak op basis van je bevindingen een plan.
- Maak gangpaden vrij en verwijder eerst de objecten die op de vloer liggen.
- Scheid materialen in droog/schoon, nat/beroet, droog/beroet.
- Organiseer de hulp die je nodig hebt om de acties uit te voeren
- Schrijf alle acties die je onderneemt op.
- Verpak indien nodig materiaal in doorzichtige plasticzakken voorzien van een sticker met (korte) beschrijving
Materiaal evacueren:
- Voorwerpen kunnen door hitte verzwakt zijn. Ze zijn daardoor extra kwetsbaar. Stabiliseer materiaal om het goed te kunnen hanteren en te transporten.
- Registreer welke stukken waarheen gaan en in welke staat ze verkeren(droog/schoon, nat/beroet, droog/beroet.).
- Bewaar deze registratie op een centraal punt. Wijs bijvoorbeeld een persoon aan die de formulieren inneemt en bewaart op een afgesproken plaats (fysiek of digitaal).
Niet doen
- Sla droog, nat, beroet materiaal niet samen op maar houd ze gescheiden.
- Verspreid de roet niet. Raak het materiaal dus niet aan als dat niet nodig is. Bij aanraking wordt de roet namelijk dieper in het materiaal gedrukt.
- Loop ook niet onnodig heen en weer in de getroffen ruimte
- Probeer de roet niet te verwijderen door wrijven of door het oppervlak nat te maken.
- Laat natte beroete materialen niet droog worden als er geen onmiddellijke hulp beschikbaar is, maar houd het dan nat.