2.20.01 Inventaris van het archief van de Nederlandsche Handel-Maatschappij (NHM), (1784) 1824-1964 (1994)

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Inhoud en structuur van het archief

Inhoud

Het in de onderhavige inventaris beschreven archief betreft in eerste instantie niet het archief van de organisatie NHM in zijn totaliteit, maar van het archief van het hoofdkantoor van de NHM; dat wil dus zeggen de bestanden zoals die door de verschillende afdelingen van dat hoofdkantoor zijn gevormd. Desondanks zijn in deze inventaris de [deel]archieven van een groot aantal instellingen, bestuursorganen daarvan en personen opgenomen, welke vanuit verschillende achtergrond in het archiefdepot van het hoofdkantoor terecht zijn gekomen en vervolgens met dit archief zijn 'meegelift'. Het betreft de volgende, in diverse categorieën te verdelen, archieven:
  1. Archieven afkomstig van onderdelen van de eigen organisatie. Hiertoe behoren in de eerste plaats de archieven van een aantal agentschappen, waarvan de archieven na opheffing naar het hoofdkantoor werden overgebracht. Ten tweede behoren hiertoe de archieven van de eigen cultuurondernemingen. Het betreft hierbij grotendeels archief gevormd door de in Nederland gevestigde bestuursorganen van deze maatschappijen, in de praktijk vrijwel altijd NHM-functionarissen 'met een andere pet op'. Ten derde zijn tot deze categorie ook de archieven van de geaffilieerde maatschappijen te rekenen, waarin de NHM onderdelen van haar bedrijf onderbracht en die volledig onder haar toezicht stonden.
  2. Archieven van overgenomen instellingen. Voor zover het bedrijf van deze instellingen in dat van de NHM werd geïncorporeerd, loopt het archief ervan in principe tot het moment van overname.
  3. Archieven van bestuursorganen van andere maatschappijen, aanwezig omdat een NHM-functionaris het secretariaat voerde. Het gaat hier vrijwel in alle gevallen om deelarchieven, de periode van het secretariaat omvattend.
  4. Archieven van overige instellingen
  5. Archieven van personen. het betreft hier stukken die voor zover bekend buiten het NHM-verband vallen. Stukken die hier wel binnen vielen zijn overgeheveld naar het archief van het hoofdkantoor. Dit gold met name dossiers inzake vertegenwoordigende commissariaten.
De gedeponeerde archieven zijn in alle gevallen zeer incompleet overgeleverd. In een drietal gevallen zijn zij aangevuld met materiaal dat langs andere weg reeds het Algemeen Rijksarchief had bereikt. Dit betreft de archieven van de Cultuur Maatschappij Doekoewringin, het Nederlandsch-Indisch Land Syndicaat en De Surinaamsche Bank.

Selectie en vernietiging

De omvang van het archief vóór aanvang van de huidige inventarisatie bedroeg circa 1050 m1. Dankzij kleinschalige vernietiging en inklinking als gevolg van herverpakking enerzijds en toevoegingen aan en aanvullingen op het archief tijdens de inventarisatie anderzijds was de omvang nà bewerking en laatste aanvulling: 1150 m1.
Uit het archief van het hoofdkantoor van de NHM is in het verleden op grote schaal vernietigd, zowel door de organisatie zelf als tijdens eerdere bewerkingen door het Algemeen Rijksarchief nadat het archief hier in bewaring was gegeven.
Al medio negentiende eeuw werd op directieniveau besloten tot opschoning van het archief wegens optredend ruimtegebrek. Van deze en latere vernietigingsoperaties door de organisatie zelf zijn geen processen-verbaal overgeleverd, zodat naar de aard en omvang van het vernietigde materiaal slechts geraden kan worden. Instructies inzake bewaring en vernietiging hebben vermoedelijk wel bestaan, zij bestonden in elk geval in 1945 voor de Factorij, maar zijn voor het hoofdkantoor voor zover bekend niet overgeleverd. Met behulp van enkele inventarissen van tijdens de Tweede Wereldoorlog naar de Afdeling Archief afgevoerde bestanden èn via aperte omissies in het momenteel aanwezige archief valt echter wel iets te herleiden. Duidelijk is dat bepaalde categorieën die tot de kern van het archief gerekend kunnen worden voor permanente bewaring in aanmerking kwamen. Hiertoe behoorden de processen-verbaal/notulen van de diverse bestuursorganen, inclusief die van de Factorij, alle jaarverslagen en financiële jaarstukken, de geheime en confidentiële correspondentie, contracten, etc. Deze categorieën zijn in elk geval grotendeels compleet bewaard gebleven. Voor andere categoriën, met name de financiële administratie, golden vermoedelijk op de wetgeving afgestemde bewaartermijnen. Dat delen hiervan zijn bewaard heeft mogelijk meer te maken met de uiterlijke vorm ervan ['mooie grote boeken'] dan met de inhoud: in ieder geval is het bijvoorbeeld opvallend dat het grootboek ontbreekt vanaf het moment dat op een kaartsysteem werd overgestapt. Het overgrote deel van het archief werd uitgemaakt door routinematige bestanden: afdelingsboekhoudingen, routinematige correspondentieseries van afdelingen betreffende dagelijkse aangelegenheden als bestellingen, transferten, transport etc. en dossierseries. Van deze bestanden zijn slechts onderdelen bewaard gebleven, met name betreffende de cultuurzaken. Wat betreft het twintigste-eeuwse bancaire archief was van het routinematige deel al ten tijde van de inbewaringgeving vrijwel niets meer over.
Ook na de inbewaringgeving van het archief bij het Algemeen Rijksarchief is nog het nodige materiaal vernietigd. Tijdens een bewerking in het begin van de jaren tachtig betrof dit onder meer vrijwel alle aanwezige bestanden van de Vierde Afdeling, de afdeling verantwoordelijk voor de aankoop, het transport en de verkoop van producten.
Tijdens de inventarisatie in 1995-1996 is archief slechts op bescheiden wijze nog enigzins opgeschoond. De voor vernietiging voorgedragen bestanden betroffen voor het overgrote deel materiaal dat dubbel in het archief van de NHM aanwezig was [doorslagen, klad-correspondentie etc.] of reeds aanwezig was in andere door het Algemeen Rijksarchief beheerde archieven [series ingekomen circulaires van Indische belangenverenigingen]. Uitzondering hierop betroffen fragmenten van de boekhouding [afdelingsdagboeken], enkele series zeer routinematige correspondentie alsmede enkele categorieën bescheiden waarvoor van ABN AMRO-zijde een staande machtiging tot vernietiging werd verstrekt [niet ter zake doende knipsels, folders etc.]. Een deel van het dubbele materiaal, waaronder statuten, processen-verbaal en jaarverslagen is retourgezonden naar ABN AMRO Historisch Archief.

Aanvullingen

In de toekomst kunnen er archiefbescheiden van de Nederlandsche Handelsmaatschappij afkomstig uit het archief van de ABN-AMRO overgebracht worden naar het Nationaal Archief.

Verantwoording van de bewerking

Het archief van de NHM was aanvankelijk slechts moeizaam toegankelijk via meerdere plaatsingslijsten op onderdelen die in de periode 1967-1993 bij het Algemeen Rijksarchief waren ondergebracht. In 1993 benaderde ABN AMRO Historisch Archief het Algemeen Rijksarchief ten aanzien van de mogelijkheden om in deze situatie verbetering te brengen. Dit contact leidde uiteindelijk tot een vruchtbare samenwerking, via welke in de periode 1995-1997 het op dat moment aanwezige archief kon worden geïnventariseerd. In de jaren daarna werd door ABN AMRO Historisch Archief nog een aanvulling bijeengebracht van circa 90 m1, waarvan de beschrijvingen (inv.nrs. 13248-15663) aan de bestaande inventaris zijn toegevoegd.
Het in deze inventaris beschreven archief van het hoofdkantoor van de Nederlandsche Handel-Maatschappij beloopt in principe de periode vanaf de oprichting van de vennootschap in 1824 tot en met 3 oktober 1964, de dag dat de statutaire naamswijziging in Algemene Bank Nederland werd geëffectueerd en de overeenkomst met De Twentsche Bank werd vastgelegd. Seriematige bestanden als notulen, jaarverslagen, financiële jaarstukken en correspondentie konden over het algemeen goed worden afgekapt. Waar mogelijk is hierbij de genoemde einddatum aangehouden; met name echter bij de series financiële bescheiden is afgesloten op het boekjaar 1963. In andere gevallen was de cesuur minder goed hanteerbaar. Omdat het bedrijf niet werd opgeheven maar onder nieuwe naam gewoon doorfunctioneerde, werden NHM-dossiers in de regel als ABN-dossiers voortgezet. Formeel behoren deze dossiers dus allemaal tot het archief van de ABN. In het geval dat zij een overduidelijk NHM-stempel dragen, dus voor het overgrote deel van de looptijd de NHM betreffen, zijn zij toch in deze inventaris opgenomen. Deze situatie doet zich met name voor bij dossiers inzake langlopende deelnemingen en commissariaten en bij dossiers in de uitvoerende sfeer als bijvoorbeeld de kredietdossiers. De gedeponeerde archieven zijn qua periode eenvoudigweg in de inventaris opgenomen zoals zij bij het archief zijn aangetroffen. Pogingen om in deze archieven, voor zover relevant, een cesuur aan te brengen zijn achterwege gelaten.
Bij de inventarisatie van het archief van het hoofdkantoor is de oorspronkelijke ordening van het archief naar organisatie in afdelingen op hoofdlijnen gehandhaafd. Enerzijds om de principiële reden van eerbied voor de oude orde, die overigens voor een belangrijk deel nog aanwezig was. Anderzijds om een meer prozaïsche en praktische reden. De grotendeels seriële bestanden van de diverse afdelingen lopen, wars van alle onderlinge taakverschuivingen, voor een belangrijk deel gewoon door. Dit geldt met name voor de correspondentieseries. Keuze voor een ander ordeningssysteem, waarbij de series en bijbehorende toegangen gesplitst hadden moeten worden, zou hier voor grote problemen hebben gezorgd. Keerzijde is wel dat de series door de tijd heen qua inhoud sterk uiteen kunnen lopen. De gebruiker die bijvoorbeeld gegevens zoekt aangaande cultuurzaken in Indië zal mogelijk, afhankelijk van de periode, series van verschillende afdelingen moeten raadplegen.
Ondanks bovengenoemd uitgangspunt is ter wille van het gebruiksgemak waar mogelijk en wenselijk van bovenstaand principe afgeweken. Zo zijn in een aantal gevallen de bemoeienissen van meerdere afdelingen met hetzelfde onderwerp of dezelfde zaak onder één rubriek gebracht. In enkele andere gevallen zijn bij de vorming van een nieuwe afdeling voor een bepaalde bedrijfsactiviteit de 'retroacta' betreffende deze activiteit onder de aan de nieuwe afdeling gewijde rubriek geplaatst. Tenslotte zijn fragmentbestanden van afdelingen, waar nauwelijks archief van bewaard is gebleven [Afdeling Effecten; Afdeling Controle] onder relevante aan andere afdelingen gewijde rubrieken zijn geplaatst.
In alle gevallen zijn genoemde inbreuken op de oorspronkelijke orde in een toelichting of voetnoot nader verantwoord.
Wat toevoeging van de circa 90 m1 aanvulling van na 1998 betreft, is gekozen voor een praktische oplossing. Er is doorgenummerd vanaf het laatste inventarisnummer in de archiefinventaris van 1998, maar de beschrijvingen van de afzonderlijke dossiers zijn op de logische plek in de inventaris opgenomen. Dit betekent dat de doorlopende nummering van de versie van 1998 is doorbroken.
Los van de beschrijvingen op zich, die ieder louter een omschrijving geven van een bepaald archiefbestanddeel, bevat deze inventaris een veelheid aan toegevoegde informatie. Om deze informatie zoveel mogelijk tot haar recht te laten komen en zo snel en makkelijk mogelijk raadpleegbaar te maken, is er voor gekozen haar zo dicht mogelijk te plaatsen bij het archiefonderdeel waarop zij betrekking heeft. Zij is daartoe verdeeld over de volgende vier onderdelen:
  • Geschiedenis van de archiefvormer: deze bevat de algemene, de NHM in haar totaliteit omspannende informatie: een summier historisch overzicht, de statutaire basis, de hoofdlijnen van het bestuur en de interne organisatie en het werkterrein.
  • Bijlagen: bestaande uit een literatuurlijst, lijsten van directieleden en commissarissen, lijsten van agentschappen en correspondentschappen en lijsten van geaffilieerde en gelieerde instellingen; de overzichten zijn samengesteld in nauwe samenwerking met medewerkers van ABN AMRO Historisch Archief, alsmede concordanties met oude en vervallen inventarisnummeringen.
  • Kopteksten: deze bevatten specifieke informatie toegespitst op de rubriek of subrubriek waarbij zij zijn geplaatst. Zij bevatten dus bijvoorbeeld gegevens over de organisatie en taken van de diverse afdelingen van het hoofdkantoor, de samenstelling en taken van bestuurseenheden en commissies daaruit, de inhoud van series en de werking van toegangen en de geschiedenis, doelstelling en andere gegevens van instellingen waarvan archiefbestanden als gedeponeerd archief in deze inventaris zijn opgenomen.
  • Toelichtingen: deze bevatten toegevoegde informatie betrekking hebbend op afzonderlijke inventarisnummers, zoals nadere specificaties van onderdelen van een archiefbestanddeel, verwijzingen naar andere inventarisnummers, geconstateerde omissies en andere mogelijk van belang zijnde gegevens.