De archieven van de Kamer van Koophandel verhuizen naar Emmen. Dit gebeurt in delen. Vanaf het moment dat de archieven naar Emmen verhuizen, zijn ze niet meer te reserveren. U kunt nog wel scans van de dossiers uit deze archieven bestellen. Heeft u scans nodig? Mail dan naar info@nationaalarchief.nl.
Welke archieven zijn verhuisd naar Emmen?
- Het archief van het handelsregister Den Haag 1970-1979 (archiefnummer 3.17.13.04).
- Het archief van het handelsregister Den Haag 1980-2001 (archiefnummer 3.17.13.11).
Welke archieven verhuizen binnenkort naar Emmen?
- Het archief van het handelsregister Den Haag 1921-1969 (archiefnummer 3.17.13.03).
Kamer van Koophandel-dossiers zijn dossiers van ondernemingen, die zijn ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.
In Kamer van Koophandel-dossiers zijn onder meer de volgende gegevens vastgelegd:
- Korte omschrijving van de onderneming
- Handelsnaam
- Rechtsvorm (eventueel met een exemplaar van de statuten als het om een vennootschap gaat)
- Volledig adres
- Gegevens over eigenaren, bestuurders, vennoten, commissarissen en procuratiehouders
- Vermelding van vonnis bij een eventuele faillietverklaring
Sinds 1921 is registratie in het Handelsregister verplicht. De Kamer van Koophandel in de regio waar de onderneming is gevestigd, houdt het Handelsregister bij. Als er iets veranderd aan de structuur, de rechtsvorm, de taak etc. van een onderneming, dan wordt dat in het dossier verwerkt.
Vervallen dossiers
Wordt een onderneming opgeheven, dan is het dossier vervallen. Dat gebeurt ook als een onderneming verhuist naar een gemeente in een andere regio; soms ook als een bedrijf een nieuwe rechtsvorm krijgt of op een andere manier sterk verandert.
Het Nationaal Archief bewaart vervallen dossiers uit het Handelsregister van de regio's Haaglanden (inclusief Zoetermeer), Dordrecht, Leiden, Gouda, Delft en Rotterdam (inclusief Vlaardingen). Op een groot deel van deze dossiers is een index gemaakt.
Vul in de zoekbalk hieronder de bedrijfsnaam, de vestigingsplaats of het dossiernummer in en klik op 'zoeken'.
Nadat u een zoekopdracht heeft gegeven, opent er een pagina met zoekresultaten. Klik op het bedrijf dat u zoekt. Er verschijnt een pagina (indexrecord) met informatie over het bedrijf.
In de index is opgenomen:
|
U kunt scans bestellen of het gevonden dossier reserveren om in de studiezaal te bekijken.
Reserveren
Noteer het inventarisnummer (zoals vermeld achter 'Bronverwijzing') en het dossiernummer. Klik daarna op de knop 'Reserveer' om het inventarisnummer te reserveren voor inzage in onze studiezaal. In de studiezaal vindt u met behulp van het dossiernummer het door u gezochte dossier.
Scans bestellen
Noteer het dossiernummer en klik op de knop 'Bestel scan'. Vul bij het bestellen in het veld 'Opmerkingen' het dossiernummer in.
| Plaats | Periode | Archiefnummer | In de index? |
|---|---|---|---|
| Delft | 1921-1995 | 3.17.19 | ja |
| Dordrecht | 1922-1998 | 3.17.01.02 | ja |
| Gouda | 1921-1979 1980-1989 | 3.17.11.01 3.17.11.04 | ja nee |
| 's-Gravenhage | 1921-1969 1970-1979 1980-2001 | 3.17.13.03 3.17.13.04 3.17.13.11 | ja |
| Leiden | 1921-1980 | 3.17.12.01 | ja |
| Rotterdam 'Oranje Serie' Rotterdam Rotterdam (sinds 1976 inclusief Vlaardingen) | 1921-1929 1921-1970 1971-2001 | 3.17.17.03 3.17.17.01 3.17.17.02 | nee ja ja |
| Zoetermeer | 1921-1976 | 3.17.16 | ja |
Nee, dit soort stukken zijn te verwachten in het eigenlijke bedrijfsarchief, dat vaak niet bewaard is gebleven. Soms zit er aanvullende informatie over het bedrijf in het archief van het secretariaat van de betreffende Kamer van Koophandel. Deze secretariaatsarchieven zijn ook aanwezig in het Nationaal Archief. Hieronder vindt u een overzicht.
| Plaats | Periode | Archiefnummer |
|---|---|---|
| Delft | 1922-1979 | 3.17.20 |
| Dordrecht | 1922-1969 | 3.17.01.03 |
| Gouda | 1922-1979 | 3.17.11.03 |
| 's-Gravenhage | 1922-1979 | 3.17.13.05 |
| 's-Gravenhage | 1980-1989 | 3.17.13.06 |
| Rotterdam | 1922-1969 | 3.17.17.04 |
| Schiedam | 1816-1922 | 3.17.22 |
| Vlaardingen | 1922-1975 | 3.17.21 |
Vóór 1795 bestonden er nauwelijks overheidsinstellingen in Nederland om handel te bevorderen. Als gevolg van de Franse inval in 1795 werden Comités van Koophandel en van Zeevaart opgericht, onder meer in Amsterdam en Rotterdam. Na de inlijving bij Frankrijk in 1810 pakte de overheid de voorlichting en advisering op gebied van handel en nijverheid door structureel aan. Dit resulteerde in de oprichting van Kamers van Koophandel te Amsterdam, Rotterdam, Dordrecht, Middelburg en Vlissingen. Naast het geven van voorlichting en advies hadden zij ook enkele uitvoerende taken op het gebied van de handel.
Bij de Nederlandse onafhankelijkheid in 1813 bleven de Kamers van Koophandel bestaan. In 1815 werd de Franse regeling vervangen door een Nederlandse, waarbij alleen de adviserende taak, uitsluitend voor en op verzoek van de (centrale) overheid, overbleef op het gebied van handel en nijverheid. De invloed van de centrale regering op de Kamers was groot. Zo werden bijvoorbeeld de leden en de secretarissen van de Kamers benoemd door de Koning. Voor de financiën waren de Kamers tot 1922 afhankelijk van de overheid, in hoofdzaak van de gemeenten.
In 1851 kwam er een nieuw Reglement voor de Kamers van Koophandel en Fabrieken. Handelaren en fabrikanten kozen de leden nu uit hun midden. De Kamers kregen het recht om uit eigen beweging mededelingen te doen die zij in het belang achtten van het bedrijfsleven. Hun algemeen voorlichtende taak, die na 1920 steeds belangrijker zou worden, was hiermee begonnen. De werkzaamheden van de Kamers ontwikkelden zich in steeds grotere openbaarheid.
Het aantal Kamers van Koophandel groeide. In 1917 waren er 97 werkzaam voor 116 gemeenten. Het was daardoor voor de regering moeilijk alle Kamers te raadplegen en aan al hun adviezen de nodige aandacht te schenken. Bovendien waren de adviezen vaak beperkt tot het plaatselijk belang. In ruim duizend gemeenten waren geen Kamers van Koophandel aanwezig. Daarom werd een commissie ingesteld voor de reorganisatie van de Kamers van Koophandel. Tegelijkertijd werd een wetsontwerp ingediend voor de instelling van een handelsregister die de Kamers van Koophandel gingen beheren.
De nieuwe Wet op de Kamers van Koophandel 1920 trad samen met de Handelsregisterwet 1918 in 1921 in werking. In 1922 werkten de Kamers van Koophandel volgens de nieuwe wetten.
Het aantal Kamers werd teruggebracht tot 36, die samen het gehele land besloegen. Behalve adviserende taken hadden de Kamers nu ook een uitvoerende taak in het bijhouden van het Handelsregister en het geven van voorlichting daaruit en wel voor het gehele Nederlandse bedrijfsleven: groot-, midden- én kleinbedrijf. Bovendien beschikten zij nu over eigen inkomsten, uit de inschrijvingen in het handelsregister. De rekening en verantwoording en de begroting moesten echter wel door de centrale overheid goedgekeurd worden. De bevoegde minister kon eventueel besluiten van de Kamers schorsen of vernietigen. De samenwerking tussen de Kamers werd bevorderd door de in 1924 opgerichte Vereniging van Kamers van Koophandel en Fabrieken in Nederland.
In de Tweede Wereldoorlog besloot de bezetter tot een andere organisatie van het bedrijfsleven. Bedrijven werden ingedeeld in Hoofdgroepen en Vakgroepen, met een overkoepelende Raad voor het Bedrijfsleven. Deze organisatie van het bedrijfsleven moest de belangen van handel en industrie voor een groot deel behartigen. Voor de Kamers was een regionale rol weggelegd. Het aantal Kamers werd door de bezetter teruggebracht tot één per provincie. De andere Kamers bleven als ondergeschikt kantoor van de provinciale Kamers bestaan. De voorzitters in de Kamers speelden een belangrijke rol. Tot 1950 hebben de Kamers officieel onder de oorlogsregelingen gewerkt.
De wet op de Bedrijfsorganisatie 1950 en de wet op de Kamers van Koophandel en Fabrieken 1963 betekenden een modernisering van de Kamers van Koophandel. De Kamer van Koophandel werd de regionale belangenbehartiger van het bedrijfsleven. In 1976 werd de taak van de Kamers van Koophandel uitgebreid met het bijhouden van het Verenigingen- en Stichtingen Register, wat tot die tijd door het ministerie van Justitie gedaan werd. In 1997 werd een nieuwe Handelsregisterwet van kracht waarbij bepaald werd dat er nog maar één Handelsregister, geldig voor heel Nederland, zou worden bijgehouden.
Registratie 1811-1921
Vóór 1921 hielden rechtbanken en kantongerechten alleen registers bij van vennootschappen en niet van andere bedrijven. Wanneer een vennootschap werd opgericht, werd daarvan een akte opgemaakt. Die werd vanaf 1811 bij een rechtbank van het desbetreffende arrondissement gedeponeerd en daar in een register ingeschreven, het zogenaamde Vennootschapsregister. Een dergelijke akte bevat gegevens over het doel van de onderneming, de aandeelhouders, het maatschappelijk kapitaal, de directie, de raad van commissarissen en de bevoegdheden van verschillende personen. Bij wijziging en opheffing werd ook een akte opgemaakt. Ook die werd in het register opgenomen.
De archieven van gerechtelijke instellingen met een regionale taak zijn te vinden in de rijksarchieven in de provinciehoofdsteden. Het Rijksarchief Zuid-Holland maakt deel uit van het Nationaal Archief. Hier worden de archieven van Zuid-Hollandse rechtbanken van koophandel (1811-1838), rechtbanken van eerste aanleg (1811-1838), arrondissementsrechtbanken (na 1838) en kantongerechten (na 1838) bewaard.
- Let op: van het archief van de rechtbank Den Haag vanaf 1838 zijn door het bombardement van het Bezuidenhout in 1945 alleen de strafzaken bewaard gebleven.
1811-1838
Akten van vennootschap
Akten van vennootschap - met uitzondering van NV's - werden gedeponeerd bij de rechtbanken van koophandel.
- vennootschap onder firma, een commanditaire vennootschap (cv) of een commanditaire vennootschap op aandelen (cvoa).
De akte van oprichting moest binnen veertien dagen worden geregistreerd bij de griffie van de rechtbank van koophandel binnen het arrondissement waar de onderneming was gevestigd.
- onderneming met meer vestigingen
Ook bij de rechtbanken van koophandel in de arrondissementen waar de overige vestigingen zich bevonden werd de akte ingeschreven.
- naamloze vennootschap
Voor de oprichting van een NV was vooraf toestemming nodig van de regering. De oprichtingsakten van naamloze vennootschappen hoefden niet bij de rechtbank van koophandel te worden gedeponeerd. In het begin van de negentiende eeuw werd de rechtsvorm van naamloze vennootschap nog weinig gebruikt.
Onderzoek in de studiezaal
Indien nodig dient u eerst na te gaan onder welke rechtbank van koophandel een bepaalde gemeente valt. Niet ieder arrondissement had zijn eigen rechtbank van koophandel. In dergelijke gevallen werden deze taken uitgevoerd door de rechtbank van eerste aanleg. Men vindt de desbetreffende series registers dan in het archief van die rechtbank. U vindt de serie akten van vennootschap dus of in het archief van de rechtbank van koophandel of in het archief van de rechtbank van eerste aanleg.
1838-1921
Akten van vennootschap
Akten van vennootschappen, ook van naamloze vennootschappen, werden gedeponeerd bij de arrondissementsrechtbank of bij een kantongerecht. Ook akten waarbij statuten werden gewijzigd of waarbij een vennootschap werd ontbonden werden bij de rechtbank of het kantongerecht gedeponeerd.
Onderzoek in de studiezaal
Indien nodig dient u eerst na te gaan onder welke rechtbank een bepaalde gemeente valt. In de inventarissen van arrondissementsrechtbanken en kantongerechten is een rubriek "Buitengerechtelijke zaken" opgenomen. Hiertoe behoren ook de gedeponeerde vennootschapsakten, die een aparte serie vormen. De akten zijn in chronologische volgorde ingeschreven. Vaak is een namenklapper op deze akten gemaakt. In dat geval vindt u de akte ook snel als de datum niet bekend is.
Bedrijfsarchieven
Het is natuurlijk het mooiste als van een bedrijf het eigen archief bewaard is gebleven. Soms bewaart een bedrijf het eigen archief zelf. In andere gevallen dragen bedrijven hun archief over aan een regionaal archief.
Bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) wordt een deel van de collectie van het Nederlandsch Economisch-Historisch Archief (NEHA) bewaard. Tot deze collectie behoren onder andere 5.000 jaarverslagen van met name Nederlandse ondernemingen.
Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis
Cruquiusweg 31
1019 AT Amsterdam
tel. 020 668 58 66
fax 020 665 41 81
e-mail: info@iisg.nl (voor algemene inlichtingen)
De wetgeving over het handelsregister is vastgelegd in de Handelsregisterwet van 1918. Gegevens over de afzonderlijke Kamers van koophandel vindt u in de KvK Gids, uitgegeven in opdracht van de Vereniging van Koophandel en Fabrieken in Nederland.
- B.W. Buenk, C.F.A. Eenhorst en C.W. Mark De Kamers van Koophandel in de Praktijk, (Deventer 1969), bibliotheek Nationaal Archief 72 F2.
- J.L.J.M. van Gerwen, J.J. Segers en S.W. Verstegen, Mercurius' Erfenis. Een geschiedenis en bronnenoverzicht van de Kamers van Koophandel en Fabrieken in Nederland (Uitgave NEHA, Amsterdam 1990), bibliotheek Nationaal Archief: V 862.4.
- J.F.L.M. Simons, Continuïteit in verandering: de Kamers van Koophandel als intermediair tussen overheid en bedrijfsleven (Amsterdam: Stichting Beheer IISG 1999) In deze publicatie wordt een overzicht gegeven van de bestaande Kamers van Koophandel en de archiefbewaarplaatsen waarin hun archieven bewaard worden.
- Akten betreffende Naamlooze Vennootschappen en de daarbij behoorende koninklijke besluiten van bewilliging : bijvoegsel tot de Nederlandsche staatscourant, (Den Haag 1904-1941), bibliotheek Nationaal Archief V 995.