Geschiedenis van de archiefvormer
De eerste Swellengrebels aan de Kaap.
De familie Swellengrebel heeft haar wortels in de Duitse stad Nordhausen (Thüringen). De ‘Nederlandse’ tak van de familie stamt af van Henrich Swellengrebel (1626-1699) die koopman was in Moskou. Brieven van hem aan zijn zoon Johannes zijn de oudste stukken, afkomstig van een Swellengrebel, die in dit familiearchief zijn bewaard.
Johannes Swellengrebel (1671-1744) verruilde zijn geboortestad Moskou voor warmere streken. Hij nam dienst bij de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en belandde uiteindelijk in Kaapstad. Daar trouwde hij met Johanna Cruse, die aan de Kaap was geboren, en stichtte een gezin. Johannes bracht het tot onderkoopman bij de Compagnie en lid van de Politieke Raad, het hoogste gezagsorgaan van de kolonie, voorgezeten door de gouverneur. Ook was hij lid van de Weeskamer. Toen zijn loopbaan bij de Compagnie stagneerde, vestigde hij zich als vrijburger in de kolonie.
Zijn oudste zoon Hendrik (1700-1760) maakte succesvol carrière in VOC-dienst. In 1739 werd hij gouverneur van de Kaapkolonie, de eerste (en enige) die aan de Kaap was geboren. In 1744 volgde zijn benoeming tot buitengewoon Raad van Indië. Een van de nieuwe dorpen die tijdens zijn bewind werd gesticht kreeg de naam ‘Swellendam’, vernoemd naar hem en zijn vrouw, Helena Wilhelmina ten Damme (1706-1746). Na zijn ontslagneming als gouverneur volgde zijn benoeming tot admiraal van de retourvloot, die beladen met Aziatische producten in 1751 naar Nederland terugvoer. Op deze reis hielden zijn twee oudste dochters, Helena en Johanna, een dagboek bij.
Met het fortuin dat hij aan de Kaap had vergaard, kocht Hendrik Swellengrebel een huis in de stad Utrecht en het landgoed Schoonoord bij Doorn. Na zijn werd zijn tweede zoon, ook Hendrik geheten, eigenaar van Schoonoord. De naam ‘Kaapse bossen’ voor het bij Doorn gelegen natuurgebied herinnert nog aan de tijd dat de landerijen in bezit waren van deze Swellengrebels.
De Kaapse reizen van Hendrik Swellengrebel
Hendrik Swellengrebel junior (1734-1803) werd op elfjarige leeftijd vanuit de Kaap naar Nederland gestuurd om in Utrecht de Latijnse school te doorlopen en vervolgens rechten te studeren aan de universiteit. Hij werd in 1752 kanunnik en in 1767 deken van het kapittel ten Dom. Dit kapittel was sinds de reformatie in de zestiende eeuw een seculier en protestants regentencollege dat verschillende eigendommen beheerde en belast was met de zorg voor de Domkerk en enkele Utrechtse zorginstellingen. Ook Hendriks broers en verscheidene neven vervulden functies in Utrechtse kapittels.
In 1775 vertrok Swellengrebel met een VOC-schip naar Kaap de Goede Hoop, zijn geboorteland. Hij verbleef daar iets langer dan een jaar en maakte er twee korte reizen en één langere. In zijn twee korte ‘reisjes’ (van resp. veertien en achttien dagen) bezocht hij het noorden van kolonie. Zijn langere landtocht duurde bijna zestien weken en ging naar het noordoosten van de kolonie. Hij trok door uitgestrekte gebieden waar nog weinig kolonisten woonden en maakte zelfs een uitstapje van enkele dagen buiten de Kaapkolonie, in het land van de Xhosa.
Gezien de omvang van Swellengrebels gezelschap en zijn uitrusting kunnen we rustig spreken van een expeditie. Zijn gevolg telde acht Khoisan en acht Europeanen, onder wie een dokter, een gids, een landmeter en een tekenaar, Johannes Schumacher. Hij reisde met drie ossenwagens en een kar, 58 ossen, zeven paarden en 24 honden. Swellengrebel hield nauwkeurig een dagboek bij dat hij later omwerkte tot een reisjournaal. Schumacher maakte 66 aquareltekeningen, vooral van landschappen, maar ook van oorspronkelijke bewoners (vooral Xhosa) en wilde dieren.
Swellengrebel werd niet gedreven door een zucht naar avontuur of de wens om onbekende gebieden te ontdekken. Anders dan andere reizigers in die tijd heeft hij zijn reisjournaal ook nooit uitgegeven. Hij was vooral geïnteresseerd in de verdere economische en politieke ontwikkeling van de Kaapkolonie. Uitvoerig noteerde hij bijzonderheden over de bodemgesteldheid en de weersomstandigheden van de gebieden die hij bezocht, en schatte hij de mogelijkheden voor landbouw of veeteelt in. Ook had hij belangstelling voor de leefwijze van de oorspronkelijke bewoners van Zuid-Afrika en hun verhouding tot de kolonisten.
Correspondentie over Kaapse zaken
Na terugkeer in Nederland bleef Hendrik Swellengrebel met de Kaap bezig. Hij werkte zijn reisjournaals uit en schreef beschouwingen over de toekomstmogelijkheden van de Kaapkolonie. In dit verband correspondeerde hij uitvoerig over Kaapse zaken met contacten in Nederland en aan de Kaap. Hij stuurde vragenlijsten op over onder meer de zeden en gewoonten van oorspronkelijke bewoners en over bedrijfsmatige aspecten van de landbouw aan de Kaap.
De economie van de Kaapkolonie was destijds voor een groot deel gebaseerd op slavernij. De belangrijkste informant van Swellengrebel was de wijnboer en slavenhouder Hendrik Cloete (1725-1799). Cloete bezat meerdere boerderijen, waaronder Nooitgedacht en het wijnlandgoed Groot Constantia bij Stellenbosch. In de brieven en de documentatie die hij opstuurde staan de namen van tot slaaf gemaakte personen en de prijzen die Cloete voor hen betaalde. Ook legde hij nauwkeurig uit welke werkzaamheden ze konden en moesten verrichten en welke kosten hij maakte voor hun levensonderhoud.
Op de achtergrond bemoeide Swellengrebel zich ook met de Kaapse politieke kwesties. Hij heeft zich zelf nergens uitgelaten over zijn ambities, maar het is duidelijk dat hij zich in een of andere rol dienstbaar wilde maken voor zijn geboorteland. Waarschijnlijk had hij daarbij het gouverneurschap op het oog, de positie die zijn vader had bekleed. Daar is het echter niet van gekomen door de politieke verwikkelingen in de roerige Patriottentijd (ca. 1780-1787).
Geschiedenis van het archiefbeheer
Het archief van de familie Swellengrebel is tot 2023 voor het merendeel in particulier bezit gebleven. Hendrik Swellengrebel junior (1734-1803) was ongehuwd en dus kinderloos. Hij liet zijn archief na aan zijn neef Johan Hendrik (1757-1842) en deze op zijn beurt aan zijn neef Johan Hendrik Willem (1805-1878). Daarna is het archief van vader op zoon overerfd.
Hendrik A.M. Swellengrebel (1882-1963) liet het archief in 1930-31 inventariseren door historisch publicist Anne Hallema. Deze ordende de stukken op de voornaamste (mannelijke) telgen in het archief en borg ze in portefeuilles. Van elke portefeuille maakte hij een inhoudsopgave op documentniveau. Deze ordening is tot aan de overdracht gehandhaafd.
Hallema onderkende het historische belang van het familiearchief en gaf er ook bredere bekendheid aan. In meerdere tijdschriftartikelen publiceerde hij (delen van) reisverslagen van Hendrik Swellengrebel en diens zussen Helena en Johanna, en putte hij uit de briefwisselingen in het archief. In 1951 gaf hij een boek uit met de topografische aquarellen die Schumacher in 1776 en 1777 voor Hendrik Swellengrebel maakte. Na Hallema vonden ook andere historici hun weg naar het familiearchief, in het bijzonder G.J. Schutte. Hij verzorgde onder meer bronnenuitgaven van Hendriks correspondentie over Kaapse zaken (1982 en 2003) en diens reisjournaals (2018).
Nicolaas J.A.C. Swellengrebel (1914-2002) gaf in 1969 een deel van het familiearchief in bewaring aan het toenmalige Algemeen Rijksarchief. Dit betrof archivalia van de ‘aanverwante geslachten’ Copes van Cattenburch, Van Mierop, Ten Damme, Le Petit en Roelans. Dit archief is toegankelijk onder toegangsnummer 2.21.039.
Ook Hendrik A.M. Swellengrebel (1942-2019) heeft afstand gedaan van een deel van het familiearchief. Het ging om een aanvulling afkomstig van een zijtak van de familie. Prof.dr. Nicolaas H. Swellengrebel (1885-1970) was een internationaal gerenommeerd deskundige op het gebied van malaria. In zijn vrije tijd hield hij zich bezig met genealogisch onderzoek en publiceerde twee genealogieën van het geslacht Swellengrebel, in 1923 en 1966. In 2008 heeft Henk Swellengrebel het persoonlijk archief van N.H. Swellengrebel en verdere familieleden grotendeels geschonken aan het Centraal Bureau voor Genealogie (collectie nr. 1488). Een deel van de archivalia, waaronder de genealogische correspondentie en documentatie, bleef echter achter en maakt deel uit van het familiearchief dat in deze inventaris wordt beschreven.
In 2023 hebben het Rijksmuseum Amsterdam en het Nationaal Archief in een gezamenlijk project de collectie-Swellengrebel verworven. Deze bestaat uit het familiearchief, een collectie tekeningen, fotografisch materiaal, boekwerken alsmede een achttiende-eeuws porseleinen servies en andere objecten. Het Nationaal Archief beheert het familiearchief; het Rijksmuseum beheert de collectie tekeningen en fotografie, de boekwerken en de objecten. De verwerving omvat ook het deel van het familiearchief sinds in 1969 in bewaring berustte bij het Nationaal Archief (nummer toegang 2.21.039, Copes van Cattenburch e.a.).
De verwerving van het archief
De collectie-Swellengrebel is namens de Staat der Nederlanden aangekocht door het Rijksmuseum, met steun van het Johan Huizingafonds/Rijksmuseumfonds en Fonds De Zuidroute/Rijksmuseumfonds.