2.09.01 Inventaris van het archief van het Ministerie van Justitie, (1800) 1813-1876 (1951)

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Inhoud en structuur van het archief

Inhoud

Van de dossiers wetten, is een gedrukte beschrijving in 1910 uitgegeven door het Departement van Justitie zelf. Eveneens is een korte overzicht van de geschiedenis der gebouwen bij het Departement van Justitie vervaardigd uit de dossiers, en gedrukt vanwege het departement in augustus 1912.
Supplementen
1. Terwijl deze inventaris reeds ter perse was, werd bij het ontruimen van de kelders van het Departement van Justitie ten behoeve van het archief, welke kelders tot opslagplaats voor brandstoffen hadden gediend, onder vuil bedolven nog aangetroffen de hierna volgende collectie bezoldigingsregisters. Wegens de verregaande staat van ontbinding van deze registers is er over gedacht deze te vernietigen, doch gezien het grote gemak, dat zij kunnen opleveren bij eventuele nasporingen, omdat er in vermeld zijn nevens de salarissen ook de volledige namen van alle rechters, ambtenaren, beambten enz. met de data der besluiten van aanstelling en ontslag en de reden, die daartoe hebben geleid, is besloten ze te bewaren en in deze inventaris op te nemen. Ter voorkoming van grote omnummering zijn ze geheel achteraan de inventaris als supplement geplaatst, hoewel ze eigenlijk onder A behoren.
2. De dossiers betreffende naamsveranderingen en de dossiers betreffende uitlevering van verdachte personen, waren evenmin zonder grote omnummering in het archief te passen en zijn daarom ook als supplement achter het archief geplaatst.

Verantwoording van de bewerking

De inventaris begint met de stukken van de eerste president van het Hooggerechtshof te 's-Gravenhage, die van 1 december 1813 tot 1 oktober 1815 tevens het Justitiewezen onder zijn beheer had.
Deze stukken zijn tot dossiers samengevoegd en in 1818, toen Van Maanen minister was, in het archief van het Departement van Justitie gedeponeerd. In hoeverre dit het gehele archief van de eerste president is, is bij gebrek aan indices niet met zekerheid te zeggen. In ieder geval bevat deze verzameling niet alle stukken over 1814-1815, enkele bevinden zich n.l. nog bij de besluiten, waarbij zij zijn gedeponeerd. Daar deze echter niet op de hierna volgende lijst en klapper voorkomen, zijn ze gelaten op de plaats, waar zij zich bevonden.
Blijkbaar zijn deze dossiers afzonderlijk gehouden, omdat ze bij de besluiten, waarbij ze zijn gedeponeerd, een te grote plaats innamen. Waar de gedeponeerde stukken de portefeuilles niet te veel opvulden, zijn deze gelaten bij het besluit van depot. Om te weten, bij welke besluiten de minister nog meer dossiers uit 1814-1815 in zijn archief heeft gedeponeerd, zie men zijn agenda's, van disposities en uitgegane stukken (inv.nrs. 408-410).
Eerst van 4 oktober 1815 af bestaat een doorlopende reeks archiefstukken met agenda's, klappers, enz., doorlopende tot 30 november 1823, toen ingevolge het Koninklijk Besluit d.d. 4 september 1823, nr. 7 de inrichting der bureaus werd gereorganiseerd. Zoveel mogelijk is met deze reorganisatie rekening gehouden en een scheiding aangebracht tussen de stukken van vóór en na 1 december 1823. Bij de dossiers bleek dit echter niet mogelijk, zodat die stukken over de gehele periode bijeen zijn gelaten en in één rubriek geheel achteraan zijn geplaatst.
De verbalen van december 1816 tot 30 september 1839 zijn gedeeltelijk in 's-Gravenhage en gedeeltelijk in Brussel gehouden en van elkaar afgezonderd bewaard. Van 1816 tot 30 september 1826 dragen de in 's-Gravenhage behandelde stukken cijfers en die in Brussels letters, doch van 1 oktober 1826 af dragen de eerstgenoemde letters en de laatstgenoemde cijfers.
Op verscheidene plaatsen liggen in het gewone verbaal strookjes of reçu's, waarop vermeld is het onderwerp, waarover het stuk handelt. Deze strookjes liggen in de plaats van de stukken, die afzonderlijk zijn geborgen in de rubrieken: gevangeniswezen, politiewezen, jacht en visserij, adel en erediensten. Deze rubrieken zijn achter het gewone verbaal geplaatst in de volgorde van de ouderdom, d.w.z. de oudste collectie voorop.
Na de achter de verbaalarchieven geplaatste agenda's, indices en klappers en het geheim archief volgen de dossiers of bundels, die gevormd zijn aan het departement zowel uit het gewoon als geheim verbaal van de minister.
Deze dossiers, die gevormd zijn sedert 1840, - althans op de oudste reçu's in het verbaal staat meestal gedrukt '184...', - bevatten stukken over de meest belangrijke onderwerpen, behandeld van 1814 af. Deze dossiers waren geborgen in portefeuilles, genummerd 1-149, welke nummering oorspronkelijk op de portefeuilles schijnt aangebracht te zijn, zonder rekening te houden met de inhoud. Dit had ten gevolge, dat verschillende dossiers, over verschillende zaken handelende, éénzelfde nummer droegen. Het was dus in de eerste plaats gewenst, dat ieder dossier een eigen inventarisnummer kreeg.
Aangezien die het meest in overeenstemming was met het herkomstbeginsel, is beproefd die dossiers, welke aan éénzelfde afdeling van het departement gevormd waren, bijeen te brengen in de inventaris. Dit bleek echter niet uitvoerbaar, aangezien de werkzaamheden, aan de afdelingen opgedragen, te veel wijzigingen hebben ondergaan.
Nadat ook de indeling naar de inhoudsopgave van de index geen voldoening kon schenken, is ten slotte door mr. C.C.D. Ebell een ordening gemaakt, waarbij de dossiers in hoofdgroepen verenigd zijn, en deze zijn in alfabetische volgorde na elkaar geplaatst.
De inventarissen 2.09.02, archief van de afdeling gevangenissen, 2.09.03, klapper op de dossiers betreffende uitleveringen van verdachte personen en 2.09.04. toegang op de bezoldigingsregisters zijn in deze inventaris geïntegreerd, en zijn daarmee komen te vervallen (zie C. supplementen en de bijlagen).
De inventarisnummers 5526-5530, stukken betreffende jacht en visserij, zijn gevoegd bij de stukken in de verbalen van de afdeling jacht en visserij (inventarisnummers 3734-3820), waartoe zij bleken te behoren.
Bovendien zijn nog in deze inventaris opgenomen de in 1923 van het Departement van Nijverheid en Handel overgenomen stukken betreffende jacht en visserij over 1837-1877. Deze waren, omdat dat beheer in 1877 van het Departement van Justitie naar het nieuw opgerichte Departement van Landbouw, Nijverheid en Handel was overgegaan, mede daarheen verhuisd, doch zijn nu weer naar hun oorspronkelijke plaats teruggebracht.
Ook zijn de dossiers betreffende het ontstaan der wetboeken, die in 1921 van het Departement van Justitie zijn ontvangen, voor zover het departementsstukken zijn, in deze inventaris bij de nieuwe dossiers geplaatst.
Nadat deze inventaris reeds geheel persklaar was, zijn nog enige dossiers, grotendeels betreffende wetgeving en rechterlijke macht, ontdekt, die als nummers met A, B, C, enz. ingevoegd zijn. Geheel buiten de overname zijn gehouden de dossiers betreffende wetten en algemene maatregelen van inwendig bestuur, gebouwen, naamloze vennootschappen, verenigingen, uitleveringen en het tot stand komen van traktaten, wegens het veelvuldig gebruik, dat daarvan nog geregeld aan het departement wordt gemaakt .
Verder zijn niet in deze inventaris opgenomen de stukken betreffende het gevangeniswezen van 1823 tot 1842 en betreffende Ommerschans en Veenhuizen van 19 september 1859 tot 31 december 1874, hoewel die stukken wel van het Departement van Justitie zijn overgenomen. Dit beheer was gedurende die jaren bij het Departement van Binnenlandse Zaken en deze stukken zijn nu weer bij de archieven van dat departement geplaatst.
Ter voorkoming van grote omnummering zijn ze geheel achteraan de inventaris als supplement geplaatst, hoewel ze eigenlijk onder A behoren. De dossiers betreffende naamsveranderingen en de dossiers betreffende uitlevering van verdachte personen, waren evenmin zonder grote omnummering in het archief te passen en zijn daarom ook als supplement achter het archief geplaatst.

Ordening van het archief

Deze paragraaf bevat enige algemene aanwijzingen voor het verrichten van onderzoek in het archief van het ministerie van Justitie 1813-1876
Het archief bestaat uit een algemeen verbaal (serie ingekomen en minuten van uitgaande stukken), een geheim verbaal, afdelingsver-balen en een serie dossiers. Het verdient aanbeveling, om alvorens een onderzoek te beginnen in de algemene of afdelingsverbalen, na te kijken of de door u gezochte stukken wellicht in deze apart beschreven dossiers zijn terechtgekomen.

1813-1815 (Eerste President van het Hooggerechtshof te 's-Gravenhage).

Het "justitie-wezen" viel van december 1813 tot maart 1815 onder het ministerie van Binnenlandse Zaken. Zie voor de begin periode dus ook de archieven van dit ministerie (inventaris 2.04.01, 2.04.26 en 2.04.27)
De archiefstukken van de Eerste President van het Hooggerechtshof werden in 1818 in het archief van het ministerie van Justitie gedeponeerd. Een gedeelte is tot dossiers samengevoegd (inv. nrs. 1-7). De overige stukken liggen nog bij de besluiten (uit 1818) waarbij ze zijn gedeponeerd (inv. nrs. 40-52). Op de dossiers is een lijst + klapper gemaakt (inv. nr. 8).
Het terugzoeken van stukken uit de periode 1813-1815 dient als volgt te gebeuren: Onderwerp/zaak opzoeken in de klapper op de lijst van dossiers (inv. nr. 8). In de klapper staat vermeld op welke datum en onder welk nummer het stuk in de dossiers is gedeponeerd (inv. nrs. 1-7). Wanneer in de klapper geen verwijzing gevonden wordt is het mogelijk dat de gezochte stukken zich bevinden in de serie ingekomen en uitgaande stukken van 1818 (inv. nrs. 40-52). Om te weten te komen bij welke besluiten de minister de stukken uit 1814-1815 in zijn archief heeft gedeponeerd, moet men de agenda's van dispositiën en uitgaande stukken raadplegen (inv. nrs. 408-411). Een onderwerpenklapper op deze agenda's is er helaas niet.
In het archief van het Hooggerechtshof (inventaris 2.09.17) bevinden zich eveneens stukken van de Eerste President. En ook in het particulier archief van C.F. van Maanen (inventaris 2.21.04 en 2.21.14) zitten stukken van hem als Eerste President en Minister van Justitie.

1815-1876 (Ministerie van Justitie): Algemeen Verbaal

a. Algemeen verbaal 1815-1820 (inv.nrs. 13-84).
Stukken uit dit gedeelte van het archief zijn terug te vinden met behulp van per rubriek (bijv. gratie, naturalisatie, varia) vervaardigde agenda's (inv. nr. 235-343) en de alfabetische indices op de agenda's (inv. nrs. 419-443).
De alfabetische indices over de jaren 1815-1816 zijn achterin de betreffende agenda's te vinden (inv. nrs. 235-257).De alfabetische index (d.i. een klapper op trefwoorden en persoonsnamen) verwijst naar datum en nummer in de agenda van de-zelfde rubriek. In de agenda staat vermeld op welke datum de stukken in de serie ingekomen en minuten van uitgegane stukken zijn opgelegd (inv. nrs. 13-190).Voorbeeld: U zoekt stukken betreffende een bepaalde nalatenschap in 1816, er is geen aparte rubrieks agenda nalatenschappen, dus u moet dan de agenda + klapper varia van 1816 raadplegen (inv. nr. 254-257 in ieder deel zit een klapper). U kunt in de klapper kijken bij het trefwoord nalatenschappen en/of bij de naam van de erflater, achter deze naam of trefwoord staat in de klapper een omschrijving van het ingekomen stuk, daarachter staat de datum + het nummer vermeld waarop het stuk in het Algemeen register (d.i. de agenda) is ingeschreven, wanneer er meer correspondentie is geweest, staan die data van inschrijving ook vermeld. In de agenda op die datum onder dat nummer staat opnieuw de korte inhoud van het stuk, naam van degene die het stuk heeft behandeld en de datum van de "finale dispositie" in het archief. Als er bijv. staat finale disp. 23 juli 1816 no. 324 dan zou het stuk zich op deze datum onder dit nummer in de serie ingekomen en minuten van uitgegane stukken (inv. nrs. 13-190) moeten bevinden. Ook in de agenda wordt doorverwezen naar eventuele nadere correspondentie over dezelfde zaak. Deze stukken zouden dan ook te vinden moeten zijn op de in agenda vermelde datum van "finale dispositie".
Wanneer in de agenda verwezen wordt naar een datum + letter cijfercombinatie bijv. 19 juni 1819 la. y 4 betreffen dit "brusselse stukken" (stukken die op het buro van het departement van Justitie te Brussel werden afgehandeld). Deze stukken zijn in aparte mappen achter de "Haagse" stukken van dezelfde maand geplaatst. (zie inventaris)
b. Algemeen Verbaal 1820-1823 (inv.nrs.8.. - 190)
Vanaf 1820 verwijzen de klappers naar indices die rubrieksgewijs ingedeeld zijn (inv. nrs. 445-452).Het terugzoeken van de stukken moet nu als volgt gebeuren; Trefwoord opzoeken in klapper. Achter het trefwoord wordt vermeld de rubriek en het nummer waaronder de stukken in die rubriek in de index staan beschreven. Voor de diverse rubrieken worden in de klapper afkortingen gebruikt. Er kan bijvoorbeeld staan; "zie A d P onr. bew.1",, dit betreft dan de rubriek "Administratie der Politie Onrustige bewegingen". Met behulp van de respectenlijst (dit is een lijst van alle in dat jaar gebruikte rubrieken) voorin de index, is het mogelijk de afkortingen thuis te brengen.
In de betreffende rubriek onder het aangegeven nummer vindt u dan een beschrijving van de stukken en de datum + het nummer waaronder de stukken in het archief (Algemeen Verbaal inv. nrs. 59-190) zijn opgeborgen. Indien een zaak verder loopt wordt er verwezen naar een volgend nummer in de index. Stukken betreffende één bepaalde zaak werden in deze periode niet bij elkaar gevoegd, maar bleven liggen op de in de index vermelde data.
c. Algemeen Verbaal 1823-1876 (inv. nrs. 517-2896)
Bij Koninklijk Besluit van 4 september 1823 no. 7 werd de inrichting der administraties van alle departementen opnieuw geregeld. Voorgeschreven werd o.a. als registratuurstelsel een dossierstelsel in afdoeningsorde (het zgn. verbaalstelsel), waarbij de voorstukken betreffende een bepaalde zaak moesten worden opgeborgen bij het op een dubbel blad geschreven minuut-besluit. In principe moeten dus vanaf die tijd alle stukken betreffende een bepaalde zaak bij elkaar te vinden zijn op de in de index vermelde datum (+ nummer) van afdoening van de zaak. Dit is over het algemeen de een na laatst vermelde datum in de index, de laatste betreft meestal het verzenden van afschriften van het besluit In het archief van het ministerie van Justitie komt het echter ook na 1823 incidenteel voor dat de stukken toch liggen op de in de index vermelde data waarop ze zijn binnengekomen c.q. verzonden. Het is echter wel aan te raden bij onderzoek eerst te kijken bij de datum van afdoening, om te zien of alle stukken daar bij elkaar liggen.
De stukken van na 1823 zijn op dezelfde manier terug te zoeken als de stukken in het hierboven beschreven verbaal van 1820-1823. Dus via klappers die verwijzen naar een bepaalde rubriek in de indices (inv. nrs. 4248-4565), naar de vindplaats (datum + nummer of datum + cijfer) in de serie ingekomen en minuten van uitgaande stukken (inv. nrs. 517-2896). De gebruikte afkortingen voor de rubrieken staan vaak voorin de klapper vermeld.Tot 1830 zijn er nog "Brusselse stukken"; dit zijn stukken die op het buro van het departement van Justitie te Brussel werden afgehandeld. Deze stukken staan over het algemeen achter de "Haagse stukken" van dezelfde maand (zie inventaris). De in de index met een letter aangeduide stukken betreffen "Haagse stukken" de "Brusselse stukken" hebben een nummer aanduiding.
Houdt er bij het onderzoek rekening mee dat men niet altijd even konsekwent is geweest in het gebruik van trefwoorden en rubrieken. Enige inventiviteit bij het gebruik van de klappers is wel noodzakelijk. Een groot aantal stukkenblijkt te zijn vernietigd. Over het algemeen liggen voorin de portefeuilles met ingekomen en uitgeganestukken lijsten met opgaven van de vernietigde stukken. Als de stukken vernietigd zijn, is het verloop van een "zaak" echter wel te volgen in de indices, en wanneerer een andere overheidsinstelling bij betrokken isgeweest zijn er wellicht stukken in het archief van dieinstelling te vinden.

1815-1876 (Ministerie van Justitie): Geheim verbaal

a. 1815-1823 (inv. nrs. 453-496)
De stukken van 1815-1816 (inv. nrs. 453-454) zijn tot dossiers geborgen. Deze stukken zijn terug te vinden met behulp van de klapper op de agenda (inv. nr. 509*). In de agenda (inv. nr. 497) staat vermeld onder welk nummer de stukken in het "secreet archief" zijn gedeponeerd. Vanaf 1817-1821 liggen de stukken op datum en nummer van "finale dispositie". Deze data zijn te vinden in de agenda's (inv. nrs. 498-509), die weer toegankelijk zijn gemaakt door klappers (inv. nrs. 509*-511), net zoals hierboven beschreven bij het algemeen verbaal van 1815-1820. De index van 1820 (inv. nr. 514) is niet volledig.Na 1821 moeten de stukken teruggezocht worden met behulp van de systematisch ingedeelde indices met klapper (inv. nr. 515-516). Er wordt dan in de klapper niet verwezen naar een bepaalde datum, maar naar een rubriek + nummer in de index (bijv. zie A.dP.varia 1, met behulp van de respectenlijst voorin de index of de klapper zijn de afkortingen makkelijk te herleiden.)
b. 1824-1868 (inv. nrs. 4567-4696)
Ook dit gedeelte is weer toegankelijk d.m.v. systematisch ingedeelde indices waarop klappers zijn vervaardigd. (inv. nrs. 4714-4724). Er zijn geen aparte klappers en indices op de geheime stukken van de periode december 1823-1829. Deze stukken staan in de gewone indices (inv. nrs. 4258-4565) Als in de index achter de datum en het nummer of cijfer staat "Geh", betreft het een geheim stuk.
De stukken in het geheim verbaal bevinden zich over het algemeen níet bijelkaar op afdoening, maar afzonderlijk op de in de index vermelde data. Het geheim archief van na 1868 staat beschreven in inventaris 2.09.05.
Regelmatig treft men in het verbaal verwijsbriefjes aan. Deze verwijsbriefjes liggen in de plaats van stukken die afzonderlijk zijn geborgen in afdelingsverbalen, of in een dossier. Op het strookje staat de datum + het nummer van het stuk en de naam van de afdeling, of het onderwerp van het dossier waarin het terechtgekomen is.

1815-1876 (Ministerie van Justitie): Afdelingsverbalen

  • Gevangenissen 1813-1823 (inv.nrs.191-233), 1842-1876 (aparte inventaris zie toelichting hieronder)
  • Politiewezen 1850-1876 (inv.nrs.3482-3710)
  • Jacht en Visserij 1857-1877 (inv.nrs.3734-3820)
  • Adel 1860-1876 (inv.nrs.3821-3833)
  • Erediensten 1871-1876 (inv.nrs. 3834-3856)
De stukken in de afdelingsverbalen zijn terug te vinden via de serie indices (inv. nrs. 4258-4565) zoals hierboven beschreven en liggen dan op de datum van afdoening in het afdelingsverbaal. In het algemeen verbaal ligt op die datum een verwijsstrookje.
Het archief van de afdeling Gevangenissen 1842-1876 is in een aparte inventaris (2.09.02) beschreven. Van de stukken uit dit verbaal zijn dossiers gevormd. Binnen deze dossiers liggen de stukken echter op datum en nummer zoals aangegeven in de indices. De indices op dit archief staan niet in inventaris 2.09.02 beschreven. Zij bevinden zich tussen de algemene serie indices en klappers in inventaris 2.09.01 (inv. nr. 4258-4565). Het terugzoeken van stukken betreffende het gevangeniswezen moet op dezelfde wijze gebeuren als de stukken in het algemene verbaal. Als u datum + nummer van de gezochte stukken heeft gevonden, moet u aan de hand van de lijst van dossiers in de inventaris (2.09.02) nagaan in welk dossier (en dus welk inventarisnummer) de stukken vermoedelijk te vinden zijn.
Stukken betreffende het gevangeniswezen in de periode 1823-1842, bevinden zich in het archief van het ministerie van Binnenlandse Zaken (inventaris 2.04.09). Echter ook in de dossiers beschreven in inventaris 2.09.02 (inv.nrs 4779-4783) bevinden zich stukken uit deze periode.

1815-1876 (Ministerie van Justitie): De bundels en dossiers (inv. nrs. 4725-5274 en 5452-5526)

Deze zijn gevormd uit het gewoon- en het geheim verbaal, ze bevatten stukken over de meest belangrijke onderwerpen, behandeld van 1814 af. De dossiers zijn bij de inventarisatie van het archief in hoofdgroepen verenigd, en deze hoofdgroepen zijn in alfabetische volgorde geplaatst (zie inhoudsopgave in de inventaris en de klapper achterin de inventaris). Niet alle dossiers uit de periode 1813-1876 staan in deze inventaris beschreven. Van enkele grote bestanden zijn aparte inventarissen vervaardigd. De meeste stukken die in dossiers terecht zijn gekomen, zijn ook ingeschreven in de indices op het algemeen of geheim verbaalarchief. Het is dus mogelijk om het verloop van een bepaalde zaak hierin op te zoeken en eventueel ontbrekende stukken te traceren. De stukken liggen over het algemeen binnen de dossiers op de in de index vermelde data. Hoe het onderzoek met de agenda's, indices en klappers in zijn werk gaat is in de voorgaande hoofdstukken beschreven.
De volgende dossiers zijn in aparte inventarissen beschreven:
    • Circulaires 1818-1929
    • Kerkgenootschappen 1819-1940
    • Tractaten 1845 -1929
    • Gebouwen 1825-1954, in inventaris 2.09.35
  • Wettendossiers 1830-1945 in inventaris 2.09.47
  • De dossiers betreffende Naamloze vennootschappen 1820-1946, in inventaris 2.09.46.
  • De Verenigingsdossiers 1820-1976 in inventaris 2.09.12 en 2.23.13.Zie ook het afzonderlijke informatieblad betreffende Verenigingen en Stichtingen en het gidsje 2.23.13.