2.09.01 Inventaris van het archief van het Ministerie van Justitie, (1800) 1813-1876 (1951)

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Verwant materiaal

Beschikbaarheid van kopieën

Inventarisnummers van dit archief zijn niet in kopievorm beschikbaar

Afgescheiden archiefmateriaal

In de particuliere verzamelingen van minister Van Maanen bevinden zich verschillende departementstukken, die in deze archieven behoren, doch die daar reeds zijn beschreven en nu ook in die verzamelingen zijn gelaten. Zie: Familie Van Maanen, (16e eeuw), 1787-1867, 2.21.04 en 2.21.114.
Zo zijn ook de op last van de minister van Justitie d.d. 24 maart 1818, nr. 407a overgezonden stukken, behorende tot het archief van het bij Koninklijk Besluit d.d. 19 maart 1818, nr. 74 opgeheven Departement van Politie voor de zuidelijke provincies, in het archief van Justitie geborgen. Deze stukken, lopende over de jaren 1814-1818, zijn te vinden bij de verbalen d.d. 9 mei 1818, nr. 129, 137, 12 mei 1818, nr. 145, 147, 149, 19 mei 1818, nr. 251 en 253, 20 mei 1818, nr. 287, 3 juni 1818, nr. 50, 51 en 53 en 5 juni 1818, nr. 115, terwijl in de verbalen d.d. 18 april, nr. 397 en 12 juni 1818, nr. 242 inventarissen zijn neergelegd, waarop bovengenoemde stukken staan vermeld
Deze stukken zijn overgedragen aan het Rijksarchief in Brussel.
.

Verwante archieven

Het beheer van het gevangeniswezen berustte tussen 1823-1843 bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Waterstaat. Zie: Departement van Algmene Zaken, afdeling Armwezen en Gevangenissen, 1817-1878(1921), toegang 2.04.01, 2.04.19 en 2.04.20.
Ook is de minister van Justitie tussen 1862 en 1870 met het beheer van de erediensten belast geweest, doch die administratie is afzonderlijk gehouden en in de inventarisatie erediensten opgenomen, waar in de inleiding ook de juiste gang van zaken tot 1870 is beschreven. Zie: Ministerie van Financiën, afdeling Erediensten, 1871-1908, toegang: 2.08.13.
Tot bij Koninklijk Besluit d.d. 29 oktober 1870 (Staatsblad nr. 173) met ingang van 1 januari 1871 die departementen geheel werden opgeheven, kwam de uitvoering en toepassing van de bepalingen ten aanzien van alle kerken, godsdienstige gestichten en kerkelijke instellingen van weldadigheid aan het Departement van Justitie, terwijl de uitvoering der financiële bepalingen aan dat van Financiën werd opgedragen. Zie: Departementen van Erediensten, Administratie voor de zaken der hervormde en andere Erediensten, behalve de rooms-katholieke, 1815-1870, toegang: 2.07.01.
Vanaf 1874 had Justitie het beheer van de bedelaarsgestichten te Ommerschans en Veenhuizen overgenomen van het departement van Binnenlandse Zaken. Zie: Ministerie van Binnenlandse Zaken, afdeling Armwezen en Gevangenissen, 1817-1878(1921), toegang: 2.04.01, 2.04.19 en 2.04.20