Archief
Titel
2.06.065 Inventaris van het archief van de Commissie van Advies Crisisinvoerwet, 1931-1940
Auteur
A.H. BeuseVersie
06-07-2021
Copyright
Nationaal Archief, Den Haag
1989 cc0Beschrijving van het archief
Naam archiefblok
Commissie van Advies Crisisinvoerwet Cie. Advies Crisisinvoerwet
Periodisering
oudste stuk - jongste stuk: 1931-1940
Archiefbloknummer
E20219Omvang
; 223 inventarisnummer(s) 18,00 meterTaal van het archiefmateriaal
Het merendeel der stukken is in het
Nederlands
Archiefdienst
Nationaal ArchiefLocatie
Den HaagArchiefvormers
Commissie van Advies Crisisinvoerwet, , 1931-1940Samenvatting van de inhoud van het archief
De Adviescommissie Crisisinvoerwet (1931-1940) werd ingesteld om de invoer van goederen te reguleren. Daartoe werd ondermeer een systeem van contingentering van producten toegepast. Het archief van de Commissie bevat notulen en indicateurs op in-en uitgaande brieven. Er zijn stukken m.b.t. informatieverzameling en advisering. Tevens zijn er dossiers op productnaam (asbestcement, kapok, etc.).Archiefvorming
Geschiedenis van de archiefvormer
De Commissie van Advies Crisisinvoerwet
Doel en taken van de Commissie
Na het uitbreken van de economische crisis in 1929 verlieten steeds meer landen het toenmalige monetaire systeem van de gouden standaard, dat de waarde van de valuta koppelde aan de goudwaarde. Nederland was een van de weinige landen die aan dat systeem bleven vasthouden.
Als gevolg hiervan werd de koers van de gulden hoog ten opzichte van andere valuta, en verslechterde de internationale concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven drastisch.
Toen in september 1931 Engeland en de Scandinavische landen de gouden standaard verlieten, was dit voor de Nederlandse minister van Economische Zaken en Arbeid, Verschuur, aanleiding om een wetsontwerp naar de Raad van State te sturen, dat tot doel had de Nederlandse markt tegen buitenlandse concurrentie te beschermen. Dit leidde tot afkondiging van de Crisisinvoerwet op 23 december 1931 (Stb. 535).
De Crisisinvoerwet werkte met een systeem van contingenteringen; de invoer van bepaalde producten kon worden beperkt, en de verdeling van de invoer over de importeurs gebeurde door het verlenen van invoervergunningen.
De maximale invoer werd per land vastgesteld aan de hand van de invoer in voorafgaande jaren (zogenaamde peiljaren).
Artikel 2 lid 1 van de Crisisinvoerwet bepaalde dat een besluit tot contingentering slechts genomen kon worden na het horen van een commissie.
Deze commissie, de Adviescommissie Crisisinvoerwet, werd ingesteld bij K.B. van 30 december 1930, nr. 5.
Was de Crisisinvoerwet aanvankelijk slechts bedoeld om de Nederlandse industrie tegen overmatige invoer te beschermen, na het mislukken van de handelsconferentie in Londen in 1933 werd de wet omgevormd tot een handelspolitiek instrument. De mogelijkheid werd opgenomen om aan bepaalde landen zogenaamde Bijzondere Toewijzingen te verlenen, in ruil voor verruiming van de export naar die landen.
Dit handelspolitieke karakter bracht met zich mee, dat de Adviescommissie in sterke mate begeleid ging worden door het Bureau Nijverheid van het Ministerie van Economische Zaken.
Een verdere wijziging onderging de Crisisinvoerwet in 1937, toen de bepaling werd opgenomen dat ook tot contingentering kon worden besloten ter verdediging en bevordering van de export.
De Crisisinvoerwet was bedoeld als een tijdelijke maatregel, maar is herhaaldelijk verlengd, het laatst in 1937, waarna de wet per 1 januari 1941 is vervallen, inmiddels achterhaald door de feitelijke omstandigheden.
Samenstelling en werkwijze van de commissie
Een aanvraag tot contingentering van een bepaald artikel (nieuwe contingentering) werd gericht aan de Minister van Economische Zaken (zie paragraaf 1.1. voor de verschillende naamswijzigingen van dit departement).
De Afdeling Nijverheid van dit departement onderzocht de aanvrage en gaf deze (voorzover genoemde afdeling resp. het departement niet zelfstandig de aanvrage had afgewezen) aan de Commissie van Advies Crisisinvoerwet door met een verzoek om advies. Bij dit doorgeven werd de aanvrage voorzien van een reeks van gegevens, samengevoegd tot een "documentatienota".
Wat bestaande contingenteringen betreft, zond de Afdeling Nijverheid ongeveer drie maanden voordat een contingenteringsperiode eindigde, aan de Commissie van Advies een documentatienota, waarin de toestand van de beschermde industrie werd uiteengezet en tevens een overzicht werd gegeven van de gebleken voordelen of van de ondervonden nadelen.
Voor het onderzoek van de verschillende artikelen splitste de commissie zich in een aantal subcommissies, in de regel bestaande uit drie leden.
Deze subcommissies lieten zich voorlichten door besprekingen (hearings) met een min of meer uitgebreide groep van belanghebbenden, en door besprekingen in kleiner verband. Bij een aanvrage om een nieuwe contingentering bleef een hearing in de regel achterwege, omdat tengevolge van een hearing dikwijls een plotseling stijgende invoer kon worden verwacht.
Daarna werd door de subcommissie een conceptadvies voorgelegd in de plenaire commissievergadering, die op grond daarvan een definitief advies uitbracht aan de minister.
Een advies bestaat na de aanhef uit drie hoofdgroepen, n.l. het objectieve gedeelte, het meer subjectieve gedeelte en de conclusie.
Het objectieve gedeelte bestaat uit twee hoofdstukken, t.w. Documentatie en Statistische positie.
In het hoofdstuk Documentatie worden onder meer de gehouden besprekingen vermeld, met verwijzing naar de bijlagen, waarin de verslagen van die besprekingen zijn opgenomen. Het hoofdstuk eindigt met een gegroepeerd overzicht van de geuite wensen, klachten en opmerkingen, tenzij deze, wat ook dikwijls voorkomt, in een afzonderlijk hoofdstuk, Inzichten van belanghebbenden, worden ondergebracht.
Het hoofdstuk Statistische positie geeft zo nodig aanvullingen op de documentatienota, of een zodanig gegroepeerd overzicht van het beschikbare cijfermateriaal, dat hieruit de werking van de contingentering of van andere invloeden duidelijk blijkt.
Het meer subjectieve gedeelte van het advies bestaat in wezen uit een enkel hoofdstuk, n.l. Standpunt van de commissie.
Dit hoofdstuk wordt gevolgd door de Conclusie, waarin wordt geadviseerd om al dan niet tot contingentering over te gaan.
Bestuursleden van de commissie
Bij K.B. van 30 december 1931, no. 5 werden de volgende commissieleden benoemd:- A. Spanjaard (voorzitter)
- K.C. Honig
- H.A. Kaag
- M.A. van Loon
- L.H. Mansholt
- G. Minderhoud
- F.V. Valstar
- J.B.W.P. Kickert (secretaris)
In 1933 zag de commissie er als volgt uit:- A. Spanjaard (voorzitter)
- G.M. Belzer (waarnemend voorzitter)
- K.C. Honig
- G. Minderhoud
- J.E. de Quay
- A. Groothoff
- G.F.H. Houben
- Sj. Wouda
- K. Brok
- J.B.W.P. Kickert (secretaris)
In juni 1937 verving de heer Belzer de heer Spanjaard als voorzitter van de commissie, en na het toetreden van enkele nieuwe leden in 1938 zag de commissie er tot haar opheffing als volgt uit:- G.M. Belzer (voorzitter)
- K. Brok
- W. Graadt van Roggen
- K.C Honig
- G.F.H. Houben
- J.E. Inckel
- G. Minderhoud
- A. Plate
- J.E. de Quay
- Sj. Wouda
- J.B.W.P. Kickert (secretaris)
Naamswijzigingen van het Departement
Het ministerie dat sinds 1923 Arbeid, Handel en Nijverheid heette, werd per 1 mei 1932 omgevormd tot Economische Zaken en Arbeid. In 1933 werd Arbeid afgesplitst en ontstond Economische Zaken. Op 1 september 1935 werd dit vervangen door Handel, Nijverheid en Scheepvaart, maar per 15 juli 1937 werd het toch weer Economische Zaken tot 1940, toen de naam onder de Duitse bezetting weer Handel, Nijverheid en Scheepvaart werd. De door de Commissie uitgebrachte adviezen zijn dan ook gericht:- tot 1 mei 1932 aan de minister van Arbeid, Handel en Nijverheid;
- van 1 mei 1932 tot 1 juni 1933 aan de minister van Economische Zaken en Arbeid;
- van 1 juni 1933 tot 1 september 1935 aan de minister van Economische Zaken;
- van 1 september 1935 tot 15 juli 1937 aan de minister van Handel, Nijverheid en Scheepvaart;
- van 15 juli 1937 tot begin 1940 aan de minister van Economische Zaken;
- vanaf voorjaar 1940 aan de secretaris-generaal, waarnemend hoofd van het departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart.
Waar in inleiding en inventaris sprake is van "ministerie", "minister" e.d., dient dit dus naar gelang van datum te worden gelezen volgens bovenstaand overzicht.Geschiedenis van het archiefbeheer
Overdracht en openbaarheid
Overbrenging van het archief door het Hoofd van de Afdeling Materieel en Huisvesting van het Ministerie van Economische Zaken naar het Algemeen Rijksarchief heeft plaatsgevonden op 9 juni 1969. De omvang van het archief was bij de overbrenging 24,5 m'. Het archief is openbaar.
Overbrenging van een overheidsarchief
Inhoud en structuur van het archief
Selectie en vernietiging
De volgende onderdelen uit het archief zijn voor vernietiging afgezonderd:- de chronologische serie minuten van uitgaande brieven, waarvan afschriften elders in het archief op onderwerp zijn te vinden
- een schaduwserie uitgebrachte adviezen met daaruit resulterende kamerstukken en K.B.'s (de adviezen zijn in het archief ook op onderwerp te vinden)
- statistisch documentatiemateriaal, vooral betrekking hebbend op het handelsverkeer
- stukken met betrekking tot het bureau van de commissie (huisvesting, aanschaf van kantoorbenodigdheden, en dergelijke)
- ledenlijsten van organisaties in diverse bedrijfstakken
- dossiers van producten waarover de commissie geen advies heeft uitgebracht
- de chronologische serie uittreksels van telefoongesprekken, waarvan de informatie in de uitgebrachte adviezen is verwerkt
- enquêteformulieren, waarvan de informatie elders in het archief is verwerkt
De netto-omvang van het archief bedraagt na bewerking 17,4 m'. Verantwoording van de bewerking
Bij de inventarisatie van het archief is uitgegaan van de aangetroffen zaaksgewijze ordening.
Het grootste gedeelte van het archief werd gevormd door dossiers betreffende de verschillende te contingenteren artikelen.
Deze dossiers bevatten doorgaans een verzoek van de minister om advies uit te brengen, correspondentie met belanghebbenden, verslagen van hearings, de uitgebrachte adviezen, en eventueel de tekst van het KB dat uit een advies is voortgevloeid.
Daarnaast was er een vergelijkbare serie dossiers, het commissiearchief genaamd, met per artikel de verzoeken om advies, de uitgebrachte adviezen, en de teksten van KB's.
Verder bevatte het archief:
- een chronologische serie doorslagen van uitgaande brieven
- een chronologische serie verslagen van commissievergaderingen
- een chronologische serie verslagen van hearings
- een chronologische serie verslagen van telefoongesprekken
- een chronologische serie ingekomen stukken van het Departement
- bureaustukken van verschillende commissieleden
- feitenmateriaal over de economische toestand
- indicateurs van ingekomen en minuten van uitgaande stukken
- kaartsysteem van gecontingenteerde artikelen
- dossiers betreffende diverse onderwerpen, verband houdend met de contingentering en de commissie.
Agenda's van de correspondentie van na 1938 zijn niet aangetroffen, evenmin stukken betreffende benoeming en ontslag van commissieleden van na 1934.
Een in het archief aangetroffen omslag betreffende de Commissie van Bijstand voor de wollen stoffen is afgezonderd.
Aanwijzingen voor de gebruiker
Openbaarheidsbeperkingen
Volledig openbaar.
Beperkingen aan het gebruik
Reproductie van originele bescheiden uit dit archief is, behoudens de algemene regels die gelden voor het kopiëren van stukken, niet aan beperkingen onderhevig. Er zijn geen beperkingen krachtens het auteursrecht.
Materiële beperkingen
Het archief kent geen beperkingen voor het raadplegen van stukken als gevolg van slechte materiële staat.
Aanvraaginstructie
Openbare archiefstukken kunnen online worden aangevraagd en gereserveerd. U kunt dit ook via de terminals in de studiezaal van het Nationaal Archief doen. Om te kunnen reserveren dient u de volgende stappen te volgen:
- Creëer een account of log in.
- Selecteer in de archiefinventaris een archiefstuk.
- Klik op ‘Reserveer’ en kies een tijdstip van inzage.
Citeerinstructie
Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste éénmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld. Daarna kan worden volstaan met verkorte aanhaling.
VOLLEDIG:
Nationaal Archief, Den Haag, Commissie van Advies Crisisinvoerwet, nummer toegang 2.06.065, inventarisnummer ...
VERKORT:
NL-HaNA, Cie. Advies Crisisinvoerwet, 2.06.065, inv.nr. ...
Verwant materiaal
Inventarisnummers van dit archief zijn niet in kopievorm beschikbaar
Bijlagen
Overzicht van geraadpleegde bronnen Hen, P.E. de. Actieve en reactieve overheidspolitiek in Nederland. Amsterdam, 1980. Keesing, F.A.G. De conjuncturele ontwikkeling van Nederland en de evolutie van de economische overheidspolitiek 1918-1939. Nijmegen, 1978.