Op 16 april 1576 sloot Willem van Oranje, mede namens de Staten van Holland, met het plaatselijke Haagse bestuur een overeenkomst. In deze ‘Akte van Redemptie van het Haagse Bos’ werd bepaald dat het bos niet mocht worden verkocht om gekapt te worden.
In tegenstelling tot wat lang is gedacht, mag het bos wel worden verkocht, maar mogen geen bomen worden gekapt. Overigens is dat na inwerkingtreding van deze akte toch geregeld gebeurd en is het Haagse bos veel kleiner dan het ooit was.
‘Alzoe Zijne Princhelicke Excellentie, mitsgaders die Eedelen ende Steden van Hollandt, representerende die Staeten van denselven lande, ...’Met deze formulering begint de akte.
Aanleiding voor dit besluit was het voornemen van de Staten van Holland om de bomen in het Haagse Bos te kappen. Met de opbrengst van de verkoop van hout kon Holland de oorlogsschuld - de Tachtigjarige Oorlog tegen Spanje was aan de gang - aflossen. De akte heeft dit dus voorkomen.
Vlecke van den Haege
De akte spreekt van ‘vlecke van den Haege’ (het dorp) en ‘bosch ende warande’. Warande is de benaming die in de Lage Landen gebruikt werd voor een besloten jachtterrein of lusthof, doorgaans eigendom van een voorname familie. In het geval van het Haagse bos was dit eeuwenlang een geliefd jacht- en wandelgebied van de graven van Holland en de adel. Met het kappen van het bos zou die mogelijkheid verdwijnen. En dat niet alleen. Volgens het stadsbestuur zou het leiden tot de economische en sociale ondergang van Den Haag. En de vernietiging van de instellingen die zorgden voor de armen en zieken: ’t selffde tenderen zoude tot gantssche ruyne ende desolatie van de voorsz. Vlecke van den Haege, ende consequentelicken tot bederffenisse van Gasthuysen, Heiligegeestarmen, Wees- en Leproeshuysen, ende andere miserablen binnen denzelven Haege staende…’ Natuurbehoud was dus niet zozeer het doel.
Staten van Holland
Samen met Willem van Oranje waren de Staten van Holland het college dat hierover besliste. Na 1572 was zij het hoogste bestuurlijke college in het gewest Holland, met afgevaardigden (of gedeputeerden) van de Ridderschap en van de achttien stemhebbende steden in Holland.
De Staten van Holland regeerden dus het gewest Holland: ze vaardigden onder meer wettelijke regels uit, bemiddelden in geschillen tussen diverse partijen in Holland en stelden belastingen in. De Staten waren ook het hoogste niet-juridische beroepsorgaan in Holland. Particulieren en lagere colleges (zoals stadsbesturen) konden zich tot de Staten wenden met verzoekschriften (rekesten) om uitspraken van lagere organen te herzien of aan te vechten. Ook bedreven ze politiek op zowel nationaal als op internationaal niveau. Deze brede bemoeienis van de Staten van Holland is in een groot archief terechtgekomen dat berust bij het Nationaal Archief.
Hof van Holland
De originele akte ontbreekt. Er zijn alleen afschriften bekend. Hoewel je een afschrift zou verwachten in het archief van de Staten van Holland, is dat niet het geval; één exemplaar zit o.a. in het archief van het Hof van Holland. Hoe kan dat? De meest logische verklaring hiervoor is dat Den Haag vroeger uit twee juridische entiteiten bestond. Je had het hofgebied op ‘het zand’. Dus het Binnenhof, Buitenhof, Vijverberg, Kneuterdijk en Voorhout. Hier woonden de graaf of zijn stadhouder, de hofhouding en het personeel van de grafelijke bureaucratie. Dit rechtsgebied en deze personen werden bestuurd door het Hof van Holland.
Daarnaast had je op ‘het veen’ het ambacht Den Haag. Het dorp dat naast het hofcomplex is ontstaan en dat een eigen bestuur had. Omdat dit dorp ook marktrechten bezat, wordt het een ‘vlek’ genoemd.
Beide entiteiten waren belanghebbenden bij de kap van het Haagse Bos en hebben allebei een afschrift van de akte gemaakt. .
Bronnen bij het Nationaal Archief en Haags gemeentearchief
- Archief van de Staten van Holland en West-Friesland, 1572-1795, nummer toegang 3.01.04.01
- Archief Hof van Holland, nummer toegang 3.03.01.01, inv.nr. 44: memoriaal 1572 dec. – 1579 sep., fol. 112-113vo.
- Haags Gemeentearchief (HGA), Oud Archief, nummer toegang 0350-01, inv.nr. 180: verzameling van authentieke afschriften van stukken, ingekomen bij en uitgegaan van de magistraat, 1412-1740, fol. 126-126vo (link) (Van dit inv.nr. is later weer een kopie gemaakt: inv.nr. 181. Daarmee beschikt HGA twee afschriften.)