Een zorgelijke brief over de Binnenlandse Strijdkrachten (1944)

Pieter Gerbrandy spreekt van ‘bedenkelijke elementen’

Gerbrandy over de BS
Alles uitklappen

Eind november 1944 bezoekt minister-president Pieter Gerbrandy het bevrijde deel van Nederland. Met dit bezoek wil hij op een rijtje zetten welke risico’s en gevaren er bestaan in de wederopbouw van Nederland. Gerbrandy bezoekt veel verschillende gemeentes en onderzoekt zo de stand van zaken. Van zijn reis maakt hij een verslag voor Koningin Wilhelmina, die zich op dat moment in Engeland bevindt. Gerbrandy ziet allerlei problemen. ‘Bedenkelijke elementen’ (onbetrouwbare personen) binnen de Binnenlandse Strijdkrachten ziet hij als grootste gevaar.

De Binnenlandse Strijdkrachten (BS)

Op 5 september 1944 worden verschillende verzetsgroepen in Nederland officieel samengevoegd in de Nationale Binnenlandse Strijdkrachten (NBS). Omdat de afkorting doet denken aan de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB), wordt de naam al snel ingekort tot Binnenlandse Strijdkrachten (BS). 

De BS bestaan uit leden van de drie belangrijkste verzetsgroepen: de Raad van Verzet, de Ordedienst en de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers/Landelijke Knokploegen. In de BS zitten echter weinig mensen die echt deel waren van het verzet. Al snel na de oprichting sluiten namelijk veel (jonge)mannen zich aan die tijdens de oorlog niets met het verzet van doen hadden. 

Gerbrandy begint zijn verslag met een uitleg over het programma van de rondreis. Daarna geeft hij een uitleg van de ‘algemeene toestand’. Hij schrijft dat het rustig is in bevrijd gebied, waarbij Gerbrandy een compliment geeft aan de kerk: 

“Hiertoe draagt niet weinig bij dat de inwoners van het Zuiden des lands in overgroote meerderheid geloovig, goedwillend en volgzaam zijn, en op verstandige wijze worden geleid door de Roomsch-Katholieke kerk.” 

In deze periode vertrouwen veel katholieke Nederlanders Gerbrandy niet. Mogelijk geeft hij daarom tijdens deze rondreis extra aandacht aan de katholieke kerk. Zo woont hij de eerste dag na aankomst een mis bij en spreekt hij met de bisschop van Den Bosch. 

Na het opnoemen van de meest en minst getroffen gebieden, somt Gerbrandy de grootste gevaren van dit moment op. Hij noemt de volgende zaken:

  • de ‘moeilijke materieele toestand’
  • de ‘enigszins labiele geestestoestand’ van de bevolking 
  • ‘communistische of soortgelijke actie van provocateurs onder de arbeidersbevolking’ 
  • de gedragingen van de Binnenlandse Strijdkrachten. 

Gerbrandy ziet dat er onder het oppervlak gevaar dreigt. In de rest van het verslag legt hij dit verder uit. 

Kolen, transport, voedsel, kleding, woningen

Gerbrandy benoemt dat de bevolking waarschijnlijk voedsel als grootste probleem ziet, maar dat hij kolen ziet als ‘de hefboom tot het weer op gang brengen van het economisch leven’. Bijna net zo belangrijk is het transport, dat bijna volledig onmogelijk is door kapotte spoorbruggen, die zowel treinverkeer als vervoer te water hinderen. En ook verkeer via de weg is vrijwel geen optie, omdat de Duitse bezetter voertuigen op grote schaal heeft gestolen. 

Door het gebrek aan kolen en transport, vindt de aanvoer en productie van voedsel en kleding amper plaats. Gerbrandy ziet dat de meeste mensen nog genoeg kleding hebben, maar noemt ook dat er wel snel werkkleding nodig is. 

Gerbrandy schrijft ook over de woningen in bevrijd gebied: 20.000 woningen zijn helemaal verwoest en nog veel meer huizen hebben schade. 

De arbeidstoestand

Er zijn harde werkers nodig om de economie weer op te bouwen. Gerbrandy ziet hierbij een probleem, omdat veel Nederlanders lichamelijk en geestelijk uitgeput zijn. Maar er spelen ook andere zaken mee. Zo hebben veel mensen tijdens de oorlog geld verdiend op de zwarte markt, waardoor ze nu nog genoeg geld hebben om een tijdje niet te hoeven werken. Bovendien klagen arbeiders dat ze van hun verdiende geld bijna niets kunnen kopen. Tot slot schrijft Gerbrandy dat veel arbeiders stoppen met hun werk om bij de Binnenlandse Strijdkrachten te gaan.

Na 16 pagina’s komt Gerbrandy bij het grootste probleem dat hij gezien heeft: het gedrag van de Binnenlandse Strijdkrachten. Volgens Gerbrandy weigeren leden van de BS te luisteren naar militair gezag. Ook verrichten ze arrestaties en nemen ze spullen en geld in zonder duidelijke reden. Gerbrandy benadrukt de omvang van dit probleem met uitspraken vanuit de bevolking, waaronder de veelzeggende tekst: 

“Wij zijn bevrijd van de dictatuur van de Duitschers, om te komen onder die van de Binnenlandsche Strijdkrachten.” 

Gerbrandy ziet meerdere oorzaken van dit gedrag. Zo schrijft hij dat er niet op een goede manier is geworven, waardoor ‘bedenkelijke’ personen onderdeel zijn geworden van de BS. Daarnaast staan de BS officieel onder bevel van Prins Bernard. Leden van de BS gebruiken dit feit om militaire bevelen te negeren en hun bevoegdheden op te rekken. Voor wandaden kunnen de leden van de BS bovendien niet berecht worden, omdat zij niet onder militair recht, maar ook niet onder burgerlijk strafrecht vallen. Tot slot noemt Gerbrandy de financiering en de werving vanuit de politie als redenen. 

In het bijzonder vraagt Gerbrandy aandacht voor hoe de BS een risico opleveren voor de reputatie van het ‘Huis van Oranje’ en de Koninklijke familie. De leden van de BS benoemen namelijk regelmatig dat zij onder bevel van Prins Bernhard staan, wanneer zij worden aangesproken op problematisch gedrag. En ze dragen een oranje armband, met daarop groot het woord ORANJE. Onder de bevolking doen verschillende bijnamen voor de BS de ronde, zoals: ‘De O(ranje)-D(ieven)’, ‘de W.A. van den Prins’ en de ‘Witte Terreur’. 

Gerbrandy schrijft niet wie volgens hem de ‘bedenkelijke elementen’ zijn. Toch schrijft hij een aantal dingen die duidelijk maken dat hij het communisme als een bron van de problemen ziet. Zo schrijft Gerbrandy over:

  • Een communistisch tijdschrift, waar hij ook een citaat uit herhaalt. 
  • Andere landen, waar problemen met communisten zijn ontstaan na de bevrijding.
  • Het percentage extreem-linkse verzetsstrijders. 

Gerbrandy adviseert direct ingrijpen, om een omverwerping van de bestaande orde te voorkomen. De houding van Gerbrandy past bij deze periode. Nu het fascisme bijna verslagen is, ziet men het communisme als grootste bedreiging. 

Op pagina 16 en 22 van zijn brief wijst Gerbrandy de Koningin op het gevaar van de BS voor het 'Oranjehuis'. 

Leg uit waarom het gedrag van leden van de BS een risico vormt voor het Koninklijk Huis. Geef in je antwoord twee voorbeelden van de relatie tussen de BS en het Koninklijk Huis.

Brief van Pieter Gerbrandy (1944)
Archief van J.A.W. Burger [levensjaren 1904-1986], 1940-1986 (1992)
2.21.254, inv. nr. 68.
Programma en de ‘algemeene toestand’: scan 2-8
Kolen, transport, voedsel, kleding, woningen, De arbeidstoestand: scan 9-17
De Binnenlandse Strijdkrachten: scan 17-33

Prins Bernhard met enkele leden van de Binnenlandse Strijdkrachten (1945)
Fotocollectie Anefo. 1945. Fotograaf: Willem van de Poll.
2.24.01.03, 900-2492.