Op 2 januari vieren we Openbaarheidsdag. Met het nieuwe kalenderjaar worden weer veel archiefstukken openbaar, die tot dan toe gesloten of alleen onder voorwaarden in te zien waren. Nieuwe verhalen krijgen de ruimte om te worden verteld. Zoals het verhaal van de voordracht voor een koninklijke onderscheiding, toe te kennen aan Raymond Westerling, de meest omstreden Nederlandse officier uit de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog.
Opmerkelijke zaak
Oktober 1949. De Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog is bijna voorbij: de wapens zwijgen. In Den Haag vindt de Ronde Tafel Conferentie plaats die de dekolonisatie van Indonesië definitief moet regelen. In hetzelfde Den Haag werken ambtenaren op het ministerie van Overzeese Gebiedsdelen aan een opmerkelijke zaak: een voordracht voor een koninklijke onderscheiding voor Raymond Westerling. Het geheime verbaal over deze voordracht is vanaf 1 januari 2025 openbaar.
Westerlings gewelddadige optreden in Zuid-Celebes
Westerling is berucht vanwege zijn extreem gewelddadige optreden bij zuiveringsoperaties in Zuid-Celebes (het tegenwoordige Sulawesi) in de periode december 1946 – februari 1947. Met zijn detachement speciale troepen oefent hij een ware contraterreur uit om het Indonesische verzet te breken. Onder het mom van standrechtelijke executies worden duizenden Indonesiërs ter dood gebracht, onder wie vele onschuldigen. Zijn ‘methode’ vindt navolging bij andere eenheden van het Koninklijk Nederlands-Indische Leger op Celebes.
Maar Westerlings optreden is wel effectief. In voormalig Nederlands-Indië en in het bijzonder in legerkringen wordt hij door velen bewonderd. Het is dus niet verwonderlijk dat er is geijverd om hem een koninklijke onderscheiding te bezorgen. Dit gegeven is ook al langer bekend. Deze pogingen zouden steeds zijn gestrand omdat ‘Den Haag’ er om politieke redenen niet aan wilde. Maar uit de voordracht van oktober 1949 blijkt dat dit – althans wat het ministerie van Overzeese Gebiedsdelen betreft – niet helemaal klopt.
De voordracht voor Bronzen Leeuw
De voordracht heeft een lange voorgeschiedenis. Westerlings superieuren dienen in april 1947 het voorstel in om hem te onderscheiden met de Bronzen Leeuw voor zijn optreden in Medan (Sumatra’s oostkust) tussen september 1945 en juni 1946. Als inlichtingenofficier gaf Westerling de Britse legereenheden die Medan hadden bevrijd waardevolle informatie over ‘criminele bendes’ die de streek onveilig maakten. Tegelijkertijd trok hij er als rechtgeaard commando ook alleen op uit om jacht te maken op die bendes en hij slaagde erin om eigenhandig een gevreesde bendeleider gevangen te nemen.
De onderbouwing van de voordracht voor de onderscheiding is mager; officiële gevechtsrapporten of betrouwbare ooggetuigenverklaringen zijn niet te verkrijgen – en gaan voorbij aan aanwijzingen dat Westerling ook zeer gewelddadig is opgetreden. Ook de timing van de voordracht is opmerkelijk want in diezelfde aprilmaand stelt de Nederlands-Indische regering een onderzoek in naar de ‘buitensporigheden’ die in Zuid-Celebes door Westerling en anderen zijn begaan. Desondanks stemmen de hoogste militaire en burgerlijke autoriteiten in met de voordracht en sturen deze door naar Den Haag.
Aangehouden door onderzoek Zuid-Celebesaffaire
Het ministerie van Overzeese Gebiedsdelen lijkt aanvankelijk ook geen bezwaren te zien tegen een decoratie voor Westerling. Ondanks het feit dat berichten over zijn optreden in Zuid-Celebes ondertussen ook in Nederland voor ophef in de pers en de Tweede Kamer hebben gezorgd. Eind augustus 1947 is zijn naam pas op het allerlaatste moment geschrapt uit de lijst van te decoreren militairen in het besluit dat aan koningin Wilhelmina ter ondertekening is voorgelegd. De voordracht wordt aangehouden in verband met het genoemde onderzoek naar de Zuid-Celebesaffaire.
Dit eerste onderzoek pakt voor Westerling gunstig uit. De tegenwoordig veroordeelde ‘methode-Westerling’ kan volgens de onderzoekscommissie door de beugel en is correct toegepast door de naamgever zelf. Wel is er sprake geweest van enkele ‘betreurenswaardige’ excessen in de uitvoering door sommige andere officieren, die daarvoor zouden worden vervolgd. Dit besluit van de Nederlands-Indische regering, genomen in augustus 1948, maakt de weg vrij voor de afhandeling van de voordracht die een jaar eerder in Den Haag was aangehouden.
De adviesaanvraag
Volgens de legerleiding is Westerling geheel vrijgepleit. Hij moet de verdiende Bronzen Leeuw spoedig opgespeld krijgen. Sterker nog: legercommandant Spoor laat onderzoeken of Westerling een hogere onderscheiding (de Militaire Willemsorde) kan krijgen voor heel zijn optreden in Nederlands-Indië, dus ook in Zuid-Celebes en de periode daarna op Java. Maar dit loopt op niets uit, opnieuw vanwege een gebrek aan documenten of verklaringen die de voordracht kunnen ondersteunen. Het blijft dus bij een verzoek aan Den Haag om de eerder aangehouden voordracht af te handelen.
Het ministerie van Overzeese Gebiedsdelen gaat nu niet meer over een nacht ijs. Het vraagt nadere documenten op die de voordracht steviger kunnen onderbouwen. Maar uiteindelijk neemt het ministerie genoegen met een enkele verklaring van een KNIL-officier die tegelijk met Westerling in Medan had gediend. En anders dan in 1947 vraagt het ministerie advies aan de interdepartementale Commissie Militaire Onderscheidingen (CMO). Deze adviesaanvraag – inmiddels is het oktober 1949 – is het onderwerp van het nu openbaar geworden geheime verbaal.
De CMO schrijft verschillende personen aan die mogelijk nadere verklaringen kunnen geven over Westerlings optreden in Medan. De binnengekomen reacties zijn niet onverdeeld gunstig. Het zal daarom altijd een interessante vraag blijven hoe de commissie uiteindelijk zou hebben geadviseerd. De voordracht is namelijk nog bij de CMO in behandeling als Westerling in januari 1950 zelf zijn glazen ingooit.
De coup tegen regering Soekarno
Westerling is in januari 1949 gedemobiliseerd, zonder lintje, met alleen een bijzondere tevredenheidsbetuiging van generaal Spoor. Maar zijn rol in het dekolonisatiedrama is dan nog niet uitgespeeld. Op 23 januari 1950, nog geen maand na de soevereiniteitsoverdracht, pleegt hij met oude strijdmakkers een coup tegen de regering van president Soekarno. Deze mislukt. Westerling weet aan gevangenneming te ontkomen. Hij ontvlucht Java met behulp van Nederlandse autoriteiten die ernstig in verlegenheid zijn gebracht door de betrokkenheid van Nederlandse oud-militairen en gedeserteerde KNIL-soldaten.
De Nederlandse regering veroordeelt de couppoging en vaardigt een arrestatiebevel uit tegen de voortvluchtige Westerling. Enkele maanden later informeert de CMO bij het departement hoe ze met de ingediende voordracht moet handelen, ‘gelet op de omstandigheden waarin deze vroegere officier van de K.N.I.L. tegenwoordig verkeert.’ Opmerkelijk genoeg menen de betrokken departementsambtenaren dat de commissie daar niets mee te maken heeft: ze moet enkel advies uitbrengen, waarna het aan de minister zou zijn om een beslissing te nemen.
Telefoontje voor de minister
De voorzitter van de CMO, generaal b.d. Van Voorst tot Voorst, neemt geen genoegen met dit antwoord en belt hoogstpersoonlijk minister Johan van Maarseveen op. Deze antwoordt dat de voordracht niet verder moet worden behandeld. In de schriftelijke bevestiging neemt Van Maarseveen afstand van de eerdere reactie van zijn ambtenaren, die buiten hem om was verstuurd. De regering heeft immers de coup van Westerling ten sterkste veroordeeld en verklaard dat hij, mocht hij Nederlands grondgebied betreden, onmiddellijk gearresteerd zou worden. Om die redenen is ‘de Regering uiteraard niet voornemens enige voordracht tot het verlenen van een militaire onderscheiding aan ex-kapitein Westerling te doen.’
Daarmee is de voordracht definitief van de baan. De adviesaanvraag wordt teruggestuurd aan het departement van Overzeese Gebiedsdelen en in het geheime verbaal opgeborgen. Westerling wordt in maart 1952 op een Nederlands schuiladres gearresteerd en voorgeleid aan de rechter-commissaris in Amsterdam. Maar hij is nog diezelfde dag vrijgelaten, waarna hij weer van de radar verdwijnt. Westerling is nooit vervolgd, noch voor zijn misdaden in Zuid-Celebes, noch voor zijn aandeel in de coup van januari 1950.
Bronnen
Nationaal Archief
2.10.36.04 Koloniën openbaar verbaal, inv.nr. 4016, Verbaal 30 augustus 1947 nr. 14
2.10.36.52 Koloniën geheim verbaal, inv.nr. 153-154, Verbaal 17 oktober 1949, Letter K 62
2.13.184 Militaire onderscheidingen, inv.nrs. 170, 175, 177, 201, 204