De dreigingen in Europa worden groter. Nederlanders moeten daarom genoeg in huis halen om zichzelf minimaal 72 uur te kunnen redden in tijden van oorlog en rampen. Een boodschap die we begin jaren zestig ook te horen kregen. Niet iedereen zat toen op deze campagne te wachten.
Koude Oorlog
De Tweede Wereldoorlog ging bijna naadloos over in de Koude Oorlog; een periode (1945-1991) van politieke spanning en militaire dreiging tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Er ontstond een (kern)wapenwedloop tussen de Sovjet-Unie en het Westen. De Koude Oorlog dreigde daarmee te ontbranden in een nucleaire oorlog. De regering besloot Nederlanders daarom voorlichting te geven over hoe te handelen in zo’n (dreigende) oorlogssituatie.
Wenken om te overleven
In oktober 1961 krijgen miljoenen Nederlandse huishouden de brochures Wenken voor de bescherming van uw gezin en uzelf en de Toelichting op de wenken op de deurmat bezorgd. In de folders staan adviezen over wat te doen in geval van een (nucleaire) aanval. Ook is beschreven wat mensen aan noodvoorraad in huis moeten hebben om de eerste tijd na een atoombomexplosie zonder hulp van buitenaf te overleven. De toelichting bevat illustraties van schuilende mensen onder een keldertrap of bureau.
IJzeren voorraad van voedsel
Aangeraden wordt een zogenaamde ‘ijzeren voorraad’ van levensmiddelen aan te leggen. Zo moeten mensen altijd, per persoon: 1 kg biscuits, 1 kg rijst, macaroni of spaghetti, 4 blikjes gecondenseerde melk, 1 kg aardappelmeel, 1 kg suiker, 750 g slaolie, 1 kg groene erwten, 1 liter soep en een halve liter vruchtensap in blik in voorraad hebben. Eventueel aangevuld met conserven en bouillonblokjes in blik. Vergeet vooral de blikopener en een klein kooktoestel niet! De kosten worden geschat op fl. 15,- p.p.
Naast de ijzeren voorraad zijn water, een verbanddoos, kaarsen, lucifers, een zaklantaarn met reservebatterijen en -lampjes, zand en emmers (nodig bij brand) onmisbaar om in huis te hebben. Een signaalfluit en gereedschap, zoals een zaag en een bijl, zijn ook handig als het door een instorting niet lukt om zelf uit de schuilplaats te komen.
Reacties
Na ontvangst van de folders schrijven verschillende Nederlanders een brief aan de minister van Binnenlandse Zaken. Deze brieven worden bewaard bij het Nationaal Archief. De adviezen over schuilen in een kelder zijn volgens veel briefschrijvers waardeloos als je in een flat of een bovenhuis woont. Een Amsterdammer denkt dat ‘het beter is te leven onder dictatuur dan dood te zijn in een democratie’. Hij kan geen van de adviezen in de praktijk brengen, omdat zijn woning daarvoor ongeschikt is en vraagt een aan zijn behuizing aangepast advies.
Een inwoner van Apeldoorn meldt dat twee oorlogen genoeg zijn in een mensenleven en dat ze een derde niet aanvaardt. De gemeente Apeldoorn neemt contact op en hoort dat de briefschrijfster absoluut niet gelooft ‘aan enige mogelijkheid tot bescherming tegen de gevolgen van kernwapenaanvallen’. De gemeente denkt met een ‘verstokt PSP geval’ (Pacifistisch Socialistische Partij, red.) te maken te hebben.
Ook zijn er mensen die niet weten hoe ze een noodvoorraad moeten betalen: ‘Wij hebben nu al te kort en hebben hoogstens tweemaal per maand een stukje vlees en dan zijn het ook nog eens speklappen.’ De brochure roept ook angst op: ‘Toen mijn dochtertje hoorde waar dit pakket voor was, werd ze wit en sloeg de schrik om haar hartje [..] Als je dat als ouder ziet dan krimpt je hart ineen. Van welke kant het ook komt het is en blijft moord op grote schaal.’
Protestactie
In Amsterdam roepen studenten in oktober 1961 iedereen op de brochure terug te sturen aan de minister. Volgens de protestbrief geeft de folder valse voorlichting en valse hoop, omdat leven na de atoombom onmogelijk is. Tegen de radioactieve deeltjes (fallout) is veel minder te doen dan de folder suggereert. Een schuilplaats is nooit hermetisch af te sluiten. Bovendien zijn de bommen er eerder dan het alarm, aldus het manifest.
Geen vervolg
Uit onderzoeken in 1961 en 1962 blijkt dat minder dan een derde van de ondervraagden de folder nuttig vindt. Maar 20% legt een noodvoorraad aan. Velen vinden de voorzorgsmaatregelen naïef en onuitvoerbaar. Ook de reacties in de pers zijn kritisch. Er komt dan ook geen vervolg op de campagne.
Of toch wel?
De tegenwoordige adviezen (te vinden op denkvooruit.nl) gaan nog steeds uit van zelfredzaamheid en een noodpakket. Het gaat niet alleen om een oorlogsdreiging. Ook natuurrampen, uitval van elektriciteit of drinkwater en andere calamiteiten vragen om voorzorgsmaatregelen. Ondertussen heeft ongeveer een derde van de bevolking een noodpakket in huis. Hopelijk hoeven we dat nooit aan te spreken.
Verder onderzoek doen?
Bekijk dan:
Rijksvoorlichtingsdienst, 2.03.08, inv.nr. 3422
Ministerie van Binnenlandse Zaken, 2.04.5051, inv.nr. 624