De burgeroorlog in voormalig Joegoslavië heeft 250.000 slachtoffers gekost. De stad Srebrenica wordt op 11 juli 1995 het ijkpunt voor de oorlog. Bosnisch-Servische troepen van generaal Ratko Mladic lopen die dag de ‘veilige VN-enclave’ Srebrenica onder de voet. Wat volgt is een massamoord op ruim 8.000 Bosnische mannen en jongens. Direct na de burgeroorlog start de Verenigde Naties (VN) een onderzoek naar oorlogsmisdaden die voor het dan al opgerichte Joegoslaviëtribunaal komen.
Onderzoek
Begin 1996 staat een groep Finse onderzoekers in Bosnië op een veld bij Zvornik, een stad ongeveer halverwege op de weg van Tuzla naar Srebrenica. Er liggen slachtoffers begraven van de massamoord die de zomer daarvoor plaatsvond. In de buurt bij Kravica liggen naar schatting nog stoffelijke resten van honderd mensen boven de grond.
Onderzoeksleider Helena Ranta rapporteert aan de Nederlandse regering. Want Finland heeft de experts voor het onderzoek naar oorlogsmisdaden, maar Nederland levert het geld voor de kosten. En die lopen snel op; voordat het team van Ranta kan beginnen, moet het eerst mijnen laten ruimen.
En er is ook nog de kwestie van het forensisch onderzoek en het bewaren van de lichamen. Die worden dan nog opgeslagen in verlaten mijngangen bij Tuzla. Een paar jaar later staat daar een gloednieuw en modern mortuarium en laboratorium.
Tribunaal
Het onderzoek heeft grote betekenis voor de rechtszaken die gevoerd gaan worden bij het Joegoslaviëtribunaal in Den Haag. En vooral ook voor de nabestaanden die nu, dertig jaar later, nog steeds op zoek zijn naar hun man, broer, vader, zwager, vrienden.
De Nederlandse regering onder leiding van premier Wim Kok (augustus 1994 – juli 2002) voelt een zware verantwoordelijkheid. Want dat had het jaar daarvoor Dutchbat III gestuurd, voor de bescherming van de burgerbevolking in de enclave. Het bataljon was daar onder de vlag van de Verenigde Naties, maar met een slecht mandaat en zonder de beloofde luchtsteun. En werd ooggetuige van, en volgens sommige nabestaanden en onderzoekers medeplichtig aan, de grootste moordpartij in Europa na de Tweede Wereldoorlog.
Verantwoordelijk
‘Als het gaat om de vraag wie verantwoordelijk waren: dat waren niet de Nederlanders. Wij zijn geen moordenaars. Wij willen wel onze hulp aanbieden bij het opbouwen van een toekomst. Als u dat wilt, kunnen wij samenwerken,’ zegt Wim Kok op 12 juni 2002 in Tuzla, bij zijn laatste buitenlandse bezoek als minister-president aan Bosnië-Herzegovina.
Op dat moment heeft de Nederlandse regering al geld ter beschikking gesteld voor identificatie, herstel en verzoening. Tussen 1995 en 2001 legt het kabinet ruim 26 miljoen euro op tafel voor projecten die direct te maken hebben met Srebrenica. In 2002 volgt er nog eens 4 miljoen. Dat lijkt veel geld, maar het voormalige Joegoslavië is op dat moment zwaar beschadigd en telt naar schatting ruim 2 miljoen mensen die op de vlucht waren geslagen van huis.
Persoonlijk
Kok trekt zich Srebrenica persoonlijk aan, zo zegt hij later herhaaldelijk. Daarom probeert het kabinet op verschillende terreinen betrokken te zijn bij de wederopbouw, zo blijkt uit het archief van de Nederlandse ambassade in Sarajevo die in 1996 opende. Ook wil de premier vooral niet in het zicht van iedereen een soort boete te doen.
Het bezoek in juni, samen met de toenmalige minister van Ontwikkelingssamenwerking Eveline Herfkens, was zorgvuldig voorbereid door de ambassade en ambtenaren van Buitenlandse Zaken in Den Haag. Het is velen een persoonlijk sterk gevoelde wens om verantwoordelijkheid te nemen. In zijn nadagen als premier kan Kok ook het nieuwe mortuarium en laboratorium zien. Nederland is naast de Verenigde Staten de grootste financier. Kok treedt ook toe tot de raad van toezicht van de International Commission on Missing Persons.
Nasleep
Politiek was ‘Srebrenica’ te ontvlambaar geworden. Een onderzoek door het NIOD, Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, geeft de aanleiding voor het aftreden van het kabinet. In juli 2002 treedt Jan-Peter Balkenende aan als premier van de CDA/LPF/VVD-coalitie. In 2015 komen de toenmalige hoofdrolspelers bij de VN-besluitvorming rond Srebrenica samen in Den Haag om te bespreken wat beter moet. In 2017 veroordeelt het Joegoslaviëtribunaal Ratko Mladic tot levenslang wegens genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven. Mede dankzij het identificatiewerk van teams als dat van Helene Ranta. De Val van Srebrenica is inmiddels toegevoegd aan de Canon van Nederland.
Bronnen bij het Nationaal Archief
2.05.404 Inventaris archief NL diplomatieke vertegenwoordiging in Bosnië-Herzegovina. 1994 – 2013. (grotendeels openbaar)
2.02.28 Inventaris van het archief van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (1849) 1945-2010. (openbaar)