Inhoud
Het archief van Willem Drees heeft betrekking op zowel zijn hele loopbaan, inclusief nevenfuncties, als zijn privéleven. De archivalia omvatten correspondentie, dagboeken, notitieblokken, agenda’s, nota’s, verslagen van vergaderingen en knipsels. Drees’ archief bevat daarnaast een groot aantal eigen artikelen en teksten van inleidingen en colleges, alsmede stukken betreffende enkele boekpublicaties, waaronder zijn (postuum verschenen) autobiografie.
Drees werkte in 1947 en van 1950 tot 1953 in Indonesië, in de periode in aanloop naar en vlak na de zwaarbevochten soevereiniteitsoverdracht in 1949. Dit archief bevat correspondentie en notities uit die tijd over de situatie in Indonesië en latere stukken over deze episode, ook met betrekking tot de rol die Drees sr. hierin speelde als minister-president.
De hoeveelheid materiaal uit zijn vroege loopbaan is relatief beperkt, en betreft vooral correspondentie. Zijn bekendheid dankt Willem Drees, naast zijn hoedanigheid van ‘zoon van’, vooral aan zijn jaren als politicus. De stukken uit zijn tijd bij DS’70 omvatten correspondentie, nota’s, partijorganen, teksten van spreekbeurten van Drees in de Tweede Kamer en de Haagse gemeenteraad en correspondentie en beschouwingen uit later jaren.
Bij het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP) berust het partij- en fractiearchief van DS’70, alsmede persoonsarchieven met betrekking tot de partij van onder meer W. Drees jr. en J.M. Drees.
Ook ten aanzien van zijn ministerschap nemen latere beschouwingen een centrale plaats in, vooral met betrekking tot de breuk in het kabinet-Biesheuvel die hier vroegtijdig een einde aan maakte. Het archief bevat tevens een omvangrijke reeks notieblokken, die zijn gehele politieke loopbaan beslaat en hier ook voornamelijk betrekking op heeft.
Als fractievoorzitter van DS’70 vertolkte Drees het geluid van een middenpartij met enkele duidelijke stokpaardjes: selectief autogebruik en streng parkeerbeleid; gedegen openbaar vervoer; vóór het profijtbeginsel (de gebruiker betaalt) en het terugdringen van (indirecte) subsidies (zoals lage collegegelden); kritisch op de onevenredige invloed van belangengroepen ten opzichte van het algemeen belang. Veel van deze onderwerpen keren vaak terug in inleidingen en artikelen van Drees, ook van vóór en na zijn politieke loopbaan. Ook over zijn eigen vakgebied, de overheidsfinanciën, bleef Drees zo nu en dan publiceren. Vaak terugkerende onderwerpen op dit terrein zijn de AOW en de financiering van het wetenschappelijk onderwijs.
Tijdens de bezetting gedurende de Tweede Wereldoorlog was Drees actief in het verzet. Het archief bevat het origineel van het dagboek hierover dat hij in mei 1945 opstelde, dat later in beperkte oplage is gedrukt. Drees bleef zich, onder meer via ingezonden brieven, zijn leven lang uitspreken over de bezetting en hieraan gerelateerde onderwerpen. Hetzelfde geldt, in iets mindere mate, voor de onafhankelijkheid van Indonesië en Suriname.
Dit archief bevat tevens archief dat is gevormd door Drees’ echtgenote, A.E. Drees-Gescher en enkele andere familieleden. Het betreft onder meer correspondentie, bijvoorbeeld omtrent zijn overlijden.
Verantwoording van de bewerking
Bij de bewerking is de door Willem B. Drees aangebrachte indeling in grote lijnen gehandhaafd. Hij had het archief voor een deel op thematische gronden geordend. Deze ordening is aangehouden en uitgebreid, resulterend in een rubriek met ‘aandachtsgebieden’ (A2.2). De meeste van deze rubrieken/bestanddelen bestrijken een lange periode en bevatten tevens (enkele) stukken uit Drees’ tijd als politicus of een andere functie. Een deel van de correspondentie is herschikt en alfabetisch (in plaats van chronologisch) geordend. Het archief bevatte door Drees jr. gevormde series met teksten van publicaties en inleidingen. Deze series zijn goeddeels intact gelaten, maar veelal aangevuld met losse stukken die elders in het archief zijn aangetroffen. In het archief zoals dat aan het Nationaal Archief werd overgedragen zat het materiaal van de verschillende archiefvormers door elkaar. In de huidige toegang zijn de betreffende stukken, uitzonderingen daargelaten, ondergebracht bij de respectieve personen. Archief gevormd door W. Drees sr., C. Drees-Hent en Jan Drees is, behoudens de van W. Drees jr. en Erica Drees-Gescher ontvangen stukken, verplaatst naar het archief van W. Drees sr., dat eveneens berust bij het Nationaal Archief (toegangsnummer 2.21.286).