2.19.138 Inventaris van het archief van de Nederlandse Sport Federatie (NSF), 1959-1993

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Ik heb het begrepen

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

In 1959 vindt na jaren van voorbereiding herstructurering van de Nederlandse sportwereld plaats. Het Nederlands Olympisch Comité (NOC), dat tot dat moment fungeert als overkoepelend orgaan van de Nederlandse sport, zal zich voortaan uitsluitend met Olympische aangelegenheden bezighouden. De vele niet-Olympische werkzaamheden van het NOC worden de taak van een nieuwe organisatie. Op 24 januari 1959 ontstaat de Nederlandse Sport Federatie (NSF). De eerste voorzitter is K.J.J. Lotsy. Hij overlijdt nog hetzelfde jaar en wordt opgevolgd door A.Feith, die tot 1977 voorzitter blijft. W. van Zijll is de eerste secretaris tot 1981 naast S.C. Bakkenist als penningmeester tot 1976. De NSF vestigt haar kantoor in Den Haag aan de Laan van Karnebeek tot de opening van het Nationaal Sport Centrum Papendal in 1971, dan verhuist ze haar kantoor naar Papendal.
De NSF is een federatie met als leden sportbonden, levensbeschouwelijke sportkoepels en andere overkoepelende sportorganisaties of aan sport gerelateerde organisaties (bijvoorbeeld de Koninklijke Vereniging van Leraren en Onderwijzers in de Lichamelijke Opvoeding). In de beginjaren functioneert de NSF vooral als 'werkgroepenfederatie'. Werkgroepen ontstaan onder andere op het gebied van training, opleidingen en conditietraining.
Een stroomversnelling in de groei van de NSF wordt veroorzaakt door de komst van de voetbaltoto in 1961. De NSF, medebeheerder en medeverdeler van de gelden, kan de sportbonden meer financiële armslag geven. De NSF ontwikkelt zich tot de vertegenwoordiger en belangenbehartiger van de totale Nederlandse sport. Ze ontwikkelt beleid, verleent diensten en coördineert tussen sportorganisaties onderling en tussen sport en overheid en bedrijfsleven.
Op 6 november 1963 wordt de grond voor het Nationaal Sport Centrum Papendal door de gemeente Arnhem overgedragen aan de NSF. Prinses Beatrix verricht de officiële opening op 7 mei 1971. Papendal wordt een nationaal centrum voor training, opleiding, wetenschappelijk onderzoek en ontmoeting. Papendal is een onderdeel van de NSF en vanaf 1993 van NOC*NSF. Voor de exploitatie van Papendal wordt in 1999 een BV opgericht. NOC*NSF bezit het aandelenpakket en het onroerend goed. Gestart als echt sportcentrum heeft Papendal zich in de loop der jaren uit economische overwegingen ook gericht op het bedrijfsleven.
Nadat aan het eind van de jaren tachtig een fusiepoging tussen NOC en NSF mislukt, is op 1 juli 1993 de fusie tussen NOC en NSF een feit. Het Nederlands Olympisch Comité*Nederlandse Sport Federatie (NOC*NSF) is de bundeling van de georganiseerde sport in Nederland. Anno 2003 zijn 90 landelijke sportorganisaties aangesloten. Ze vertegenwoordigen samen bijna 30.000 verenigingen en circa 4,8 miljoen georganiseerde sporters.

Bronnen

Literatuurlijst. Dit overzicht is niet uitputtend:
  • M. van Bottenburg, Verborgen competitie. Over de uiteenlopende populariteit van sporten, Amsterdam, 1994.
  • M. van Bottenburg, Van Pro tot Prof. 50 jaar lokaal sport- en recreatiebeleid, Dordrecht, 1999.
  • W. van Buuren en P.J. Mol (red.), In het spoor van de sport. Hoofdlijnen uit de Nederlandse sportgeschiedenis, Haarlem, 2000.
  • W. van Buuren en Th. Stevens (red.), Sportgeschiedenis in Nederland, Amsterdam, 1998.
  • M. Derks en M. Budel, Sportief en katholiek. Geschiedenis van de katholieke sportbeweging in Nederland in de twintigste eeuw, Nijmegen, 1990.
  • W. de Heer, Sportbeleidsontwikkeling, 1945-2000, Haarlem, 2000.
  • W. de Heer, Van Sporttoto tot De Lotto. De ontwikkeling van de Stichting Nationale Sporttotalisator van 1960 tot 2003, Haarlem, 2003.
  • D. Pouw, 50 Jaar nationaal sportbeleid. Van vorming buiten schoolverband tot breedtesport, Tilburg, 1999.
  • S. Smit en M. van Bottenburg, Visies op sportontwikkeling, Haarlem, 1998.
  • R. Stokvis, Strijd over sport. Organisatorische en ideologische ontwikkelingen, Deventer 1979.
  • C. Vollebergh, Er een sport van maken. Het ontstaan van de Nederlandse Sport Federatie 1946-1959. Een gevecht van de Nederlandse sportwereld met de overheid om de erkenning van sport als een belangrijk maatschappelijk verschijnsel, doctoraalscriptie, Nijmegen, 1991.
  • J.D. Woldendorp en N.G. Vlot, Van idee tot werkelijkheid. NSF 25, 1959-1984, Den Haag, 1984.
Internetsite:

Geschiedenis van het archiefbeheer

Sportarchieven vormen een belangrijk cultureel erfgoed. Zonder schriftelijke bronnen uit het verleden, is het vrijwel onmogelijk de geschiedenis van de sport in Nederland vast te leggen. Bij sportgeschiedenis kan vooral de wisselwerking en wederzijdse beïnvloeding van sport en maatschappij interessant zijn.
Uit zorg voor het eigen erfgoed ontstonden er bij de sportkoepel NOC*NSF aan het eind van de jaren negentig van de twintigste eeuw vragen over het beheer van het eigen historische archief. Hierop heeft W.F. van Buuren onderzoek verricht naar de wijze waarop NOC*NSF het beheer van het historisch archief het beste zou kunnen organiseren. De belangrijkste uitkomsten van dit onderzoek waren:
  • Het historisch archief van NOC*NSF wordt overgebracht naar het Nationaal Archief
  • Het historisch archief van NOC*NSF zal volledig openbaar zijn
  • De fotocollectie en het historisch archief worden gescheiden. NOC*NSF zal de fotocollectie zelf beheren en bewaren
Het tweede gedeelte van het historisch archief van NOC*NSF, het historisch archief van de Nederlandse Sportfederatie (NSF), was verspreid over verschillende kantoorruimtes van NOC*NSF waar de klimatologische en fysieke bewaarcondities niet optimaal waren. Het archief was slechts rudimentair geordend en een inventarislijst ontbrak. Bovendien waren een aantal fundamentele stukken verdwenen. Vervolgens heeft W.F. van Buuren het archief intellectueel bewerkt. Dit betekende behalve selectie, vernietiging, ordening en inventarisatie ook acquisitie van archiefstukken. Bij het opsporen van ontbrekende archiefstukken, is dankbaar gebruik gemaakt van de kennis en bewaarijver van W. de Heer, decennialang medewerker van NSF. Nadat Van Buuren een inventarislijst had samengesteld, vond op het kantoor van NOC*NSF materiële bewerking van de stukken plaats.
Er zijn ook omissies in het archief. Uit de jaren zeventig ontbreken relatief gezien veel stukken. Verder zijn bijvoorbeeld de verschillende tijdschriftpublicaties van de NSF incompleet. De omissies komen doordat bij de verhuizing van het bureau van de NSF van Den Haag naar Papendal een gedeelte van het archief is weggegooid, maar ook doordat bij de NSF geen structureel beleid voor het historisch archief bestond. Publicaties van de NSF in boekvorm zitten overigens nauwelijks in het archief, ze worden bewaard in de Koninklijke Bibliotheek.
Het archief van het Nederlands Olympisch Comité (NOC) is geïnventariseerd en in 2000 overgebracht naar het Nationaal Archief, waar materiële verzorging van het archief plaatsvond.
In het najaar 2003 is het archief van de NSF overgebracht naar het Nationaal Archief.
Er is een aanvulling uit 2010 bijgevoegd.

De verwerving van het archief

Het archief is door schenking verworven.