Terug naar zoekresultaten

2.15.53 Inventaris van de archieven van de Directie Coördinatie Emancipatiebeleid en taakvoorgangers van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van enige commissies en projectgroepen, 1968) 1978-1988

Voer een zoekterm in
VorigeVolgende

Archief

Titel

2.15.53
Inventaris van de archieven van de Directie Coördinatie Emancipatiebeleid en taakvoorgangers van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van enige commissies en projectgroepen, 1968) 1978-1988

Auteur

Centrale Archief Selectiedienst

Copyright

Nationaal Archief, Den Haag
1994 cc0

Beschrijving van het archief

Naam archiefblok

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: Directie Coördinatie Emancipatiebeleid en taakvoorgangers
SZW / Emancipatiebeleid

Periodisering

archiefvorming: 1978-1988
oudste stuk - jongste stuk: 1968-1988

Archiefbloknummer

S15

Omvang

; 972 inventarisnummer(s) 32,00 meter

Taal van het archiefmateriaal

Het merendeel der stukken is in het.
Nederlands

Soort archiefmateriaal

Normale geschreven, getypte en gedrukte documenten, geen bijzondere handschriften.

Archiefdienst

Nationaal Archief

Locatie

Den Haag

Archiefvormers

Directie Coördinatie Emancipatiebeleid

Samenvatting van de inhoud van het archief

Het archief van de Directie Coördinatie Emancipatiebeleid en taakvoorgangers bestaat uit stukken inzake emancipatiebeleid in het algemeen en de emancipatie van verschillende doelgroepen in het bijzonder. De stukken hebben vooral betrekking op de emancipatie van vrouwen en gaan met name over de bestrijding van onzedelijkheid en seksueel geweld tegen vrouwen en emancipatie op het terrein van arbeid. Daarnaast bevat het archief ondermeer stukken inzake zwangerschap en kinderopvang, emancipatie in onderwijs en vergaderstukken van diverse projectgroepen op het gebied van emancipatiebeleid.

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer
Algemeen
Periode 1978-1981
Het beginpunt van het emancipatiebeleid lag in het jaar 1974. Het kabinet Den Uyl stelde de Nationale Adviescommissie Emancipatie (nadien de Emancipatiekommissie geheten) in. Het advies "Aanzet voor een Vijfjarenplan" van de Emancipatiekommissie werd in 1976 de basis voor het emancipatiebeleid van de Nederlandse rijksoverheid. Bij de kabinetsformatie in 1977 werd besloten de staatssecretaris J.G. Kraaijeveld-Wouters van het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (CRM) te belasten met de coördinatie van het emancipatiebeleid. Doelstelling van haar beleid was vrouwen en mannen meer kansen te bieden hun leven naar eigen inzicht in te richten. Dat wil zeggen het doorbreken van traditionele rolpatronen en het inhalen van achterstanden. De mentaliteitsverandering die hiermee gepaard moest gaan was de reden waarom de coördinatie van het emancipatiebeleid in eerste instantie ondergebracht werd bij het ministerie van CRM. Zo kwam er in 1978 een nieuwe ambtelijke afdeling ter ondersteuning van de staatssecretaris, die belast werd met het ontwikkelen en coördineren van het emancipatiebeleid: de Directie Coördinatie Emancipatiebeleid (DCE).
Periode 1981-1986
Het jaar 1981 wordt vaak als afsluiting van de eerste periode van het emancipatiebeleid beschouwd omdat met het aantreden van het nieuwe kabinet Van Agt (september 1981-mei 1982) een accentverschuiving optrad in het beleid. In plaats van emancipatie op te vatten als een mentaliteitsverandering, werd nu als belangrijkste doelstelling gezien de herverdeling tussen vrouwen en mannen van betaald en onbetaald werk. Een logisch gevolg van deze accentverschuiving was dat de beleidstaak en de ondersteunende ambtelijke afdeling werden ondergebracht bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). De staatssecretaris voor emancipatiezaken werd H. d'Ancona. Tijdens het korte bestaan van dit kabinet werd o.a. een aanzet gegeven tot een conferentie over seksueel geweld en tot het ontwikkelen van een beleidsplan.
Het beleid werd voortgezet door de staatssecretaris van SZW, A. Kappeyne van de Coppello. In 1984 presenteerde zij het concept-beleidsplan Emancipatie. De hoofddoelstelling was het bevorderen van de ontwikkeling van de huidige maatschappij, waarin het sekseverschil nog in zo grote mate was geïnstitutionaliseerd, naar een maatschappij, waarin ieder ongeacht de sekse of burgerlijke staat de mogelijkheid had een zelfstandig bestaan te verwerven en vrouwen en mannen gelijke rechten, kansen, vrijheden en verantwoordelijkheden konden realiseren.
Deze hoofddoelstelling is vertaald in de drie subdoelstellingen:
  • het verzekeren van gelijke rechten van vrouwen en mannen;
  • het bereiken van structurele veranderingen waardoor sekse-verschil niet langer één van de pijlers van de maatschappelijke organisatie vormt;
  • het doorbreken van beeldvorming in termen van mannelijkheid en vrouwelijkheid.
Medio 1985 werd de definitieve beleidsnota gepresenteerd.
Periode 1986-1988
In juli 1986 trad het tweede kabinet Lubbers aan. De coördinatie van het emancipatiebeleid berustte niet meer bij een afzonderlijke staatssecretaris, maar werd onderdeel van de portefeuille van de minister van SZW, J. de Koning. Het Beleidsplan Emancipatie vormde uitgangspunt voor het emancipatiebeleid. Met name werd er meer aandacht besteed aan "Het meisjesbeleid". Doel van dit beleid was de nieuwe generatie meisjes en jonge vrouwen voor te bereiden op een zelfstandig bestaan. Daarbij werd het belang van de samenhang tussen sociaal-culturele en sociaal-economische zelfstandigheid benadrukt. Dit beleid werd uitgewerkt in de nota: "Maatschappelijke positie van meisjes en jonge vrouwen" ( Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Op Gelijke Voet, december 9e jaargang, nummer 5 ) .
Organisatie
Periode 1978-1981
De afdeling Algemene Maatschappelijke Aangelegenheden (AMA) hield zich tot 1978 bezig met het emancipatiebeleid. Hiervoor werd een coördinator aangesteld. AMA maakte deel uit van het Directoraat-generaal voor Maatschappelijke Ontwikkeling (DGMO) van het ministerie van CRM. In 1978 volgde een aparte beleidseenheid de sectie op ( Besluit van de Secretaris-Generaal nr. U 1508 d.d. 26-10-1978 ) ; de Directie Coördinatie Emancipatiebeleid werd ingesteld en maakte eveneens deel uit van het DGMO. De organisatiestructuur ontwikkelde zich in de eerste jaren vanuit een "startstructuur". De verwachting was dat de beleidseenheid in 1981 uitgegroeid zou zijn tot 24 formatieplaatsen. DCE begon met 9 formatieplaatsen, maar al in de loop van 1979 bleek dat het noodzakelijk was om meer menskracht in te zetten voor de beleidsinhoudelijke functies en voor het uitvoeren van het subsidiebeleid.
De directie werd uitgebreid tot 15 formatieplaatsen, bezet door 21 medewerkers, verdeeld over de volgende functies:
  • leiding/coördinatie
  • beleidsmedewerkers
  • medewerkers begrotingszaken en internationale zaken
  • medewerkers secretariaat
  • medewerkers documentatie ( Inventarisnummer 46 )
Organisatieschema 1978
Bron: Inventarisnummer 46
Embedded Image
Periode 1981-1988
In 1981 werd DCE ondergebracht bij het ministerie van SZW. ( Staatsblad 1981, nummer 758 ) Zij werd als een aparte centrale directie in de SZW-organisatie geplaatst. Er vond geen naamsverandering plaats. De gehele formatie werd overgebracht, met uitzondering van 11/2 formatieplaats. Dit in verband met de uitvoering van de Rijksbijdrageregeling Emancipatiewerk, die onder het beheer van CRM bleef. DCE bleef gehuisvest bij het ministerie van CRM, totdat er vervangende ruimte gevonden werd. De verhuizing naar SZW vond pas plaats in 1984. ( Inventarisnummer 47 ) In de loop van 1982 werd er een begin gemaakt met een organisatieverande¬ringsproces. Dit duurde enkele jaren. Voor het onderzoek werden externe organisatie-adviseurs aangetrokken. Het resultaat was een nota over wijzigingen in de organisatie¬structuur en de werkwijze. Daarnaast werd op grond van het projectstaatssecretariaat-emancipatie een begin gemaakt met de opzet van officiële deelprojecten, namelijk: "Vrouwen uit Minderheden", "Vrouw en Werkgelegenheid" en "Vrouwenhulpverlening". In 1984 werden er 5 beleidssecties ingesteld. De functie van de eenheid Subsidie- en Begrotingszaken (SenB) werd zwaarder en veelomvattender doordat alle subsidie- en begrotingszaken door haar werden gepland, uitgevoerd en beheerd.
Bij de DCE constateerde men dat het aantal van 5 beleidssecties te groot was om efficiënt binnen de DCE een samenhangend beleid te kunnen ontwikkelen en uit te voeren.
De secties IV en V werden gebundeld tot een nieuwe sectie IV. Dit vond plaats in 1985.
In 1986 werden de 4 overgebleven secties teruggebracht tot 3 beleidssecties, namelijk:
sectie I algemene, bestuurlijke en juridische aangelegenheden
sectie II sociaal-economische aangelegenheden
sectie III sociale en culturele aangelegenheden
Het formatieplafond voor de DCE werd in 1988 vastgesteld op 27,75 formatieplaatsen. ( Inventarisnummer 46 )
Overzicht van hoofden en plaatsvervangende hoofden:
  • 1978-1979: hoofd: drs. R.G. Deibel; plv. hoofd: mevr. drs. C.A.J. Dijkstra
  • 1979-1987: hoofd: mevr. drs. E.J. Mulock Houwer; plv. hoofd: mevr. drs. C.A.J. Dijkstra
  • 1987-1988: hoofd: mevr. mr. A.M. Steen; plv. hoofd: mevr. drs. C.A.J. Dijkstra
Organisatieschema 1984
Bron: Inventarisnummer 46
Embedded Image
Organisatieschema 1986
Bron: Inventarisnummer 46
Embedded Image
Taakuitvoering
Periode 1978-1981
De algemene doelstelling van de DCE was het ontwikkelen van een samenhangend emancipatiebeleid ( Besluit van de Secretaris-Generaal nr. U 1508 d.d. 26-10-1978 ) . Hiervan werden de volgende subdoelstellingen afgeleid:
  1. het integreren van het emancipatiebeleid in het algemene regeringsbeleid;
  2. het ontwikkelen en bevorderen van mogelijkheden voor ondersteuning en stimulering van het emancipatieproces;
  3. het integreren van emancipatiebeleid binnen het CRM-beleid.
Het emancipatiebeleid was een facetbeleid, dat wil zeggen: het vormde in principe een dimensie in alle beleidssectoren. Direct moest vanuit de emancipatie-invalshoek ingespeeld kunnen worden op de beleidsvorming van andere sectoren binnen en buiten dit departement. Een uitgebreid overzicht van de afgeleide taken is te vinden in het rapport nr. 260A d.d. 11 mei 1978, inventarisnummer 46.
Periode 1981-1988
In 1981 werd DCE ondergebracht bij het ministerie van SZW. ( Staatsblad 1981, nummer 758 ) De hoofdtaak en subdoelstellingen bleven gelijk, maar er werd een gerichte beleidsintensivering op een aantal terreinen in gang gezet in de vorm van projecten, waarin de beleidsontwikkeling gekoppeld werd aan experimentele voorzieningen en instrumenten. Het ging hier om vrouwenhulpverlening, vrouwen uit minderheden en vrouw en werkgelegenheid. Tevens werd er een Beleidsplan Emancipatie ontwikkeld, dat een uitgangspunt vormde voor het emancipatiebeleid.
De DCE was werkzaam op vele terreinen o.a.:
  • het beleid met betrekking tot zelfstandig recht op arbeid en inkomen (bijv. stelselherziening, belastingwetgeving, arbeidstijdverkorting, herintredende vrouwen);
  • antidiscriminatiebeleid (voorbereiding algemene wet, homoseksualiteit);
  • bestrijding van seksueel geweld (projectgroep, ongewenste intimiteiten);
  • vrouwen uit minderheden (o.a. projectgroep);
  • vrouwenhulpverlening (o.a. projectgroep);
  • ondersteuning van de vrouwenbeweging in het algemeen;
  • abortuswetgeving;
  • beleid met betrekking tot onderwijs en vorming van vrouwen;
  • bevordering van vrouwenstudies, onderzoek;
  • juridische kwesties (o.a. alimentatie, naamrecht);
  • ondersteuning ten aanzien van alle parlementaire aangelegenheden, met name contact met de Uitgebreide Commissievergadering (UCV) en de Vaste Kamercommissie voor het Emancipatiebeleid, de Ministerraad en beantwoording van kamervragen;
  • internationale aangelegenheden met betrekking tot de emancipatie (zoals de Raad van Europa en de Verenigde Naties). ( Inventarisnummer 46 )
De DCE beschikte over eigen gelden voor de subsidiëring van emancipatieactiviteiten, experimenten en -voorzieningen. Daarnaast was ze nauw betrokken bij voorlichtingsactiviteiten over het emancipatiebeleid, de produktie van brochures en folders en de voorbereiding van speeches en interviews van de staatssecretaris en minister. Nauwe samenwerking met andere afdelingen, departementen en vertegenwoordiging in commissies behoorden eveneens tot de taak. De belangrijkste zijn hieronder omschreven.
Commissies en projectgroepen
Door het brede takenpakket van de DCE was er een grote variëteit in de commissies, projectgroepen en werkgroepen waarin de DCE was vertegenwoordigd of een coördinatietaak had. Belangrijke commissies op interdepartementaal niveau:
Emancipatiekommissie (EK)/ Emancipatieraad (ER)
De EK werd in 1974 opgericht en opgeheven in 1981. De hoofdtaak van de commissie was, de regering bij het voeren van een samenhangend beleid ter bevordering van de emancipatie te adviseren omtrent de uitgangspunten, doelstellingen, samenhang en vormgeving van dit beleid. De EK bracht gevraagd of ongevraagd advies uit. ( Inventarisnummer 117 ) In 1981 trad de Wet op de Emancipatieraad in werking. Hiermee werd de ER ingesteld, die desgevraagd of uit eigen beweging advies uitbracht over het emancipatiebeleid van de regering en de samenhang van voorzieningen en maatregelen van emancipatiebeleid in het bijzonder. ( Inventarisnummer 142 )
Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid (ICE)
De ICE was in 1977 ingesteld en was belast met: het zich beraden over inhoud, vormgeving en coördinatie van het emancipatiebeleid en daarover -gevraagd of uit eigen beweging- te adviseren aan de regering of afzonderlijke ministers. In de ICE waren alle departementen vertegenwoordigd, zodat het ambtelijk overleg zo breed mogelijk was om het emancipatiefacet in het overheidsbeleid tot zijn recht te laten komen. ( Ministerie van CRM Nota Emancipatieproces van verandering en groei Rijswijk, 1977 ) Bij de formatie van het Kabinet Van Agt II werd besloten de staatssecretaris die met emancipatie belast was ook de hoedanigheid van projectstaatssecretaris toe te kennen. Door de directe verbinding met het lopend beleid en de staande organisatie had de DCE hierbij een centrale positie. Onderstaand is het deelproject Vrouwen en Minderhedenbeleid kort omschreven. De omschrijvingen van de deelprojecten Vrouw en Werkgelegenheid en Vrouwenhulpverlening zijn vermeld op de bladzijden 79 en 81.
Vrouwen-en-Minderhedenbeleid (VEM)
Dit deelproject was gestart in december 1982. Voor het deelproject werd een projectgroep ingesteld, bestaande uit ambtelijke vertegenwoordigers van de verschillende betrokken departementen. De taak bestond uit het door middel van ontwikkelin gsprojecten ontwikkelen van gezamenlijk nieuw beleid, zodat de moeilijke positie van vrouwen uit minderheidsgroepen daadwerkelijk verbeterd kon worden. Er vond tussentijdse rapportage plaats. ( Inventarisnummer 679 )
Overzicht ministers en staatssecretarissen
Kabinet Van Agt I
  • beëdigd: 19-12-1977
  • afgetreden: 11-09-1981
  • minister van CRM: Mevr. M.H.M.F. Gardeniers-Berendsen
  • staatssecretaris: Mevr. J.G. Kraaijeveld-Wouters
Kabinet Van Agt II
  • beëdigd: 11-09-1981
  • afgetreden: 29-05-1982
  • minister van SZW: drs. J.M. den Uyl
  • staatssecretaris: Mevr. drs. H. d'Ancona
Kabinet Van Agt III
  • beëdigd: 29-05-1982
  • afgetreden: 04-11-1982
  • minister van SZW: L. de Graaf
Kabinet Lubbers I
  • beëdigd: 04-11-1982
  • afgetreden: 14-07-1986
  • minister van SZW: drs. J. de Koning
  • staatssecretaris: Mevr. mr. A. Kappeyne van de Coppello
Kabinet Lubbers II
  • beëdigd: 14-07-1986
  • afgetreden: 07-11-1989
  • minister van SZW: drs. J. de Koning
  • staatssecretaris: L. de Graaf
Geschiedenis van het archiefbeheer
Cesuur
De begincesuur is 1978, het jaar waarin de DCE werd ingesteld. Vóór 1978 hield de afdeling AMA zich bezig met het emancipatiebeleid. De lopende zaken en de belangrijkste voorstukken van AMA betreffende het emancipatiebeleid gingen mee naar de DCE. Op 11 september 1981 werden de taken van de DCE overgebracht naar het ministerie van SZW. De archiefbescheiden, die op deze taken betrekking hebben, zijn eveneens overgenomen door SZW. Ze werden hier als eenheid in het archiefdepot bewaard. Als eindcesuur is 1988 aangewezen. De dynamische fase is toen afgesloten en de dossiers zijn overgedragen aan het semi-statisch archief van SZW.
Postbehandeling en toegangen
Bij CRM werden de archiefbescheiden behandeld door de afdeling Post- en Archiefzaken en ingeschreven door middel van het fiche-doorschrijfsysteem en geordend volgens het dossierstelsel met behulp van de code VNG. Hierop was geen toegang aanwezig. De postbehandeling bij SZW gebeurde door de afdeling Kabinets- en Administratieve Zaken. Hier werden de bescheiden eveneens door middel van het fiche-doorschrijfsysteem geregistreerd en geordend volgens het dossierstelsel. SZW gebruikte het Registratuurplan voor het Departement van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 1959. De code was afgeleid van de UDC-code. Voor de periode 1981-1988 was een zeer eenvoudige dossierinventaris aanwezig, waarin de code, het dossieropschrift en de datering vermeld stonden. De dossieropschriften waren zeer summier.
De verwerving van het archief
Overbrenging van een overheidsarchief
De verwerving van het archief
Het archief is krachtens bepalingen van de Archiefwet overgebracht.

Inhoud en structuur van het archief

Selectie en vernietiging De omvang van het archief was 56,5 meter. In eerste instantie bedroeg de omvang 44,5 meter, maar tijdens de bewerking werd vastgesteld dat het archief niet compleet was. Na onderzoek bleek dat er nog 2 meter losse stukken en nog 10 meter dossiers waren op de afdeling van de DCE. De dossiers die over de eindcesuur kwamen, werden afgescheiden (in totaal 1,5 meter). Tijdens de bewerking werden ook archiefbescheiden aangetroffen van de ICE en de Emancipatiekommisie (1 meter). Deze werden overeenkomstig het bestemmingsbeginsel afgescheiden. Het te bewaren gedeelte bedroeg na de bewerking 36 meter. Dat ging weer terug naar het archiefdepot van de beheerder. Te zijner tijd zal het archief worden overgebracht naar het Algemeen Rijksarchief en zal dan openbaar worden. Voor zover bekend was er niet eerder uit het archief vernietigd. Bij de bewerking is gebruik gemaakt van de lijst te vernietigen archiefbescheiden van de Directie Coördinatie Emancipatiebeleid van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, vastgesteld op 2 februari 1989. Er is in het algemeen op dossierniveau geselecteerd, maar indien nodig werd er ook op stukniveau geselecteerd. De dossiers met betrekking tot het verlenen van subsidie, werden bewaard. Dit in verband met de ontwikkeling van het subsidiebeleid. Deze beschrijvingen zijn als een serie Subsidieverlening opgenomen (zie blz. 85). Tevens is een representatief deel van de ingekomen reacties op het Voorontwerp van de Algemene Wet Gelijke Behandeling bewaard. Deze reacties geven een goed tijdsbeeld. ( Inventarisnummer 71 ) Het te vernietigen gedeelte is na toestemming van de beheerder, afgevoerd naar de firma Lignac en Levison B.V. te Apeldoorn. Totaal werd 33% van het archief vernietigd.
Verantwoording van de bewerking
Materiële toestand
De materiële toestand van het archief was goed te noemen. De hechtmechanismen werden uit het te bewaren archiefgedeelte verwijderd. Daarnaast werden de stukken voorzien van zuurvrije omslagen. Hierop werd het inventarisnummer aangebracht. De omslagen werden verpakt in de zuurvrije "Amsterdamse" dozen, die voorzien werden van een etiket met daarop de inventarisnummers.
Inventarisatie
Voor het inventarisschema is de indeling algemeen-bijzonder gekozen. In het archief bevinden zich namelijk series met een algemeen karakter. Dat wil zeggen onderwerpen die het hele archiefvormend orgaan aangaan. In eerste instantie is geprobeerd om de code als uitgangspunt te gebruiken voor het inventarisschema. Hiervan is in sommige gevallen afgeweken omdat:
  • sommige rubrieksaanduidingen niet voldeden aan het criterium van eenheid van verdeling;
  • veel gebruikte codes de lading van de dossiers niet goed dekten;
  • veel dossiers onder een algemene code werden geklasseerd, zodat deze qua toegankelijkheid niet te gebruiken was.
Omdat veel dossiers onder een algemene code werden geklasseerd, is er een concordans gemaakt van de oude code naar het inventarisnummer. Voor het onderdeel "Taakuitvoering" is gekozen voor een onderverdeling in de rubrieken "Emancipatie in het algemeen" en "Emancipatie van verschillende doelgroepen" Deze zijn afgeleid van de functies/taken van de DCE, zoals ze voorkomen in het formatierapport nr. 260A d.d 11 mei 1978, inventarisnummer 46. Van de archiefbescheiden werden vaak verzameldossiers (onderwerpsdossiers), series, facetdossiers en deeldossiers gevormd. Dit is in de inventaris terug te vinden door de vele verzamelbeschrijvingen. De dossiers die slecht in elkaar zaten, werden gesplitst of samengevoegd met andere dossiers. Daarnaast waren er veel losse stukken (2 meter). Deze losse stukken werden toegevoegd aan de reeds bestaande dossiers of indien dit nodig was, werden nieuwe dossiers gevormd. Als aparte archiefvormers, maar met een sterke band naar het DCE-archief toe, werden aangetroffen: de secretariaatsarchieven van de commissies, het archief van de Projectgroep Vrouw en Werkgelegenheid en het archief van de Projectgroep Vrouwenhulpverlening. Deze archieven zijn ook als zodanig in de inventaris opgenomen. De archiefbescheiden van en over ad hoc opgerichte commissies en werkgroepen zijn in het hoofdarchief opgenomen.

Aanwijzingen voor de gebruiker

Openbaarheidsbeperkingen
Volledig openbaar.
Beperkingen aan het gebruik
Reproductie van originele bescheiden uit dit archief is, behoudens de algemene regels die gelden voor het kopiëren van stukken, niet aan beperkingen onderhevig. Er zijn geen beperkingen krachtens het auteursrecht.
Materiële beperkingen
Het archief kent geen beperkingen voor het raadplegen van stukken als gevolg van slechte materiële staat.
Aanvraaginstructie
Openbare archiefstukken kunnen online worden aangevraagd en gereserveerd. U kunt dit ook via de terminals in de studiezaal van het Nationaal Archief doen. Om te kunnen reserveren dient u de volgende stappen te volgen:
  1. Creëer een account of log in.
  2. Selecteer in de archiefinventaris een archiefstuk.
  3. Klik op ‘Reserveer’ en kies een tijdstip van inzage.
Citeerinstructie
Bij het citeren in annotatie en verantwoording dient het archief tenminste éénmaal volledig en zonder afkortingen te worden vermeld. Daarna kan worden volstaan met verkorte aanhaling.
VOLLEDIG:
Nationaal Archief, Den Haag, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: Directie Coördinatie Emancipatiebeleid en taakvoorgangers, nummer toegang 2.15.53, inventarisnummer ...
VERKORT:
NL-HaNA, SZW / Emancipatiebeleid, 2.15.53, inv.nr. ...

Verwant materiaal

Beschikbaarheid van kopieën
Inventarisnummers van dit archief zijn niet in kopievorm beschikbaar

Bijlagen

Overzicht van geraadpleegde bronnen Daalder, prof. dr. H. e.a. Compendium voor Politiek en Samenleving in Nederland. Alphen aan den Rijn: Samson Uitgeverij bv, 1986. Emancipatiebeleid: Verslag over de periode januari 1978 - april 1980. Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk Rijswijk, 1980. Tien jaar emancipatiebeleid in Nederland (1975-1985). Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Den Haag, 1985. Vrouw en Rijk: Het emancipatiebeleid van de Rijksoverheid. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Den Haag, 1986. Staatsalmanak voor het Koninkrijk der Nederlanden. Den Haag: Staatsuitgeverij, 1976-1988.
Lijst van gebruikte afkortingen
AbvaKabo
Algemene Bond van Ambtenaren en Katholieke Bond van Overheidspersoneel
AMA
Algemene Maatschappelijke Aangelegenheden
BiZa
Binnenlandse Zaken
BuiZa
Buitenlandse Zaken
CAFEZ
Centrale Afdeling Financiële en Economische Zaken
CBEON
Centrum Beleidsadviserend Onderzoek B.V.
CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek
CDA
Christelijk Democratisch Appèl
CEC
Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid CRM
CNV
Christelijk Nationaal Vakverbond
COC
Cultuur- en Ontspanningscentrum
CRM
Cultuur Recreatie en Maatschappelijk Werk
D'66
Democraten '66
DCE
Directie Coördinatie Emancipatiebeleid
DG
Directoraat-Generaal
DGMO
Directoraat-Generaal voor Maatschappelijke Ontwikkeling
DOE
Departementaal Overleg Emancipatiezaken
DOOP
Departementaal Orgaan voor Onderzoek en Programmering
EAJ
Experimentele Arbeidsprojecten Jeugdigen
ECE
Economische Commissie voor Europa
EK
Emancipatiekommissie
ER
Emancipatieraad
EZ
Economische Zaken
FIOM
Federatie van Instellingen voor de Ongehuwde Moeder
FNV
Federatie Nederlandse Vakbeweging
IAO
Internationale Arbeidsorganisatie
IAV
Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging
ICE
Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid
IDC
Informatie en Documentatiecentrum
IPM
Instituut voor Psychologisch Marktonderzoek
IWK
Interdepartementale Werkgroep Kinderopvang
KBO
Katholieke Bonden van Ouderen
KPJ
Katholieke Plattelands Jongeren
LC
Landelijk Contact
LSOBA
Landelijke Samenwerking van Organisaties van Buitenlandse Arbeiders
MC
Ministeriële Commissie
NBLC
Nederlandse Bibliotheek en Lektuurcentrum
NKV
Nederlands Katholiek Verbond
NOS
Nederlandse Omroep Stichting
NVAGG
Nederlandse Vereniging voor Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg
O&W
Onderwijs en Wetenschappen
PARAC
Parlementair Automatiseringscentrum
PPR
Politieke Partij Radikalen
PSP
Pacifistisch Socialistische Partij
PvdA
Partij van de Arbeid
RIAGG
Regionale Instelling Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg
SEB
Stafafdeling Externe Betrekkingen
SenB
Subsidie- en Begrotingszaken
SER
Sociaal-Economische Raad
STEC
Stuurgroep Emancipatie CRM
STEO
Stimuleringsfonds Emancipatie Onderzoek
STUT
Stichting Landelijk Studiepunt Vrouw en Werk
SVBK
Stichting Vrouwen in de Beeldende Kunst
SZW
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
UCV
Uitgebreide Commissievergadering
VBEO
Voorlopige Begeleidingsgroep voor Emancipatieonderzoek
VHTO
Vrouwen en Hoger Technisch Onderwijs
VN
Verenigde Naties
VROM
Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
VVD
Volkspartij voor Vrijheid en Democratie
WJW
Werkgelegenheidsprojecten voor Jeugdige Werklozen
WVC
Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur
WVG
Wet Voorzieningen Gezondheidszorg
YWCA
Young Women's Christian Association
Concordans
Oude code Inventarisnummer
.07 89, 677, 876, 877
.07.1 64
.07.11 873-875
.07.125 46, 47, 88
.07.221 83-85
.07.23 1-5, 20-23, 27-44, 74, 128, 129, 133, 184, 186, 187, 191, 205, 206, 208, 209, 211, 214, 215, 217, 219-221
.07.352 45
.07.352.1 54-56, 62, 63
.07.352.11 48, 50, 52, 53
.07.352.18 45
.07.352.6 47, 58
.07.352.62 843
.07.352.65 60
.07.353.3 61, 90-92, 108-116
.07.57 145
.07.58 74, 75, 117-123, 126, 127, 130, 131, 138, 140-142, 144, 148-150, 152-156, 189, 800, 812, 866, 892, 919-921, 925-927
.07.7 65, 203, 344, 671, 672, 700, 706, 762, 771-773, 776, 784-786, 788, 789, 808, 837-841, 863-865, 868, 869, 893, 895
.07.76 66-70, 72, 73, 173, 708, 728
.07.77 15-19, 25, 26, 78, 79, 185, 190, 207, 210, 212, 213, 216, 218
.07.8 107
.07.811 913-918
.07.812.4 93-96, 98-103,
.07.83 145-147, 152, 304, 502, 735, 736, 739, 740, 743, 745, 747-749, 752, 753, 758, 821-823
.07.85 238, 240-247, 249-256, 258-261, 263-270, 272-277, 280-284, 286-291, 293, 296, 301, 302, 305-307, 309-314, 316-318, 320, 323-325, 328-330, 333-335, 337-343, 345-347, 349-352, 354, 355, 357-360, 362, 363, 365, 366, 370-377, 379-382, 384-388, 390-396, 398-400, 402-404, 406, 407, 409, 410, 412-438, 441-453, 455, 457, 458, 461-464, 466-470, 472-476, 478, 479, 481-499, 501, 503-517, 519, 521-527, 529-546, 548-550, 552-557, 559, 561, 562, 564, 566-575, 577-588, 590, 593-602, 604-609, 611-613, 617, 619, 622, 624, 626, 631, 633, 634, 636-661, 663-669, 684, 805, 807, 818, 879, 881, 882, 888, 897, 898, 907
.08.88 759, 760, 831, 832
-1.714.5 774, 775
-1.752.6 158-161, 676, 678, 699, 844
-1.755 693, 695-697, 700, 704, 705, 707, 708, 709, 728, 734, 772, 775
-1.76 491, 515, 516, 621, 711, 713-727, 729, 731, 732, 741, 744, 745, 758, 811
-1.764 304, 450, 458, 479, 491, 495, 515, 516, 725, 728, 729, 732, 733, 735, 736, 738-740, 742, 743, 745, 747-754, 813, 827-829
-1.77 242, 261, 409, 499, 566, 631, 648
-1.826.44 79
-1.83 701, 710, 761, 762, 765, 775, 778, 780, 783, 784, 794-796, 798, 800, 801, 804, 853, 856, 938-943
-1.831.13 792
-1.834 324, 328, 329, 350, 354, 355, 442, 443, 545, 548, 550-557, 559, 561, 562, 572-574, 596, 605, 606, 609, 611-613, 637, 640, 642-644, 655, 656, 768-770, 794, 805, 876, 877, 879, 881, 882
-1.838.16 841
-1.842 692, 835, 836, 861
-1.842.11.02.2 825
-1.842.66 502
-1.842.7 793, 830, 833, 834, 842, 845-848, 851, 857-860, 862
-1.842.771 859
-1.842.86 250, 257, 262, 271, 289, 290, 308, 321, 348, 356, 369, 393, 408, 424, 434, 505, 520, 565, 571, 617, 627-630, 632, 658, 675, 680, 683, 687, 688, 806, 814-818, 821-823, 853
-1.842.98 777
-1.842.991 248, 259, 262, 275, 278, 279, 285, 292, 294, 295, 298-300, 302, 303, 309, 315, 322, 326, 327, 331, 332, 336, 353, 361, 364, 367, 368, 370, 371, 373, 378, 383, 388, 397, 401, 405, 406, 411, 418, 430, 439, 440, 454, 459, 460, 465, 480, 481, 500, 518, 528, 547, 558, 560, 571, 576, 577, 586, 587, 589, 591, 592, 598, 600, 602, 603, 610, 615, 618, 620, 623, 625, 635, 666, 880, 883-891, 896-898, 906
-1.85 6-9, 11-14, 51, 53, 59, 77, 86, 87, 132, 134-137, 162-167, 169, 171, 183, 203, 702, 703, 790, 799
-1.851 870, 871, 911
-1.855 71, 788
-1.855.66 1-5, 15-19, 25, 26, 65-70, 72-75, 81, 82, 90-92, 107, 117-123, 126, 128-131, 138, 140, 173, 241, 243, 245, 246, 251, 254, 256, 264, 270, 276, 281, 282, 296, 301, 309, 310, 317, 339, 343, 344, 352, 358, 359, 363, 365, 377, 380-382, 390, 392, 400, 402, 416, 430, 441, 446, 447, 449, 450, 461, 463, 466, 468-470, 474, 476, 481, 483, 485, 490, 496, 497, 506, 512, 521, 522, 527, 529, 533-535, 543, 575, 578, 582, 584, 586, 600-602, 634, 636, 649, 653, 657, 659, 665, 668, 671, 672, 700, 706, 759, 760, 762, 771-773, 784-786, 789, 808, 812, 831, 832, 837-841, 863-866, 868, 869, 873-875, 892, 893, 895, 906, 919-921, 925-927
-1.88 175-181, 196, 197, 202, 221, 223-237
-1.883.12 133, 185, 191, 203-220
-1.883.17 184, 186-190, 192, 776
Oude codeInventarisnummer

Archiefbestanddelen