Geschiedenis van de archiefvormer
De Rijksrecherche is in 1897 ontstaan uit de Rijksveldwacht. De Rijksveldwacht ontstond bij Koninklijk Besluit van 11 november 1856, en vervulde, naast de al bestaande marechaussee en plaatselijke ordebewakers, een landelijke, burgerlijke politiefunctie. De taken van de Rijksveldwacht omvatten 'het opsporen van misdadigers en het inwinnen van informatiën nopens gepleegde misdrijven'. De functionarissen die deze ambten uitoefenden werden rijksveldwachter genoemd.
Bij Instructie van de minister van Justitie van 29 maart 1897 ontstond de rijksveldwachter-rechercheur, die onder direct, uitsluitend gezag van diens procureur-generaal opereerde. Zo werd deze buiten de normale hiërarchie van de Rijksveldwacht geplaatst. De rijksveldwachter-rechercheur werd later rijksrechercheur genoemd.
Als gevolg van de Politiewet 1993 heeft de Rijksrecherche, als onderdeel van de Nederlandse politie, een eigen plaats gekregen. Artikel 3 vermeldt dat onder ambtenaren van politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, mede worden begrepen de bijzondere ambtenaren van politie, als bedoeld in artikel 43 van die Politiewet. Ambtenaren van de Rijksrecherche worden dan ook beschouwd als "bijzondere ambtenaren van politie”. De positie van de rijksrechercheur is daarmee uniek. Als enig onderdeel van de Nederlandse politie valt de Rijksrecherche onder de verantwoordelijkheid en bevoegdheid van het College van procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie. Dat geldt ook in internationaal opzicht; geen enkel ander land kent een soortgelijke onafhankelijke rechercheorganisatie.
Ook de taak van de Rijksrecherche is, op hoofdlijnen, geregeld in de Politiewet 1993. Taken en werkzaamheden van de Rijksrecherche zijn tussen 1897 en 1997 weliswaar geregeld gewijzigd, de kern van de activiteiten is steeds gelijk gebleven: in opdracht van de procureur-generaal werkzaamheden verrichten, die met het oog op objectiviteit, onafhankelijkheid, vertrouwelijkheid en/of specialistische kennis niet aan derden kunnen worden opgedragen. Dit houdt in dat Rijksrecherche primair strafrechtelijk en disciplinair onderzoek verricht naar gedragingen van (semi-)overheidsfunctionarissen, waarbij de integriteit van de rechtspleging en/of die van het openbaar bestuur in het geding is. Vanuit haar onafhankelijke positie ten opzichte van de politiekorpsen doet de Rijksrecherche ook onderzoeken naar het optreden van politiemensen die tijdens de uitoefening van hun taak geweld hebben gebruikt of nalatig in hun optreden zijn geweest waarbij letsel is ontstaan. Dit omvat ook antecedentenonderzoek bij aanstellingen of benoemingen in vooral recherchefuncties. Daarnaast verricht de rijksrecherche routinematige onderzoeken, die voortvloeien uit de adviserende taak van de procureur-generaal, als fungerend directeur van politie. Deze betreffen aanvragen, intrekkingen, weigeringen en beroepen in verband met beschikkingen inzake de Jachtwet, de Wet wapens en munitie, de Vreemdelingenwet en de Wet op de weerkorpsen. Inmiddels verricht de rijksrecherche deze onderzoeken niet meer. Tenslotte verricht de rijksrecherche routinematige controletaken in het kader van de uitvoering van, in het bijzonder, de Vreemdelingenwet en de Wet wapens en munitie.
Enkele taken zijn in de loop der tijden verdwenen. De belangrijkste hiervan is het verzamelen van politieke inlichtingen, met name in de eerste decennia van het bestaan van de rijksrecherche. Naarmate de procureur-generaal minder taken kreeg in het waken voor de openbare orde en veiligheid, nam deze bijzondere rijksrecherchewerkzaamheid in betekenis af.
De operationele Rijksrecherche kent een hoofdkantoor, gevestigd te Den Haag, en afdelingen onderverdeeld in vier geografische regio’s te weten:
- Noord-Oost in Zwolle (gekoppeld aan de arrondissementen Groningen, Leeuwarden, Assen, Almelo, Zwolle, Arnhem en Zutphen);
- Zuid in Den Bosch (gekoppeld aan de arrondissementen Maastricht, Roermond, Den Bosch, Breda en Middelburg);
- West I gevestigd in het hoofdkantoor in Den Haag (gekoppeld aan de arrondissementen Dordrecht, Rotterdam en Den Haag);
- West II gevestigd in het hoofdkantoor in Den Haag (gekoppeld aan de arrondissementen Alkmaar, Haarlem, Amsterdam en Utrecht).
Behoudens noodzaak is elke operationele afdeling verantwoordelijk voor, en reageert op incidenten binnen het aan haar toegewezen arrondissement. In het hoofdkantoor zijn gevestigd de directie, stafbureau en de afdeling bedrijfsvoering, en de afdeling Recherche Informatie en Specialismen (RIS) met de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE).