2.09.126 Inventaris van het archief van de A-dossiers van het Ministerie van Justitie, 1988-2005 (2017) [DEELS GEANONIMISEERD]

Download inventaris als:PDF|XML Download inventaris Download inventaris Sluiten
Taalgebruik in onze archieven Taalgebruik in onze archieven Sluiten

Zoekhulpen bij dit archief

Archiefvorming

Geschiedenis van de archiefvormer

eindrapport Inzake opsporing, website van het Ministerie van Justitie, Staatsalmanak , RIO’s 131, 153, Encyclopedie van de Rechtswetenschap / H. Franken, P.W. Brouwer, M.E. Verburg, Geschiedenis van het Ministerie van Justitie, deel I.
De eerste voorloper van het huidige Ministerie van Justitie werd in 1798 opgericht. Waarom vond die oprichting pas in 1798 plaats? Dat komt doordat eerst rond die tijd op nationaal niveau bemoeienis met wetgeving en rechtspleging begon te ontstaan. Voor deze tijd werden de taken van Justitie uitgevoerd door de (Staten van) de provincies. Bij KB van 16 september 1815, 1a H. werd de oprichting van het ministerie vastgelegd.
Het Ministerie van Justitie houdt zich bezig met de rechtsorde in alle stadia. Dit omvat onder meer wetgeving, preventie, handhaving, strafoplegging en slachtofferzorg. De minister van Justitie heeft de algemene leiding van het ministerie en draagt op centraal niveau de primaire verantwoordelijkheid voor de beleidsvorming en de formele en lagere wetgeving met betrekking tot het strafrechtelijk beleid. Hij legt hiervoor verantwoording af aan het parlement. De minister wordt ondersteund door de staatsecretaris die belast is met een bepaald deel van het beleid van het departement.
In het begin van de jaren ’90 werd er begonnen met de voorbereiding van een reorganisatie. Het was de bedoeling dat het Ministerie van Justitie tegen het einde van 1995 werkte volgens een nieuw organisatiemodel. Hoofddoel van de reorganisatie was te komen tot een scheiding tussen beleidstaken en uitvoeringstaken. Dit moest ertoe leiden dat de uitvoeringsorganisaties zelfstandiger gingen functioneren. Naast het ministerie werd er in de jaren ’90 ook gereorganiseerd bij het Openbaar Ministerie, de rechterlijke macht en de politie.
In 1991 werd de reorganisatie van de politie ingezet en in 1994 werd deze afgerond.
Bij deze reorganisatie werden de gemeentepolitie en het Korps Rijkspolitie samengevoegd tot de bestaande regiokorpsen en het Korps Landelijke Politiediensten en werd de reservepolitie omgevormd tot de huidige vrijwillige politie. Van 1976 tot 1987 heeft een Staatscommissie Herziening Rechterlijke Organisatie zich beziggehouden met het onderzoeken van een principiële wijziging van de gehele organisatie van de rechtspraak (burgerlijke, administratieve en militaire). De regering wilde de herziening in 3 fases uitvoeren waarvan de eerste fase in 1992 is begonnen met de instelling van bestuurssectoren bij de rechtbanken. Doel van de herziening was:
  • verbetering van de kwaliteit van de rechtsspraak;
  • betere afstemming op de wensen van de burger door grotere toegankelijkheid van de rechter en snellere rechtspraak;
  • scheppen van evenwicht in de organisatie.
Tot de reorganisatie van het OM in de periode 1995-1999 werd het OM aangestuurd door de minister van Justitie en, ieder in hun eigen ressort, de procureurs-generaal. Elk arrondissementsparket had, en heeft nog, aan het hoofd een hoofdofficier van Justitie aan wie de leden van het parket ondergeschikt waren. Vanaf 1995 vond de grote reorganisatie binnen het OM plaats, die op 1 juni 1999 formeel in werking trad.
De beleidsterreinen waar de minister van Justitie verantwoordelijk voor is zijn:
  • burgerlijk recht en handelsrecht, burgerlijke rechtsvordering, internationaal privaatrecht en verdere wetgeving van privaatrechtelijke aard: deelterreinen:
    • Nieuw Burgerlijk Wetboek en invoeringswetten;
    • goedkeuring van internationaal-privaatrechtelijke verdragen;
    • personenrecht en burgerlijke stand;
    • nationaliteitsrecht;
    • rechtspersonen;
  • staats- en volkenrecht, strafrecht en strafvordering en verdere wetgeving van publiekrechtelijke aard: deelterreinen:
    • (vanaf 1985) bestuursrecht;
    • justitiële documentatie;
    • militair recht;
  • de delinquentenzorg;
  • de psychopatenzorg;
  • de reclassering;
  • de jeugdbescherming;
  • de politie;
  • vreemdelingenzaken;
  • de rechtspleging;
  • de rechtshulp;
Bovenstaande taken werden binnen het ministerie uitgevoerd door de volgende directies:
Situatie 1990
Directoraat-Generaal Politie en Vreemdelingenzaken
  1. Politie (directie)
  2. Vreemdelingenzaken (directie)
  3. Criminaliteitspreventie (directie)
Directoraat-Generaal Jeugdbescherming en Delinquentenzorg
  1. Algemene en beleidszaken (afd.)
  2. Psychiatrisch en Psychologisch Adviseurs (bureau)
  3. Delinquentenzorg en jeugdinrichtingen (directie)
  4. Jeugdbescherming en Reclassering (directie)
Directoraat-Generaal Wetgeving
  1. Wetgeving Privaatrecht (stafafd.)
  2. Wetgeving Publiekrecht (stafafd.)
  3. Wetgeving Nieuw Burgerlijk Wetboek (stafafd.)
  4. Algemeen wetgevingsbeleid (stafafd.)
  5. Rechtspersonen, Nationaliteiten en Burgerlijke Staat (hoofdafd.)
Hoofddirectie Organisatie Rechtspleging en Rechtshulp
  1. Algemeen Beleid Rechtshulp (hoofdafd.)
  2. Algemeen Beleid Rechtspleging (hoofdafd.)
  3. Economische Zaken (hoofdafd.)
  4. Organisatie en Informatievoorziening (hoofdafd.)
  5. Personeelszaken (hoofdafd.)
Situatie 2004
Directoraat-Generaal Internationale Aangelegenheden
  1. Internationale Zaken (stafbureau)
  2. Internationale Strafrechtelijke Aangelegenheden en Drugsbeleid (directie)
  3. Vreemdelingenbeleid (directie)
Directoraat-Generaal Rechtshandhaving
  1. Opsporingsbeleid (directie)
  2. Handhaving (directie)
Directoraat-Generaal Wetgeving, Rechtspleging en Rechtsbijstand
  1. Wetgeving (directie)
  2. Strategie Rechtspleging (directie)
  3. Toegang Rechtsbestel (directie)
Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties
  1. Jeugd en Criminaliteitspreventie (directie)
  2. Sancties, Reclassering en Slachtofferzorg (directie)
  3. Bestuurszaken (directie)

Geschiedenis van het archiefbeheer

Bij het Ministerie van Justitie zijn na invoering van dossierstelsel te onderscheiden: A-dossiers, C-dossiers en lettergroep-dossiers. A-dossiers bevatten uitsluitend stukken die betrekking hebben op één zaak, C-dossiers zijn verzameldossiers en lettergroep-dossiers zijn persoons- of objectgebonden dossiers. Het kenmerk op de A-dossiers, bestaat uit de hoofdletter A gevolgd door de afkorting van het jaartal en een volgnummer.
De A-dossiers bevatten zoals genoemd uitsluitend stukken die betrekking hebben op één zaak die voorkomt op een algemene agenda. Het archief was primair geordend op jaar. Secundair was het geordend op dossiernummer. Binnen een dossier is de ordening chronologisch. De dossiers bestaan uit verslagen, rapporten, krantenknipsels en correspondentie betreffende een zaak.

De verwerving van het archief

Het archief is in 2021 door Ministerie van Justitie overgebracht naar het Nationaal Archief, krachtens artikel 12 van de Archiefwet 1995