Geschiedenis van de archiefvormer
Algemeen Historisch Kader
Door de liberalisering in de Sovjet-Unie van Gorbatsjov en de val van de muur in Berlijn stak ook in Joegoslavië het nationalisme de kop op en werden in de diverse deelrepublieken politieke partijen opgericht met een sterke nationalistische inslag. In Bosnië-Herzegovina waren dit de islamitische SDA (Democratische Actie Partij) van Alija Izetbegovic, de SDS (Servische Democratische Partij) van Radovan Karadžic en de HDZ (Kroatisch Democratische Unie) van Stjepan Kljuic, die in feite rechtstreeks aangestuurd werd door Kroatië. De verkiezingen van november 1990 werden een grandioos succes (86% van de stemmen) voor de nationalist Izetbegovic, die vervolgens president werd. In maart 1991 vond er overleg plaats tussen Tudjman en Miloševic over een opdeling van Bosnië-Herzegovina tussen Kroatië en Servië. Karadžic, de leider van de Bosnische Serviërs begon alvast met deze opdeling en riep delen van Bosnië-Herzegovina in het noorden en westen uit tot ‘Servisch Autonome Gebieden’. President Izetbegovic probeerde ondertussen angstvallig de grenzen van zijn land bij elkaar te houden, ook al omdat hij vreesde voor het lot van de moslims.
In 1992 scheidden Slovenië en Kroatië zich, na enkele gevechten, af van Joegoslavië en werden op 15 januari 1992 als onafhankelijke landen door de Europese Unie erkend. Bosnië-Herzegovina stond toen voor de moeilijke keuze om ook de onafhankelijkheid uit te roepen of zich aan te sluiten bij het ‘Groot-Servië’ van Miloševic. De keuze voor onafhankelijkheid betekende ongetwijfeld het kiezen voor een oorlog met Miloševic. Ondanks oproepen tot boycot van de verkiezingen en intimidatiepraktijken stemde de bevolking vrijwel unaniem voor de onafhankelijkheid.
Vanaf de dag waarop de resultaten van het referendum bekend werden gemaakt, 2 maart 1992, stevende Bosnië-Herzegovina, zoals verwacht, rechtstreeks op een burgeroorlog af. Servische paramilitairen namen al snel stellingen in Sarajevo in, en eind maart riep Karadžic in de Servische Autonome Gebieden eenzijdig de Bosnisch Servische Republiek (‘Republika Srpska’) uit. In juni riepen de nationalistische Kroaten van Mate Boban de ‘Kroatische Gemeenschap Herzeg-Bosna’ uit. Servische paramilitairen en Bosnische Serviërs vielen moslims in verschillende steden aan waarbij er doden vielen. Het federale Joegoslavische leger bombardeerde zelfs de stad Zvornik.
Ondanks de zeer gespannen toestand erkende de Europese Unie op 6 april 1992 Bosnië-Herzegovina als een onafhankelijk land. Ondanks de wapenboycot van de Verenigde Naties had het Joegoslavische leger zoveel wapens dat al snel ca. 70% van het Bosnische grondgebied veroverd werd.
De moslims en Bosnische Kroaten vochten aanvankelijk zij aan zij tegen de gemeenschappelijke vijand, maar de Kroaten hadden een dubbele agenda. Ook een opdeling van Bosnië-Herzegovina bij een Groot-Kroatië zou hun ook veel voordelen opleveren. Langzaamaan veranderde hun houding ten opzichte van de moslims en begin 1993 ontstonden er zeer gewelddadige gewapende conflicten tussen de moslims en de Bosnische Kroaten. Deze onderlinge strijd duurde tot 1994; onder druk van de Verenigde Staten besloten de twee vechtende partijen om weer te gaan samenwerken. Ondertussen werd de historische stad Sarajevo door de Serviërs constant aangevallen, wat duizenden mensen het leven kostte. Dit zou uiteindelijke leiden tot militair ingrijpen van de NAVO. In mei en augustus 1995 volgt er een kentering in de strijd toen de Kroaten met Amerikaanse steun de Serviërs uit Kroatië wisten te verdrijven.
Tegelijkertijd nam het geweld in de Krajina, de grensstreek tussen Kroatië en Bosnië, enorm toe. Velen vluchtten richting Servië en de Republika Srpska, achterna gezeten door het Bosnische leger. De Amerikanen vreesden voor enorme vluchtelingenstromen en zetten de Bosniërs onder druk om hun opmars te staken. Ook de val van Srebrenica en de daaropvolgende genocide door de Bosnische Serviërs bracht de strijdende partijen weer aan de onderhandelingstafel en op 21 november 1995 werd het vredesakkoord van Dayton gesloten. Toen pas werd ook goed duidelijk wat de gevolgen waren van de strijd: honderdduizenden doden en gewonden, en meer dan twee miljoen daklozen en vluchtelingen. De hele infrastructuur was verdwenen en elementaire zaken als schoon water, gas en elektriciteit waren bijna niet meer te krijgen.
Na het akkoord in 1995 zorgde de NAVO voor vrede in het gebied. De SFOR-troepenmacht zorgde ervoor dat er eindelijk een vrij stabiele situatie ontstond, en de Verenigde Naties droeg zorg voor een internationale politiemacht (International Police Task Force: IPTF), die de lokale politie weer op de been hielp. De OVSE organiseerde vanaf 1996 de verkiezingen en de UNHCR, de Vluchtelingen organisatie van de VN, kreeg de leiding om de terugkeer van de vele vluchtelingen in goede banen te leiden.
De huidige staat is verdeeld in een deel voor de Serviërs, de Republika Srpska, en een deel voor de Kroaten en de Bosnjakken (Bosnische moslims), de Federatie van Bosnië en Herzegovina, de zogenaamde entiteiten.
Toch hebben alle burgers de mogelijkheid om te gaan wonen waar ze willen. De zwakke centrale regering wordt geleid door een presidium van drie mensen: een Bosnjak, een Kroaat en een Serviër.
De twee entiteiten hebben ieder hun eigen regering, president, leger en parlement. Verder ligt er in het noordoosten nog een apart district rond de stad Brcko, met zelfbestuur, maar wel vallend onder het centraal presidium.
De parlementsverkiezingen van 14 september 1996 gewonnen door de door moslims gedomineerde Partij voor Democratische Actie (SDA), die vervolgens Alija Izetbegovic als president van het driekoppige presidium mocht leveren. In januari 1997 werd de eerste federale Bosnische regering gevormd, waarbij de scheidslijnen tussen de partijen vooral langs etnische lijnen liepen.
Bij parlementsverkiezingen in 1998 konden in de centrale federatie de drie grootste etnische partijen, de Servische Democratische Partij (SDS), de Kroatische Democratische Gemeenschap (HDZ) en de SDA hun meerderheid niet behouden. De SDA vormde toen een coalitie met partijen die van het etnische principe in de Bosnische politiek afweken en die de ontwikkeling van Bosnië-Herzegovina als soevereine en democratische staat voorstonden.
De economische situatie van het land verbeterde ondertussen nauwelijks. Veel jongeren en beter opgeleiden emigreerden liever en veel vluchtelingen keerden niet terug uit het buitenland.
Op 21 juni verlengde de Veiligheidsraad het mandaat van de SFOR-vredesmacht en de 1600 man tellende politiemacht.
In maart 2000 werd er in Brussel een 'donor-conferentie' voor de Balkan gehouden, die de bedenkingen van de internationale wereld over de ontwikkelingen in Bosnië-Herzegovina niet kon wegnemen. Daarvoor verliepen de hervormingen te traag, was er nog veel te veel bureaucratie en werd het land geteisterd door corruptie en smokkelpraktijken op grote schaal. De Hoge Vertegenwoordiger van de EU, Wolfgang Petritsch, onderstreepte herhaaldelijk de noodzaak van staatsvorming. Na de verkiezingen in Kroatië, januari 2000, en de val van Miloševic op 5 oktober, leken de kansen op de door de Europese Unie gewenste staatsvorming dichterbij te komen.
Het Joegoslavië-tribunaal deed van zich spreken met veroordelingen van de Kroatische generaal Blaskic en de Bosnische Kroaten Kordic en Cerkez. Ook werd het proces tegen generaal Radislav Krstic, medeverantwoordelijk gehouden voor de massamoord op ruim 7000 moslimmannen, geopend.
In 2000 keerden meer dan 20.000 vluchtelingen terug naar Bosnië-Herzegovina, maar door de slechte economische toestand bleven ruim 300.000 vluchtelingen vooralsnog in het buitenland wonen. Belangrijk voor de vluchtelingen was de uitspraak van het Constitutioneel Hof dat Serviërs, moslims en Kroaten overal in Bosnië-Herzegovina over gelijke rechten beschikten. Tot dan hadden Serviërs in de Republika Srpska en de moslims en Kroaten binnen de Federatie ieder een aparte status.
Op 22 juni 2000 aanvaardde het parlement de nieuwe regering van de partijloze premier Spasoje Tusevljak, die het herstel van de deplorabele economie als zijn belangrijkste taak zag. In april bleek wederom de verdeeldheid langs etnische lijnen bij lokale verkiezingen en ook de parlementsverkiezingen in november bevestigden dit beeld van politieke steun via etnische lijnen. Geen enkele partij behaalde een absolute meerderheid. De OVSE strafte diverse partijen voor het overtreden van de verkiezingsregels.
Op 14 oktober trad staatshoofd Izetbegovic af, en zijn plaats in het driekoppige staatspresidium werd ingenomen door Halid Genjac van de moslimse PDA.
Op bestuurlijk niveau ging het niet goed in Bosnië-Herzegovina. Begin 2001 werd de Kroaat Ante Jelavic uit het regerende driemanschap gezet vanwege vermeende obstructie van het multi-etnische bestuur. Wolfgang Petritsch, de Hoge Vertegenwoordiger van de internationale gemeenschap, waarschuwde de Bosnische Serviërs dat zij hun obstructie tegen de federale staat Bosnië moesten staken. Politieautoriteiten werden op beschuldiging van corruptie vaak ontslagen.
Zlatko Lagumdzija werd in juli door het regerende driemanschap tot premier gekozen als vervanger van de afgetreden Bozidar Matic. De gematigde Kroaat Jozo Krizanovic trad toe tot het driemanschap ter vervanging van Ante Jelavic.
In november werd voormalig president Miloševic van Joegoslavië beschuldigd van het plegen van genocide begaan tijdens de Bosnische oorlog. Ex-presidente van de Servische Republiek Biljana Plavsic gaf zich vrijwillig aan. In juni werd de van oorlogsmisdaden verdachte Moslim Fikret Abdic gearresteerd.
De Bosnische Serviër Stevan Todorovic werd tot tien jaar celstraf veroordeeld, maar drie Bosnische Kroaten werden in hoger beroep vrijgesproken van de moord op honderden Moslims bij het dorp Ahmici in 1993. De Bosnisch-Servische generaal Radislav Krstic kreeg uiteindelijk 35 jaar gevangenisstraf voor zijn aandeel in de volkerenmoord bij de Moslimenclave Srebrenica. Drie generaals tijdens de oorlog, Hadzihasanovic, Alagic en Kubura, werden naar Den Haag overgebracht.
De sociaal-economische situatie verbeterde in 2001 nauwelijks. Meer dan 80% van de bevolking leefde nog steeds onder de armoedegrens en corruptie en smokkel behoorden tot de belangrijkste economische handelingen. De informele economie omvatte 40 tot 60% van alle economische activiteit. In juni werd de belangrijkste spoorlijn tussen Kroatië en Bosnië heropend.
Meer dan 30.000 vluchtelingen keerden terug naar de Moslim-Kroatische Federatie en 18.000 naar de Servische Republiek.
De VN-Veiligheidsraad verlengde in juli 2002 het mandaat voor de internationale politiemissie. De uit meer dan 1500 man bestaande missie had het trainen van de multi-etnische politie als taak.
Op 12 februari 2002 werd in Den Haag het proces tegen Slobodan Miloševic geopend. Een reeks van vooraanstaande personen werd opgeroepen om tegen de voormalige president van Joegoslavië te getuigen, onder andere Paddy Ashdown en Ibrahim Rugova, president van Kosovo. Ex-presidente van de Republika Srpska Biljana Plavsic wilde echter niet tegen Miloševic getuigen.
In mei 2002 kwam de voormalige, van oorlogsmisdaden verdachte, vice-premier van Joegoslavië Nikolai Sainovic aan in Den Haag. In juli 2002 werd een nieuw massagraf bij Zvornik ontdekt met waarschijnlijk meer dan 100 Srebrenica- slachtoffers.
De verkiezingen voor het federale parlement werden glansrijk gewonnen door nationalistische partijen als de Servische SDS, de Kroatische HDZ en de SDA van de Moslims. Er was opnieuw duidelijk gestemd langs etnische lijnen, wat uiteraard de staatsvorming niet bevorderde.
Op 2 april trad de voorzitter van het leidende driemanschap in Bosnië-Herzegovina, Mirko Sarovic, af vanwege mogelijke betrokkenheid bij illegale wapenleveranties aan Irak. De benoeming van zijn opvolger, Borislav Paravac, bevestigde de verslechterende verhoudingen tussen de etnische groepen.
In juli werden 282 slachtoffers in Srebrenica van het Srebrenica-bloedbad in 1995 herbegraven. De stoffelijke resten van 5000 slachtoffers waren sinds 1995 teruggevonden en 1620 lichamen waren geïdentificeerd.
In november 2003 bezocht de president van Servië en Montenegro, Svetozar Marovic, de Bosnische hoofdstad Sarajevo. Hij bood in het openbaar zijn excuses aan voor misdaden die in de oorlog in Bosnië (1992-1995) door Serviërs waren begaan. Het bezoek maakte deel uit van pogingen om de betrekkingen tussen beide landen te verbeteren.
In oktober overleed de 78-jarige voormalige moslim-president van Bosnië-Herzegovina, Alija Izetbegovic, een van de ondertekenaars van het Dayton-akkoord.
Biljana Plavsic, ex-presidente van de Servische Republiek in Bosnië, werd in februari 2003 door het Joegoslavië-tribunaal veroordeeld tot 11 jaar cel. De Bosnische Serviër Milomir Stakic werd veroordeeld tot levenslang wegens misdaden tegen de menselijkheid. Het was voor het eerst dat het tribunaal levenslang oplegde.
Voor zijn rol in Srebrenica werd de Bosnische Serviër Momir Nikolic tot 27 jaar gevangenisstraf veroordeeld. De Bosnische Serviër Dragan Nikolic kreeg een gevangenisstraf van 23 jaar opgelegd. Nikolic was de eerste verdachte die door het tribunaal in 1994 werd aangeklaagd.
Nog steeds werden massagraven uit de periode van de burgeroorlog blootgelegd, maar men slaagde er nog steeds niet in de twee hoofdverdachten, Radovan Karadžic en Ratko Mladic, te arresteren.
De economie groeide in 2003 met ruim 3%, een daling ten opzichte van 2002. De noodzakelijke hervormingen werden ook nu door etnische rivaliteit gehinderd.
Op 5 oktober 2002 werden opnieuw algemene verkiezingen gehouden, de eerste die door de BiH autoriteiten zelf werden georganiseerd, in plaats van door de OVSE. Ter vergroting van de slagkracht werd het mandaat van de nieuwe bestuurders, zowel op nationaal als entiteitsniveau, uitgebreid van twee naar vier jaar. Het aantal geregistreerde kiezers bedroeg 2,35 miljoen. Opmerkelijk was de daling van aantal geregistreerde out-of-country voters van 230.000 (in november 2000) naar 58.000. Nederland stuurde 15 korte-termijnwaarnemers.
De opkomst was laag, circa 55%. Met name jongeren lieten de stembus links liggen. De uitslag toonde een grote nederlaag voor de multi-etnische en hervormingspartij SDP, leider van de Alliantie voor Verandering. SDA, SDS en HDZ – de drie grote nationalistische partijen die de eerste vrije verkiezingen in BiH in 1990 wonnen en tot 1998 (SDS) respectievelijk 2000 (SDA en HDZ) de binnenlandse politiek in hoge mate domineerden – keerden samen terug in het staatspresidium.
Toenmalig Hoge Vertegenwoordiger (HV) van de VN Paddy Ashdown interpreteerde de uitslag niet als een terugkeer naar het ‘oude’ nationalisme, maar als een protest tegen het gebrek aan verbeteringen die de vorige regering had gerealiseerd. Na een moeizame kabinetsvorming trad in het voorjaar van 2003 een nieuwe regering aan, waarin vooral de drie oude nationalistische partijen SDA, HDZ en SDS de dienst uitmaakten.
In december 2004 zag HV Ashdown zich genoodzaakt een aantal functionarissen in de Republika Srpska (RS) uit hun ambt te verwijderen die niet voldoende met het Joegoslavië -tribunaal samenwerkten. Samenwerking met het tribunaal (opsporing en arrestatie van verdachten van oorlogsmisdaden, het medewerking verlenen aan onderzoek, het bestrijden van de criminele netwerken die de verdachten ondersteunen) is een internationale verplichting voor BiH, waarop ook de NAVO en de EU sterk de nadruk leggen. De prestaties in de RS op dit terrein zijn door de hoge internationale druk en de sancties van de HV wel verbeterd.
HV Schwarz-Schilling heeft bij zijn aantreden in januari 2006 aangegeven zijn ‘Bonn powers’ nog slechts in zeer beperkte gevallen te willen gebruiken. De Bosnische autoriteiten moeten nu zelf verantwoordelijkheid krijgen en nemen voor de verschillende hervormingsprocessen.
Politiek wordt in Bosnië-Herzegovina nog steeds voornamelijk op etnische basis bedreven. Belangrijke hervormingen op het gebied van onderwijs, publieke omroep, en politie ondervinden daardoor sterke vertraging of komen zelfs geheel stil te liggen.
De verkiezingen in 2006 en 2008 werden gewonnen door nationalistische partijen en verlopen volgens etnische lijnen. In juli 2008 ging de bevolking van Sarajevo de straat op bij het nieuws van de arrestatie van Karadžic. In maart 2009 werd Valentin Inzko de nieuwe Hoge Vertegenwoordiger van de VN. In februari 2010 werd door de Bosnische Serviërs een wet aangenomen die het gemakkelijker maakte om referendums te houden over nationale kwesties. Dit werd gezien als een potentiële mogelijkheid om de weg vrij te maken voor een Bosnisch Servische Republiek. De verkiezingen in 2010 leverden geen duidelijke winnaars op. In mei 2011 werd de Bosnisch-Servische Rtako Mladic in Servië gearresteerd, hij was één van de meest gezochte verdachte van oorlogsmisdaden. Eind 2011 kwamen de partijen overeen een nieuwe centrale regering te vormen. In januari 2012 werd de Kroaat Vjekoslav Bevanda premier. In mei 2012 begon het proces tegen Mladic bij het Joegoslavië tribunaal.
Bron: http://www.landenweb.nl/bosnie-herzegovina/geschiedenis/
Srebrenica
De oorlog van 1992 tot 1995 op Bosnisch grondgebied kreeg voor Nederland een uiterst onaangename nasleep door de tragische val van de moslimenclave Srebrenica in 1995.
Nederlandse VN-soldaten zouden deze zogenaamde ‘safe area’ beschermen, maar ondanks dat werden ca. 7500 moslims door de Bosnische Serviërs vermoord. In 2002 verscheen het lang verwachte NIOD-rapport, waarvan de conclusies het kabinet van premier Kok dwongen om af te treden. Opperbevelhebber Van Baal trad na zware druk eveneens af.
Betrekkingen Nederland–Bosnië en Herzegovina
De betrekkingen tussen Nederland en Bosnië-Herzegovina zijn goed. Nederland ondersteunt de Bosnische inspanningen voor het EU-lidmaatschap.
Politieke betrekkingen
- Nederland en Bosnië-Herzegovina onderhouden sinds 1992 onderlinge diplomatieke betrekkingen. In 1996 is de Nederlandse ambassade in Sarajevo geopend.
- Bosnië-Herzegovina wil toetreden tot de Europese Unie (EU). In 2008 ondertekenden Bosnië-Herzegovina en de EU-lidstaten een overeenkomst met afspraken over hervormingen in het land op het gebied van politiek, economie, handel en mensenrechten. Deze overeenkomst, een Stabilisatie- en Associatieovereenkomst (SAO), is door alle EU-lidstaten geratificeerd. Er zijn nog wel enkele eisen waaraan Bosnië-Herzegovina moet voldoen voordat de overeenkomst in werking treedt.
- Nederland ondersteunt de Bosnische inspanningen voor het EU-lidmaatschap, onder andere via projecten met overheidsinstanties en ngo’s. In de contacten met de Bosnische autoriteiten benadrukt Nederland dat bepaalde hervormingen voor EU-toetreding belangrijk zijn, bijvoorbeeld op het vlak van goed bestuur, recht en de strijd tegen corruptie en georganiseerde misdaad.
Economische betrekkingen
- De economische betrekkingen tussen Nederland en Bosnië-Herzegovina zijn niet intensief.
- Nederland importeert uit Bosnië-Herzegovina vooral fabricaten (onder andere metalen en meubels). Nederland exporteert vooral machines en vervoersmaterieel.
- De EU heeft met Bosnië-Herzegovina afspraken gemaakt over handel, als onderdeel van de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst. Het gaat onder andere om afspraken over geleidelijke beperking van de invoerbelastingen. Op deze manier stimuleert de EU de handel met Bosnië-Herzegovina.
Ontwikkelingsrelatie
- De structurele ontwikkelingsrelatie tussen Nederland en Bosnië-Herzegovina is in 2011 beëindigd.
- Nederland draagt jaarlijks nog wel ongeveer € 5 miljoen bij aan de ontwikkeling van de Srebrenica-regio, hulp aan overlevenden van de genocide en opsporing en identificatie van slachtoffers.
Bron: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/betrekkingen-met-nederland/inhoud/bosnie-herzegovina.
Nederlandse ambassade in Sarajevo
In deze inventaris zijn de archiefbescheiden opgenomen van de Nederlandse ambassade in Bosnië-Herzegovina over de periode 1994-2013
Van 1994 tot 1996 werden de diplomatieke betrekkingen met Bosnië-Herzegovina behartigd door de Nederlandse ambassade in Boedapest (Hongarije). In 1996 werd de Nederlandse ambassade in Sarajevo geopend.
De namen van de chefs de poste van de ambassade in Bosnië-Herzegovina staan hieronder opgenoemd. Achter de naam van elke chef de poste staat vermeld tot en met welk jaar deze de functie bekleedde.
- Sluijter, V.S.M., 1996-1999
- Racké, F., 1999-2001
- Bosscher, R., 2001-2005
- Vosskühler, K.E.T.I., 2005-2009
- Voorst tot Voorst, S.E.J.M. baron van, 2009-2012
- Kraak, J., 2012-
Hieronder volgt een algemene beschrijving over de Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland.
Taken ambassade
De werkzaamheden van de bilaterale posten kunnen grofweg verdeeld worden in politieke aangelegenheden, economische aangelegenheden, pers- en culturele aangelegenheden, consulaire aangelegenheden en algemene zaken. Hieronder volgt een weergave van de taken:
Politieke Zaken (PZ):
- het volgen van de binnenlandse en buitenlandse politieke ontwikkelingen in het land van accreditatie;
- het rapporteren aan de Nederlandse regering omtrent de voor Nederland relevante ontwikkelingen opdat die bij het formuleren van haar beleid daar rekening mee kan houden;
- het uitdragen van het Nederlandse politieke beleid;
- het behartigen van de belangen van andere landen.
Economische Zaken (EZ): de economische werkzaamheden kunnen worden onderscheiden in macro-, meso- en micro-economische aangelegenheden.
Macro-economisch:
- het opstellen van algemene economische rapportage over macro-economische ontwikkelingen in het buitenland, overheidsmaatregelen, monetaire kwesties, energievoorziening, milieuhygiëne, lucht- en scheepvaartaangelegenheden;
- het vergaren van handelspolitieke informatievergaring en inspanningen, met name daar waar de handel op beperkende maatregelen stuit;
- het toezenden van economisch-statistisch materiaal;
- het verstrekken van inlichtingen aan de overheid en het bedrijfsleven van het land van vestiging over economische ontwikkelingen en mogelijkheden tot economische samenwerking met Nederland;
- het uitdragen van het Nederlandse beleid op economisch terrein.
Meso-economisch:
- het berichten over afzetmogelijkheden, ontwikkelingen in het bedrijfsleven, fusies, buitenlandse investeringen, concurrentie van derde landen;
- het geven van voorlichting over Nederlandse leveringsmogelijkheden van goederen en diensten;
- het doen van meldingen over ontwikkelingsprojecten en overheidsaanbestedingen;
- het aantrekken van industriële projecten voor Nederland door middel van voorlichting, bemiddeling, etc.;
- het berichten over economische missies die West-Europa bezoeken en hulp aan Nederlandse missies in het ambtsgebied;
- het berichten over beurzen en tentoonstellingen in het land van vestiging en hulp bij Nederlandse deelname aan beurzen.
Micro-economisch
Het ondersteunen en begeleiden van Nederlandse exporteurs in de vorm van:
- het ondersteunen en begeleiden van Nederlandse exporteurs in de vorm van: handelsbemiddeling;
- het voorlichten van Nederlandse zakenlieden en introducties bij overheid en bedrijfsleven;
- het bemiddelen bij handelsgeschillen.
Ontwikkelingssamenwerking (OS):
de werkzaamheden in het kader van ontwikkelingssamenwerking houden in:
- het analyseren van het ontwikkelingsbeleid van het betrokken land;
- het nagaan van de plaats die Nederland in de samenwerking op dit gebied zou kunnen innemen;
- het vaststellen van doelgroepen waarop het samenwerkingsbeleid gericht kan zijn;
- het adviseren omtrent de aanvaardbaarheid en uitvoerbaarheid van individuele projecten;
- het voorbereiden, uitvoeren en evalueren van Kleine Ambassade Projecten (KAP);
- het begeleiden van uit te zenden deskundigen, huisvesting, financiering, hulp bij import van goederen;
- het bemiddelen bij de invoer van materieel voor hulpprojecten;
- het behandelen van financiële aspecten.
Consulaire Zaken (CZ):
Ten behoeve van Nederlanders:
- het zorgdragen voor de Nederlandse kolonie en Nederlandse toeristen in het buitenland. De meest voorkomende werkzaamheden hiervoor zijn:
- het verstrekken, verlengen en wijzigen van reisdocumenten voor Nederlanders, alsmede diplomatieke, consulaire en dienstpaspoorten;
- het opmaken van legalisaties;
- het verstrekken van juridische adviezen;
- het verlenen van bijstand bij het opstellen van notariële akten
- het opmaken van akten van huwelijkstoestemming;
- het in bewaring nemen van holografische en geheime testamenten;
- het opmaken van volmachten
- het registreren van opgemaakte akten in een repertorium;
- het opmaken van akten van de burgerlijke stand;
- het regelen van dienstplichtzaken;
- het zorgen voor repatriëring
- het overbrengen van gerechtelijke stukken, het bijstaan van rogatoire commissies, het opmaken van legalisaties en het verrichten van andere juridische handelingen.
Ten behoeve van buitenlanders:
- het verlenen van visa voor bezoeken aan Nederland korter dan drie maanden of verstrekken van een ‘machtiging voorlopig verblijf’ bij een verblijf langer dan drie maanden;
- het doorzenden van asielverzoeken;
- het inlichten van buitenlandse autoriteiten betreffende Nederland.
Pers- en culturele zaken (PCZ):
het bevorderen en verbreiden van kennis van het leven en denken van het Nederlandse volk, zijn staatkundige, economische en sociale structuur, zijn cultuur en zijn historie, en over de beginselen en feitelijke gegevens die daarbij een rol spelen. De diplomatieke post heeft tot taak het ontwikkelen van activiteiten en het aankweken en onderhouden van relaties die de banden tussen beide landen kunnen verstevigen. Concreter betekent dit:
- het medewerken aan de uitvoering van bilaterale afspraken en verdragen op cultureel en wetenschappelijk gebied;
- het deelnemen aan het internationale culturele verkeer;
- het profijt trekken uit multilaterale samenwerkingsvormen op dit gebied alsmede het uitdragen van Nederlandse standpunten;
- het onderhouden van contacten met de lokale pers teneinde publicaties over Nederland te stimuleren en waar nodig onjuiste voorlichting te corrigeren.
Algemene Zaken (AZ):
De afdeling algemene Zaken is belast met de ondersteunende, secundaire taken op een post, dat wil zeggen zaken met betrekking tot:
- personeel;
- informatievoorziening, automatisering;
- organisatie;
- financieel beheer;
- archief;
- communicatie;
- huisvesting;
- vervoer