Inhoud
Het archief van de Parlementaire Enquêtecommissie Opsporingsmethoden bevat de correspondentie, vergaderstukken, notities en rapportages van het vooronderzoek verricht door de werkgroep Vooronderzoek Opsporingsmethoden. Daarnaast bevat het ingekomen en uitgegane correspondentie van de enquêtecommissie,interne stukken en vergaderverslagen, literatuur over de enquête, jurisprudentie met betrekking tot bijzondere opsporingsmethoden, informatie ten behoeve van de casusonderzoeken, Kamerstukken, personendossiers en rapporten.
De Parlementaire Enquêtecommissie Opsporingsmethoden heeft in het eindverslag van 1 februari 1996 haar werkwijze verantwoord en de onderzoeksresultaten vastgelegd. Het eindverslag is in het archief van de commissie onder inventarisnummers 226 - 230 opgenomen.
Verantwoording van de bewerking
Op basis van het door Doc-Direkt opgestelde en door de Tweede Kamer der Staten-Generaal op 6 juli 2016 goedgekeurde Beslisdocument Archiefbewerking, is door Doc-Direkt in de periode juli - november 2017 het archief van de Tweede Kamer der Staten-Generaal over de periode 1989 - 1999 bewerkt. In dit archiefblok was ook opgenomen het archief van de Enquêtecommissie Opsporingsmethoden. In navolging van het in het beslisdocument gestelde is voor het archief van de enquêtecommissie een zelfstandige toegang gevormd los van de toegang van het archief van de Tweede Kamer der Staten-Generaal; periode 1989 – 1999, toegangnummer 2.02.28.
Het archief is bewerkt volgens de standaardafspraken met betrekking tot de materiële verzorging zoals verwoord in de Normen Goede Staat. Alle stukken zijn van nietjes, plakband en overige hechtmiddelen ontdaan en verpakt in zuurvrije omslagen en zuurvrije archiefdozen. Ze zijn daarna genummerd volgens de inventaris. De omslagen en dozen zijn voorzien van etiketten.
Digitale, audiovisuele en geluiddragers zijn onder een eigen inventarisnummer opgeborgen. Vanuit de NB wordt verwezen naar het inventarisnummer waaronder de drager(s) is/zijn opgeborgen.
Ordening van het archief
De begin- en eindcesuur worden bepaald door de periode die de stukken, die in het archief van de enquêtecommissie zijn opgenomen, bestrijken. Dit betreft de jaren 1961 – 1999. De enquête werd tussen 6 december 1994 en 1 februari 1996 gehouden. De kernperiode is daarom 1994 - 1996 met daaraan tussen haakjes toegevoegd de datering van het oudste (1961) en het jongste stuk (1999).
Door de Tweede Kamer is een oude plaatsingslijst aangeleverd. De indeling van deze plaatsingslijst is aangehouden:
Code A
Archiefstukken
Code B
Collectie Werkgroep Vooronderzoek Opsporingsmethoden
Code C
Enquêtiaria
Code D
Jurisprudentie
Code E
Kamerstukken
Code F
Personendossiers
Code G
Rapporten
Code H
Registers
Code I
Secretariaat
Code J
Software
Code K
Weekberichten, documenten, supplementen en readers