In de 19e eeuw veroorzaken industrialisatie, bevolkingsgroei en groei van steden sociale problemen. Deze problemen komen in de tweede helft van de negentiende eeuw bekend te staan als de 'sociale kwestie'. Kenmerkend voor de sociale kwestie zijn de slechte werkomstandigheden in deze tijd. Fabriekswerk is onhygiënisch en onveilig en werkdagen zijn lang. Voor land- en fabrieksarbeiders zijn werkdagen van twaalf uur geen uitzondering. Niet alleen mannen én vrouwen maken lange dagen, ook kinderen doen dat.
Kinderarbeid
Kinderarbeid is niet nieuw in de 19e eeuw. Vanaf de vroegste geschiedenis helpen kinderen hun ouders bij werk op het land en het verzamelen van eten. Maar door de industrialisatie verandert kinderarbeid. Het werk in de fabrieken is zwaarder en gevaarlijker en kinderen werken er vaak zonder hun ouders. Dit maakt kinderarbeid een belangrijk onderwerp in de discussies over de sociale kwestie.
Er bestaan in de 19e eeuw vrijwel geen wetten om armen te beschermen. De politieke partijen vinden dit geen taak van de overheid. Een nieuwe politieke stroming brengt hier verandering in: het sociaalliberalisme. Klassieke liberalen vinden dat de overheid mensen moet beschermen tegen geweld en een inperking van hun rechten, zoals persvrijheid en het eigendomsrecht. De sociaalliberalen vinden dat de overheid ook moet zorgen voor een minimaal niveau van inkomen, onderwijs en gezondheid.
Een nieuwe wet
In 1874 introduceert het sociaalliberale kamerlid Samuel van Houten een nieuwe wet. Deze wet verbiedt fabrieksarbeid voor kinderen onder de twaalf jaar. Kinderen mogen nog wel thuis en op het land werken. Deze uitzondering is vooral bedoeld voor boeren die afhankelijk zijn van de hulp van hun kinderen tijdens de oogst. Zonder deze uitzondering zou er geen meerderheid zijn geweest voor het ‘Kinderwetje van Van Houten’.
Artikel 1
Het is verboden kinderen beneden twaalf jaren in dienst te nemen of in dienst te hebben.
Artikel 2
Het verbod van art. 1 is niet toepasselijk op huisselijke en persoonlijke diensten en op veldarbeid.
De eerste sociale wet van Nederland
Het Kinderwetje van Van Houten is de eerste zogenaamde ‘sociale wet’ in Nederland. Sociale wetgeving is bedoeld om de armste mensen in de samenleving te beschermen. Vanaf 1874 worden er steeds meer sociale wetten ingevoerd, zoals de Arbeidswet (1889) en de Woningwet (1901).
Het Kinderwetje van Van Houten is baanbrekend, maar ook teleurstellend. De wet beschermt alleen de jongste kinderen tegen de zwaarste vorm van kinderarbeid. Daarnaast wordt de naleving van de wet in de praktijk slecht gecontroleerd. Hierdoor blijft kinderarbeid in de praktijk nog veel voorkomen. Pas met de oprichting van de Arbeidsinspectie in 1889 wordt hier wat aan gedaan.
De leerplicht
De echte verbetering volgt pas na de invoering van de leerplicht in 1901. Deze wet verplicht kinderen tussen de 6 en 12 jaar om naar school te gaan. Dit maakt kinderarbeid tot 12 jaar praktisch onmogelijk: als je op school zit, kan je niet in de fabriek staan.
Onderstaande gegevens zijn nodig om de archiefstukken op te vragen in het Nationaal Archief. Gedigitaliseerde stukken kunnen in hoge kwaliteit gedownload worden.
Wetsvoorstel Kinderwet (19 september 1874)
Inventaris van het archief van het Kabinet des Konings, (1814) 1841-1897
2.02.04, inventarisnummer 2071B
Afbeelding Van Houten (datum onbekend)
Inventaris van het archief van mr. S. van Houten [levensjaren 1837-1930], (1835) 1859-1930 (1934)
2.21.026.06, inventarisnummer 5
Nog niet digitaal beschikbaar.
Foto Kinderarbeid onbekende fabriek (rond 1900)
Collectie Spaarnestad. Fotograaf onbekend.
7.000SPABB, 18876
Foto Kinderarbeid lampenfabriek (1909)
Collectie Spaarnestad. Fotograaf onbekend.
7.000SPABB, 5155
Foto Kinderarbeid Staatsmijn (1919)
Collectie Spaarnestad. Fotograaf onbekend.
7.000SPABB, 9006
Foto Kinderarbeid sigarenfabriek Tilburg (1919)
Fotocollectie Arbeidsinspectie. Fotograaf onbekend.
2.24.03, inventarisnummer 2277, bestanddeelnummer 256-4975
Foto Kinderarbeid drukkerij (datum onbekend)
Fotocollectie Arbeidsinspectie. Fotograaf onbekend.
2.24.03, inventarisnummer 2277, bestanddeelnummer 256-4981
Foto Kinderarbeid bezemmaker (datum onbekend)
Fotocollectie Arbeidsinspectie. Fotograaf onbekend.
2.24.03, inventarisnummer 2277, bestanddeelnummer 256-4982