NA-Zomerpuzzel 2026

Welkom bij de tweede Nationaal Archief Zomerpuzzel!

Ook dit jaar hebben we weer een aantal pittige vragen voor je verzameld, die te beantwoorden zijn met behulp van de website van het Nationaal Archief. Daarvoor moet je meestal wel even in gedigitaliseerde archiefstukken duiken.

Dit jaar doen we het anders dan vorige zomer. Deze keer zijn de juiste antwoorden op de vragen niet het eindstation. In plaats daarvan vragen wij je van elk antwoord één letter te noteren. Aan het einde heb je negen letters, waarmee je een woord kunt vormen. 

Wanneer je dat woord gebruikt als zoekterm in onze digitale fotocollectie, kom je een wereldberoemde muzikant tegen. De betreffende foto is gemaakt in de jaren zeventig in de maand december.

Welke muzikant zoeken wij? 

Je antwoord kun je tot en met 1 september doorsturen naar NAzomerpuzzel@nationaalarchief.nl 

Meer informatie over deelname in het nieuwsbericht.

Vraag 1

Dat diplomaten veel reizen, is vanzelfsprekend. Voor hun werk wonen ze jarenlang op verschillende plekken in het buitenland. Sommige diplomaten gaan echter nog een stap verder en gebruiken ook hun vrije tijd om zoveel mogelijk plekken en landen te ontdekken. Dat gold ook voor een man die in het laatste kwart van de negentiende eeuw werd geboren in een Zuid-Hollandse stad en in 1912 trouwde met een vrouw die net zo reislustig was. 

Het stel had een voorkeur voor bergachtige streken en ondernam samen meerdere expedities. Zo bezochten ze in Azië verschillende gletsjers en bergen waar nog geen mens was geweest. Op hun reizen ging altijd een camera mee en in het archief van het echtpaar bevinden zich dan ook talloze foto’s. Al die foto’s zijn genummerd.

Wat wordt er afgebeeld op de foto met nummer 2193?

Noteer de klinker die het meest voorkomt in de titel/naam van de eigenaar van het object in kwestie.

Vraag 2

Het Rijksmuseum stond niet altijd in Amsterdam, maar heeft zijn oorsprong in een andere Nederlandse plaats. Daar raakte een koninklijk gebouw in de Franse tijd zijn functie kwijt en kreeg toen de functie van nationaal museum. Een destijds bekende Nederlandse kunstschilder was nauw bij het project betrokken.  Hij vervaardigde een plattegrond van het gebouw waarop hij de daar hangende schilderijen ook intekende. In de antichambre hing een schilderij van Maria Magdalena. 

Van welke schilder?  

Noteer de eerste letter van de achternaam.

Vraag 3

Tekening van 'Een byzondere vischerprauw'. 19e eeuw


Deze tekening is gemaakt op een eiland in Indonesië in de negentiende eeuw. De tekening behoorde, samen met heel veel andere tekeningen, lange tijd tot het archief van een particulier. Toen dat archief, via een ver familielid van de voormalige eigenaar, bij het Nationaal Archief terecht kwam, werden de tekeningen eruit gehaald en in een ander archief opgeborgen. De eigenaar in kwestie had deze tekeningen namelijk verzameld tijdens zijn werk als ambtenaar en deze behoorden daarom eigenlijk toe aan zijn werkgever. Daarom zijn ze nu te vinden in het archief van die werkgever.

Wat is de naam van de voormalige eigenaar?

Noteer de eerste letter van de achternaam.

Vraag 4

Publiek bij een bezoek van The Beatles. 1964


In 1964 brengen The Beatles 46,5 uur door in Nederland. Ze treden eerst op in Hillegom, waar televisieopnames worden gemaakt en later in het West-Friese Blokker. Daar wordt duidelijk dat ook de Nederlands jeugd al volledig is bevangen door Beatlemania. De muziek komt nauwelijks uit boven het gegil van de fans en in het publiek vallen een aantal vrouwen flauw bij het zien van hun idolen.

Dit enige bezoek dat de Beatles ooit aan Nederland brachten, is door talloze fotografen vastgelegd. Er zijn foto’s van de concerten, van hun bezoek aan Amsterdam en van de persconferentie op Schiphol. Eén Nederlandse persfotograaf lijkt tijdens het bezoek niet te hebben geslapen en elk moment te hebben vastgelegd. Wellicht lukte het daardoor om dichter bij de band te komen dan alle andere fotografen. En zo zelfs een aantal fraaie portretten van de bandleden te schieten. Maar ook de foto’s van de fans mogen er zijn, zoals te zien in deze uitsnede van deze, in Amsterdam gemaakte, foto. 

Wie is de persfotograaf die we zoeken?

Noteer de laatste letter van de voornaam.

Vraag 5

In 1470 werd Michiel Cocxz, inwoner van de stad Hoorn, veroordeeld wegens geweldpleging door het Hof van Holland. Hij had een stadsgenoot met een mes uit zijn huis gejaagd en daarna achtervolgd door de kerk. De straf die Cocxz van het Hof kreeg staat mijlenver af van hoe we nu naar misdaad en straf kijken. Hij hoefde niet de gevangenis in, maar moest goddelijke genade weten te verkrijgen. Daarvoor moest hij allereerst, blootshoofds, op zijn knieën en met een kaars in zijn handen om vergiffenis vragen. Ook moest hij op bedevaart. Niet alleen naar (het destijds gebruikelijke) Keulen maar ook nog naar Rome. 

Hoe heette de man die door Cocx werd achtervolgd?

Noteer de eerste letter van de achternaam.

Vraag 6

In 1639 sloot Japan zijn grenzen. Vanaf dat moment mochten Japanners het land niet meer verlaten en mochten buitenlanders het land niet meer in. Hiermee hoopte Japan de eigen cultuur, die na ruim veertig jaar handel met Europa, onder druk was komen te staan, in stand te houden. Uitzonderingen werden gemaakt voor China en Nederland, die met Japan mochten blijven handelen.  

De VOC opende daarop een kantoor, ook wel factorij geheten, in de Japanse stad Nagasaki. Elk jaar werd er van de aanwezige goederen op de factorij een balans gemaakt. Dat gebeurde ook op 14 oktober 1756. De lijst met goederen werd toegevoegd aan het ‘Japans Negotie Journaal’ en een paar jaar later naar Batavia gestuurd. Uit de lijst blijkt hoe gevarieerd de voorraad was: goud, zilver, paarden, luxe geweven stoffen, maar ook talloze meubels en, soms typische Nederlandse, gebruiksvoorwerpen. Zo staat er onder het kopje ‘huismeubelen’ een stuk oer-Hollands keukengerei ter waarde van 7 gulden en 13 stuivers.

Hoe heet dat keukengerei?

Noteer de tweede letter.

Vraag 7

Detail tekening van een eiland. 18e eeuw.


Dit is een detail van een tekening uit de 18e eeuw. Op de hele tekening is het aangezicht van een eiland te zien. De tekenaar droeg zijn werk op aan de vertrekkend predikant van dit eiland. Die predikant werkte daarna in Batavia en Londen voordat hij zich vestigde in Berbice. Hier werd hij eigenaar van een plantage en van zeker zes tot slaafgemaakte mensen.
De maker van de tekening heeft verschillende huizen en gebouwen op de kaart genummerd. De kerk heeft nummer 3, het huis van de predikant nummer 16.

Maar wie woont er in het huis met nummer 10?

Noteer de eerste letter van de achternaam.

Vraag 8

Detail van een tekening, 18e eeuw.


In 1751 reisde een gepensioneerd VOC-ambtenaar met zijn gezin van Kaapstad naar Texel. Zijn dienstverband zat erop en hoewel hij zelf in Kaapstad was geboren, wilde hij zich in Nederland vestigen. Met het vele geld dat hij aan het gewelddadige koloniale systeem aan de Kaap had verdiend, kon hij zich een mooi landgoed veroorloven. 

Zijn dochters, die nog nooit in Nederland waren geweest, hielden tijdens de zeereis een dagboek bij. Daarin is te lezen dat zij, na een paar dagen zeeziekte, hun dagen vulden met lezen, koffiedrinken, handwerken en aan de stuurman vragen hoeveel mijl ze die dag al hadden gevaren. Ook wat ze aten en dronken, werd elke dag nauwgezet genoteerd. Ontbijten met een boterham of een biscuitje, af en toe een taartje (als ze niet beschimmeld waren) en uitgebreide diners. Zo kwam er op dinsdag 13 april eerst soep met ‘kluijtjes’ op tafel en daarna gebraden kalkoen, koteletten, schijfjes schapenvlees, gestoofde pruimen en artisjokken. Ook was er eend.

Met welke groente werd die gestoofd?

Noteer de laatste letter.

Vraag 9

In 1702 stond Europa aan het begin van een nieuwe grote oorlog: de Spaanse Successieoorlog. Bij dit conflict waren heel veel Europese landen betrokken. Ook het Staatse leger, zoals het leger van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden heette, werd in paraatheid gebracht. Voor de lokale bevolking van de legerplaatsen was er goed geld te verdienen. Handelslui trokken van kampement naar kampement. 

Eén van hen was Jan du Bas. Hij reisde met een kar vol goederen van Gennep naar Tegelen. Daarvoor maakte hij gebruik van een tolweg. De tol die hij moest afrekenen, bedroeg 2 gulden en 8 stuivers. Voor hem was dat het waard, want zijn kar was beladen met vijftig pond gedroogde ossenhuiden en dertig koeien- en schapenvellen. Daarnaast had hij nog twee gevulde tonnen met daarin 300 pond handelswaar bij zich.

Wat zat er in die tonnen?

Noteer de eerste letter.