De ‘Witte Engel' - Loes van Overeem

Aankomst KLM-vliegtuig "Maastricht" op Schiphol met Indonesische evacués uit Singapore. Achter de balie mevr. L. van Overeem van het Rode Kruis. Foto Eric Koch / Anefo
20 juni 2026

Wereldvluchtelingendag vindt elk jaar plaats op 20 juni. Deze internationale dag staat in het teken van solidariteit met miljoenen mensen wereldwijd die vluchten voor oorlog, geweld of vervolging. Verschillende organisaties zetten zich in Nederland in voor vluchtelingen, waaronder het Nederlandse Rode Kruis. Het Nationaal Archief bewaart de archieven van deze organisatie. Hierin vinden we onder andere informatie over de werkzaamheden van Loes van Overeem (1907-1980), bijgenaamd de ‘Witte Engel’. Zij zette zich tijdens en na de Tweede Wereldoorlog in voor slachtoffers van oorlog en geweld.

Rode Kruishelpster

Toen de Duitsers in mei 1940 Nederland binnenvielen, werkte Loes van Overeem als verpleegster in Breda. Direct na de Duitse inval meldde zij zich als vrijwilligster bij het Rode Kruis. Na de Nederlandse overgave op 15 mei 1940 hielp zij gevluchte inwoners van Breda en andere Nederlandse vluchtelingen naar huis terug te keren.

Lot van gevangenen verbeteren

Tussen 1943 en 1945 was Van Overeem hoofd van de Dienst voor Speciale Hulpverlening van het Nederlandse Rode Kruis. Zij zette zich op eigen initiatief in om het lot van gevangenen in Kamp Amersfoort, Kamp Vught, Amsterdam en Utrecht te verbeteren. Daarvoor gebruikte ze onder meer haar contacten met dr. Wilhelm Harster, de bevelhebber van de Sicherheitspolizei en de rechterhand van SS-chef Rauter. Vlak voor het einde van de oorlog werd Kamp Amersfoort aan haar overgedragen. Van Overeem: “Op 19 april 1945 is het kamp aan ons overgedragen. Met vijfhonderd betrekkelijk zwaar zieken, de een was er erger aan toe dan de ander, maar allemaal ziek. Dat hebben ze gedaan, omdat ik met dezelfde klem als toen ik er kwam, zei: dit zal geen tweede Vught worden. Hier wordt niemand doodgeschoten. Ik wil het kamp overgedragen krijgen”.

Ad fundum

Bij de bevrijding droeg Van Overeem als kampcommandante het kamp aan 
de Canadezen over. “Dat moest gepaard gaan met het achter elkaar opdrinken van drie borrels zo, ad fundum. Maar ik had in m'n leven nog nooit borrels gedronken en ik dacht: hoe doe ik dat? Ik begon aan m'n eerste... en toen merkte ik dat hij er gelukkig water in gedaan had. Hoe hem dat gelukt is, heb ik nooit begrepen, maar ik kreeg ze alle drie met water en ik heb ze zo leeg kunnen drinken. Die Canadees begreep het blijkbaar”.

Oost-Duitse vluchtelingen

Na de oorlog bleef Van Overeem voor het Rode Kruis werken. Ze hielp onder andere bij de opvang van repatrianten uit Nederlands-Indië en Korea en bij de opvang van gevluchte politieke gevangenen uit Oost-Duitsland (de latere DDR). Ze beschikte over een breed netwerk binnen hulporganisaties en zette zich onafgebroken in voor mensen die vervolgd werden door het communistische regime van de Sovjetunie. 
Zo stond de minister van Justitie in juli 1955 de Nederlandse Vereniging van Ex-Politieke Gevangenen toe, dat maandelijks maximaal vier Duitse meisjes die naar het westen waren gevlucht enkele maanden in Nederland mochten verblijven. Van Overeem mocht deze kinderen uitzoeken, uit Duitsland ophalen en zorgen voor pleeggezinnen.

Westerse democratie en cultuur 

Een aantal keer werden Oost-Duitse studenten naar Nederland gehaald. Van Overeem bereidde die bezoeken voor en begeleidde de studenten tijdens hun verblijf in Nederland. Het ging om Oost-Duitse studenten, die in Oost-Duitse of Russische concentratiekampen en tuchthuizen gevangen hadden gezeten. Na hun vrijlating waren zij naar het westen gevlucht. De Nederlandse Vereniging van Ex-Politieke Gevangenen wilde de studenten kennis laten maken met de westerse democratie en cultuur. In drie weken tijd reisden de studenten door Nederland. Ze kregen zelfs een rondleiding door de Koninklijke stallen, getuige het briefje waarmee Van Overeem de eerste stalmeester van de koningin uitvoerig bedankt.  

Praktisch

Van Overeem stond vooral bekend als iemand die sterk persoonlijk en praktisch handelde: ze gebruikte haar contacten om individuele gevallen van gevangenschap en detentie onder de aandacht te brengen. Onvermoeibaar zocht ze naar mogelijkheden om mensen te helpen. Toen ze bijvoorbeeld een artikel in De Telegraaf las over de Amerikaanse industrieel J. Paul Getty, een van de rijkste mensen ter wereld, stuurde ze hem een brief. Daarin vroeg ze aandacht voor de financiële middelen die nodig waren om de Oost-Duitse studentenbezoeken te blijven organiseren. 
Loes van Overeem overleed op 24 oktober 1980 in Leiden op 72-jarige leeftijd.

Cijfers vluchtelingen

Ongeveer 118 miljoen mensen waren wereldwijd in 2025–2026 op de vlucht.

Zelf onderzoek doen?

Bekijk de toegang van het archief van het Nederlandse Rode Kruis - Mevrouw van Overeem, archiefnummer 2.19.298 voor een beschrijving van de archiefstukken in dit archief.