Stereotypering van de NSB

1945 tot heden

Om de positie van 'kinderen van 'foute' ouders' te begrijpen is het nodig te begrijpen wat er met hun ouders aan de hand was. Over de geschiedenis van de NSB en van NSB-ers voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog is veel gepubliceerd.

 

Ik heb in september 2011 een onderzoek  afgesloten en in boekvorm uitgegeven bij uitgeverij Koninklijke Van Gorcum, Assen, over de manier waarop in de periode na de Tweede Wereldoorlog NSB en NSB-ers (en dus ook hun kinderen zijn gestereotypeerd. Het betreft een sociologische studie over een geschiedkundig onderwerp.

ISBN 978 90 232 4814 9

Verkrijgbaar in de boekhandel of webboekhandel

Informatie: dkampman@xs4all.nl

De flaptekst van het boek luidt:

 

 De herinnering aan de Tweede Wereldoorlog is niet afgesloten. Er verschijnen jaarlijks nog steeds meerdere titels op dit terrein. Pas in de jaren '80 van de twintigste eeuw werd de gedachte uitgesproken dat in Nederland een "... ban van goed en fout ..." was komen te liggen op de geschiedschrijving over deze periode. Gedurende de jaren '90 werd deze gedachte uitgewerkt in nieuwe aanzetten tot geschiedschrijving over de Tweede Wereldoorlog. Echter, de beeldvorming ten aanzien van de collaborateurs die in de afgelopen 65 jaar ontstaan is, werd daarmee niet ontdaan van vooroordeel en stereotypering.

 De socioloog Dick Kampman beschouwt geschiedschrijving, aanverwant onderzoek en essaystiek over dit onderwerp vanuit een sociologische optiek. Hij toont aan dat de centrale informatie over de collaboratie ook nu nog beheerst wordt door vooroordeel en stereotypering. Als rigide beeldvorming ontsloten wordt komt er ruimte voor een nieuwe visie op de collaboratie in Nederland.

 Deze bijdrage aan de discussie over collaboratie in de periode 1940-1945 is een tot op heden op de achtergrond gebleven verheldering van de rol van de NSB ten opzichte van de bezetter en de ruiltransacties van de NSB met de bezetter. Er wordt onder anderen naar voren gebracht dat de overgrote meerderheid van de collaborateurs niet betrokken was bij misdaden, oorlogsmisdaden of misdaden tegen de menselijkheid.

 Dit betekent dat na de Tweede Wereldoorlog ongeveer 100.000 mensen ten onrechte in voorarrest zijn genomen, die meer dan een jaar (in het zuiden van Nederland zelfs meer dan twee jaar) onder ongunstige omstandigheden geïnterneerd zijn geweest.

 Het centrum van het voorliggende onderzoek wordt gevormd door de ontsluiting van kennisonrechtvaardigheid en stereotypering van een totale sociale categorie mensen met familiale aanhang, die direct na de Tweede Wereldoorlog zo'n 300.000 à 400.000 mensen omvatte.

 Het onderzoek leidt tot de conclusie, dat de naoorlogse geschiedschrijving sterk ideologisch gekleurd is. Dit verhindert de betrokken onderzoekers in te zien dat collaboratie een paradoxale voortzetting is van vrije meningsuiting. Dit hoeft zeker niet te betekenen dat we het nu eens zouden moeten zijn met de inhoudelijke politieke visie van de collaborateurs.