Onrecht

Over en naar aanleiding van mijn twee boeken

Was dat mijn vader?

In januari 2008 werd ik gebeld door uitgeverij Gopher Publishers in Amsterdam met de mededeling dat mevrouw A. te Assen mij wilde spreken over mijn eerste boek "De achterkant van de bevrijding. Een NSB-boer in Drenthe". Zij vertelde mij dat ik op blz. 34 had geschreven dat G. Vr. een gedetineerde in het kamp Westerbork had doodgeslagen en dat zij het vermoeden had dat die misdaad door haar vader was gepleegd. Het ging om de volgende tekst: "De ernstigste mishandelingen pleegde G.Vr.. Bewaker Ou. sloeg aanvankelijk Becker zo lang, tot de ongelukkige volkomen een wrak was, maar daarna - Becker was toen in een reserveruimte neergeworpen - is Vr. de schier reeds stervende man (getuigen zes gedetineerden) opnieuw op vreselijke wijze te lijf gegaan; ´s morgens om half negen was Becker dood." Tot zover het citaat. Ik vroeg haar hoe zij op dat idee was gekomen. Ze kon zich als jong meisje herinneren dat haar vader een tijd naar Leeuwarden moest en dat ze nooit heeft geweten waarom. Omdat ik in mijn boek schreef dat Vr. door het Gerechtshof in die stad in hoger beroep was vrijgesproken, was de zaak voor mij duidelijk. Vooral toen ze haar meisjesnaam noemde die overeenkwam met de ware naam die achter de initialen schuil ging. Voorzichtig bereidde ik haar erop voor dat haar vader lang geleden hoogstwaarschijnlijk die misdaad had begaan en legde haar uit hoe en waar zij de dossiers kon vinden om honderd procent zeker te zijn dat het inderdaad om haar vader ging. Enkele dagen later belde ze me op en vertelde me dat haar vader de dader was. Ze was erg verdrietig maar ook opgelucht dat ze nu eindelijk de waarheid wist. Ze liet nadrukkelijk weten dat ze mij niets kwalijk nam. Het zal je maar gebeuren als je 75 bent! Ik had echt met haar te doen. J.T. te A., die ik goed ken, was bij toeval op afstand getuige van deze misdaad. Toen de bewakers hem in de gaten kregen, rende hij voor zijn leven en verborg zich in één van de barakken. "Als ze me gevonden hadden, had ik voor mijn leven gevreesd", zo vertelde hij mij later. En u hebt het goed gelezen: Vr. werd vrijgesproken! Je zou mijn eerste boek "De achterkant van de bevrijding" een egodocument kunnen noemen. Ik heb geprobeerd hierin te beschrijven hoe ik de gevolgen van vader´s lidmaatschap van de NSB heb ervaren. Om het taboe op het fout-zijn zoveel mogelijk te "verwijderen", heb ik een groot aantal documenten uit zijn dossier overgenomen. Niks verzwijgen, alles op tafel! Ik ben vooral ingegaan op het onrecht dat de Bijzondere Rechtspleging na de bevrijding heeft teweeggebracht. Enfin, leest en overtuigt uzelf!

De motorkettingzaag

De inhoud van mijn tweede boek "De Bijzondere Rechtspleging 1944-1952. Rampzalige gevolgen voor politieke delinquenten en collaborateurs" is geheel andere koek. Ik leg u de tekst op de achterflap voor: "Door het "foute" oorlogsverleden van zijn vader, die lid was van de NSB en de hulplandwacht, raakte Henk Eefting gefascineerd door de Bijzondere Rechtspleging. Die moest, om een bijltjesdag te voorkomen, "snel, streng en rechtvaardig" afrekenen met de politieke delinquenten en collaborateurs. Deze schaduwjustitie, bedacht door de regering in ballingschap in Londen, bleek in de praktijk justitieel, organisatorisch, logistiek en moreel niet haalbaar. Door grote onenigheid tussen koningin Wilhelmina en haar kabinet, strijd om de macht tussen het militair gezag, het verzet en de binnenlandse strijdkrachten ontaardde het in een schaamteloze vertoning die leidde tot één van de zwartste bladzijden uit onze vaderlandse geschiedenis. Wilhelmina en Bernhard speelden daarbij een rol die niet altijd in overeenstemming was met de Grondwet. Het is de verdienste van de auteur dat hij het onderwerp in een zeer breed kader en goed gedocumenteerd behandelt. Er is zowel aandacht voor het ontstaan van de SS en de NSB als voor het soms bizarre optreden van Wilhelmina, de misstanden in de internerings- en verblijfskampen, de tribunalen en gerechtshoven en de kinderen die een hoge prijs betaalden voor het "foute" verleden van hun ouders. Hij stelt verder vast dat er weinig gerechtigheid heeft plaats gevonden en komt met een voorstel om een stukje geschiedvervalsing recht te zetten. Zijn conclusies zijn niet mis te verstaan." De inhoud van dit boek leidde tot veel reacties in de vorm van recensies, interviews, brieven, telefoontjes en e-mails. Eén daarvan wil ik u niet onthouden: "Heb uw nieuwe boek "De Bijzondere Rechtspleging" met grote belangstelling gelezen. U bent er wonderwel in geslaagd, de geschiedenis van na de oorlog zó te doen herleven en te belichten, dat er geen spaander heel blijft van de geschiedenis van na de oorlog, zoals die is opgetekend door honderden getalenteerde en door de Staat gesubsidieerde geschiedvervalsers. Van het hele "heldendicht", het machtige Epos, de mythe "van het massale verzet" en de integriteit, de rechtschapenheid van de Nederlandse regering in ballingschap blijft na lezing van Uw boek niet meer dan een miezerig en armzalig hoopje laffe en liederlijke leugens over. U hebt heel wat overhoop moeten halen om die Augiasstal te kunnen reinigen. Velen zullen U voor deze verdienste dankbaar zijn, maar het verzet tegen Uw vlijmscherpe analyse, wetenschappelijk en anderszins zeer gedegen onderbouwd, zal zich zeker niet neerleggen bij Uw "staatsondermijnende activiteiten". Als "rancuneus mannetje" heb ik heel erg genoten van de manier waarop U "de draak te lijf ging" en ik hoop, dat men Uw Achillespees niet zó weet te treffen, dat een en ander als een boemerang op Uw hoofd terug zal keren. Ook als de banvloek of de excommunicatie Uw lot zou worden, als de media U met alle mogelijke middelen onderuit proberen te halen, dan kunt U blijven zeggen: "süsser Trost in meinem Herzen, meine Pflicht hab´ich getan". Uit ervaring weet ook ik dat je je op heel dun ijs begeeft, als je ´t kwaad in deze wereld gaat benoemen. Het commentaar op Uw zeer controversiële boek zal zeker niet lang uitblijven. Het zaad van de haat dat ooit via "radio Londen" tot ontkieming werd gebracht is na de oorlog uitgegroeid tot een boom die met geen bijl te vellen is. Dat zaad was zelfs sterker en levensvatbaarder dan 't zaad van de haat dat eens door wijlen Josef Goebbels uitgestrooid werd. Die boom van Josef werd maar 12 jaartjes oud. Die boom van wijlen Wilhelmientje leeft na 60 jaar en 't ziet er naar uit, dat die boom niet kapot te krijgen is en de 100 gemakkelijk zal halen. U introduceert in Uw boek voor het eerst een motorkettingzaag! Of die boom tegen dat geweld opgewassen zal zijn, zal de toekomst ons leren. Als je aan ons vorstenhuis komt, dan trap je op de ziel van 14 of 15 miljoen mensen die ´t nog steeds betreuren, dat "bijltjesdag destijds plaats moest maken voor zo'n halfzachte en veel te milde aanpak van al dat onderwereldgespuis". Ten aanzien van de z.g. "Wiedergutmachung" of het claimen van schadevergoeding voor, tijdens en na de oorlog geleden financiële schade en schade aan lichamelijke en geestelijke gezondheid zou ik heel wat kunnen zeggen. Ik geloof niet, dat er enig draagvlak is voor zo'n "Wiedergutmachung"! Ik zie de krantenkoppen al voor me! Na rehabilitatie van landverraders zal de heiligverklaring van Adolf Hitler ook wel spoedig volgen!" Ik hoop dat U met Uw boek zult bereiken wat U voor ogen stond en staat en wens U veel sterkte bij 't verwerken van kritieken en recensies van de door vadertje Staat beschermde en gesubsidieerde geschiedvervalsers! Succes! Met vriendelijke groet verblijf ik, Piet Berserk (schuilnaam)"