Mijn Merdeka ervaringen

15-08-1945

Twee keer is ons leven gered. De eerste keer door de atoombom*, de tweede keer door de geheime Japanse politie (Kempei Thai).

Story Archive

Kort na de capitulatie van Japan op 12 augustus kwam het bericht, dat mijn moeder zeer ernstig ziek uit het vrouwenkamp Halmaheira te Semarang in het ziekenhuis was opgenomen.

Dankzij het soepeler geworden regime konden wij snel naar Semarang reizen. Buiten het kamp zagen wij schamel geklede doch gelukkige mensen met rood-witte vlaggen en insignes, die ons de hand kwamen drukken.

Wij zochten een zakenrelatie van mijn vader op, die treinkaarten verzorgde en ons geld leende. De trein was zo vol, dat wij niet op de gewone manier konden instappen. Enkele uit een raam hangende 'Nationalisten' met rood-witte insignes wenkten ons om door het raam in het compartiment in te stappen. Zij boden ons een zitplaats aan. Gedurende de reis levendige gesprekken, over het opruimen van de Japanse rotzooi en samen de Republiek opbouwen. In de benedenstad van Semarang vonden wij een eenvoudig onderkomen in een 'losmen'.

De eigenaar verwelkomde ons, maar excuseerde zich dat hij niet voor eten kon zorgen. Daartoe verwees hij naar de warong in de buurt. Mijn vader bleef op de kamer en ik ging naar de warong. Deze was druk bevolkt met mannen met rood-witte insignes. Ik kreeg een zitplaats bij de warongbaas aangeboden. Toen ik wilde betalen weigerde de baas geld van mij aan te nemen. Jullie zijn zo berooid door de Jap, daarom neem ik geen geld van jou aan. Je bent onze gast, de gast van de Republiek.

Mijn moeder was zodanig ondervoed, dat haar darmen niet meer functioneerden. Extra voeding, verzorgd door inheemse relaties van mijn vader mocht niet helpen. Op 1 oktober is zij overleden. Van augustus tot haar overlijden vonden wij onderdak in een hotel, nadat mijn vader enige in het kamp meegesmokkelde diamanten had verkocht. Ik werkte in het vrouwenkamp. Beerputten legen, dakgoten repareren, waterpompen installeren, geluidsinstallatie slopen uit een verlaten bioscoop en deze aansluiten op een radio, zodat het hele kamp naar de uitzendingen uit Nederland konden luisteren etc.

Direct na moeders overlijden moesten we een begrafenis regelen. Noch van het Rode kruis en de NICA (Netherlands Indies Civil Administration) kregen wij enige medewerking. Wij waren radeloos. Totdat de Indonesische directeur van het ziekenhuis mijn vader bij zich riep. Uw vrouw krijgt een staatsbegrafenis van de Republiek. Mijn vader maakte duidelijk, dat wij geen Islamitische begrafenis wilden.

De volgende ochtend stond er een rouwauto, voorzien van een krans van rood-witte bloemen namens de republiek en twee volgauto's. Enkele dagen later werden wij door pemoedas opgepakt en in de Bulugevangenis gestopt, waar wij na twee dagen later door de Japanse Kempei Thai werden bevrijd.

* Zie ook J. Lissers verhaal 'Atoombommen op Japan en mijn verjaardag in het Jappenkamp'.