Mijn hongerwinter kwam na de bevrijding. Mijn vader vroeg subsidie aan voor het ontginnen van landbouwgronden.De subsidie verstrekker belastte de heidemaatschappij met de keuring van de gronden dat het wel diep genoeg is gespit.Ik zie die man nog zo over de landbouwgronden lopen ,met zijn meetstok. Afgekeurd was zijn oordeel.Mijn vader kon fluiten naar het subsidie geld wat met goedkeuring daaraan verbonden was.Van een buurman kocht vader appeltjes die gevallen waren van de bomen uit de appelhof.In de meeste appeltjes zaten wormen , die in de appel bleven zitten.Nadat ik ze geschild had en in vieren gedeeld moest de appeltjes in het hooi gelegd worden om ze langer houdbaar te maken.De appeltjes droogden mooi op en de wormen ook . Zo had ik in mijn hongerwinter ongezouten vlees.
En ik, ik hoefde mijn bek niet af te vegen want er bleef geen kruimel achter van dat karige voedsel waarvan wij ze met zij tienen moesten delen.Met droog brood dat wij van de dorpsbakker kochten was dat het enigste voedsel , die winter.
De melk van de koeien ging naar de melkfabriek en de eieren van de kippen gingen naar een bakker om er cake van te bakken.Daar kreeg mijn vader geld voor, maar ik moest op 12 jarige leeftijd 4 koeien melken en voeren.Eveneens moest ik de eieren rapen en schoonmaken,want een lopende band was er in die tijd nog niet.
Dit is een echo van een oorlog en slechts het topje van de ijsberg.
Dit ontleen ik uit stukken die bewaard zijn gebleven en waar de doden alleen het recht hebben om te spreken,maar dat niet kunnen,neem ik de volledige verantwoording voor deze geschreven woorden.
Jan BenjaminsLangewijk 57916 TL Elim