Een verhaal van Loes Vader

09-1944 tot 1945, Haarlem

Bij school, in de binnenstad, op het rustige Groot Heiligland, spelen de kinderen verstoppertje. Daar komt broer Piet van Loesje aan.

“Kom gauw mee, je bent weer opgeroepen voor het Kinder Land Vershickungs Lager, (een soort vakantiekolonie) en mama en ik gaan mee, Jan is sowieso al in Duitsland”. “Ja maar, dan moet ik nog even langs oma (die zegt altijd: “ga niet, Duitsland wordt steeds gebombardeerd”).

Thuis zit mama met rugzakken klaar. Vlug naar het station. Wat een zooitje! Mensen in zenuwen, ook WA uniformen lopen als kippen zonder kop door elkaar. De treinen in ………… Uren en uren………… Af en toe stilstaan: beschieting, bombardement……? Wel lawaai! Na een hazenslaapje: wassen, fijn, maar niet heus: twee kenaus met een bak met donkergrijs water, wegwezen…….! Ze heeft me al te pakken, gatver………. Je hebt niets te zeggen, zelfs niet over je eigen lijf! Boem is ho….. de trein stopt weer: er uit…… Angriffe! Gillend, struikelend de schuilkelder in.

Daar gaan we weer, we zijn nu in Duitsland, toen we op een station stilstonden zag ik: RÄDER ROLLEN FÜR DEN SIEG Kinderwagen für de nächsten Krieg, had iemand eronder gezet, ha ha…! Op het station een pakje brood gekregen, van een Bahnhof-Schwester, (de enige aardige tot nu toe. Verder….. auf ins Grossdeutsche Reich!

Nu weer een nacht in die stinktrein (walmende locomotief voorop). Halt uitstappen: Walsrode (Lüneburger Heide). Neem je rugzak op en wandel naar de Landbau-schule. Daar liggen grote balen stro, die moeten naar binnen, in elk lokaal een paar om op te slapen, voor zo een 30 mensen per lokaal, gezinnen met kinderen, ouderen, alles door elkaar. Kinderen mogen een bekertje melk halen. Voortaan iedere ochtend. En verder ruziën ze over de broodkorstjes van de oudjes. De volgende dag: alle kinderen moeten naar de Bevölkerungsstelle. Ik moet naar een Kinder Land Verschickungslager dat weet ik al. Maar Piet, die is al 16 en Lot al 17 ……. Er wordt uitgelegd:

Vanaf 14 jaar geldt hier een Pflichtjahr, jullie zijn Gäste de Führers, dus geldt het ook voor jullie. Piet moet naar een Sportwehrkamp, (hè wehr = wehrmacht = gevaarlijk). Lot moet Krankenhelferin worden. Kinder gehören der Staat! Waar gaan ze heen? Dat horen we niet. En weg zijn ze. Af en toe krijgen we een gecensureerde kaart, met Feldpostnummer. Geen adres! Dat waren we al gewend van Jan, die naar Polen ging om boer te worden. Alle Duitse kinderen gaan naar een KLV Lager, wij dus ook. Langs gebombardeerde steden, waarover we hoorden, tienduizenden doden. Bremen, Hamburg, Keulen naar Sudetengau Tsjechië. Sudetengau, Tsjechië is vrediger en veiliger. Via Nestomitz, Schemml naar Leitmetitz, 4e klas bij elkaar en de 5e en de 6e. In vroegere pensions en legerkampen. Leiding: BDM Hotemetoten (Hitlerjugend voor meisjes): streng en niet rechtvaardig, grote ego’s, grote bek. Toevallig contact met de gewone burgers: Tsjechen en Duitsers zijn wel aardig, zeg maar menselijk. Na een eindeloze zeer koude winter zonder behoorlijke kleding (rugzak gestolen) geen bonnen voor kleding gekregen.

DOOR DE RUSSEN BEVRIJD

Na op de laatste dag van de oorlog nog beschietingen op dit vredige gebied (door wie, waartoe…? Weer de gekte gekroond). Lopen, voeg je bij de file, die al dagen langskomt. Eén naar het oosten: Joegoslaven, Hongaren, Polen enz. Eén naar het westen: Italianen, Belgen, Engelsen en hoera.. een paar Nederlandse frontarbeiders. Zij ontfermen zich over mij, klein scharminkel, ik klamp me aan ze vast. Bescherming: geen overbodige luxe, want frontsoldaten, zoals ook deze Russen doen dingen ……zegt men. De Russische zone door is het lopen, lopen, lopen! Bij Dresden is de brug over de Elbe kapot, zij Chemnitzgeen overgang, weer lopen tot eindelijk bij Leipzig de Amerikanen ons naar het westen laten gaan. Met grote legertrucks van stad naar stad, van Displaced Persons Camps naar Vertriegene Lager. En dan Rheine, er wordt in het Nederlands verhoord, kijk uit, er wordt geslagen! Gelukkig ik ben nog te klein! Dan naar Enschede. Poedelnaakt op een rijtje. De DDT-spuit er op.

Augustus 1945

Aankomst in Haarlem. Weer thuis bij oma. Net op tijd om bevrijdingsfeest, na –feest, na –feest te vieren. Ik heb meer dan recht daarop, ik heb de oorlog echt meegemaakt! Juffrouw Burger, verzetstrijdster, laat me toe tot de H.B.S., ogv Nederlandse en Duitse lagere school. Af en toe moet ik mama bezoeken in een vrouwenkamp (bewaakt door mannen met mitrailleurs, die ze, leuk!, af en toe richten op stiekeme bezoekertjes). Zij gold als collaborateur door haar baantje als kantoorjuf bij het distributiekantoor.

Het bange wachten begint

In Indië eindigt de oorlog pas in augustus en dan begint de naoorlogse chaos….. eind 1945 komen ooms en tantes, neefjes en nichtjes, die de kampen overleefden, terug. Oom Bul komt alleen, laat zijn Indische (baboe)- vrouw en kind achter. Oom Piet komt terug met zijn prachtige Indische (baboe) vrouw en dochter. 1946 Broer Piet komt thuis, na ingezet te zijn als Luftwaffe-helfer i.p.v. Sportwehrkamp. 1947 Broer Jan terug, na ingezet te zijn als Front-melder, op de motor van stelling naar stelling, als ‘krijgsgevangene’ uit een kamp in Siberië ziek weggestuurd. Beide jongens, 17 en 18 jaar, naar de Heropvoeding Jeugdige Politieke Deliquenten. 1947 Mama terug, spaargelden in beslag genomen, strafwerk opgelegd. Door de Kinderlandverschickung zijn 5000.000 Duitse kinderen gered. Een keer menselijk in een onmenselijke tijd! REST NOG SLECHTS ÉÉN BEDE : VREDE