Een herinneringen aan de bevrijding van Den Bosch

22-10-1944, Den Bosch

Wij, Jacquie (1933), Mieke (1934), Leo (1936) en Frans (1936) hebben bij de zestigjarige herdenking van de bevrijding in Den Bosch onze herinneringen op papier gezet.

Story Archive

Deze indrukwekkende gebeurtenissen uit onze jeugd waren niet altijd eensluidend en daarom hebben wij, onafhankelijk van elkaar, eerst onze eigen belevenissen opgeschreven en vervolgens aan elkaar gelijmd.

We woonden destijds met ouders, opa en hondje Bruno in de wijk ’t Zand, dichtbij het NS station. Na 6 juni 1944 rukten de geallieerden op richting Zuid-Nederland en in september merkte Den Bosch o.a. aan de Britse jachtbommenwerpers dat zij in aantocht waren. En wij, Frans en Leo, die op het nabijgelegen Emmaplein bij de Duitse schuttersputjes aan het spelen waren, merkten dit eveneens vanwege de kogels die vanuit die vliegtuigen ons om de oren vlogen!

Wij herinneren ons alle vier de viering van het 12,5 jarig huwelijksfeest van onze ouders in oktober, want het ging er luidruchtig aan toe. En bij het naderende inslaan van granaten (en drank) werd door een overmoedige oom het liedje ‘Wij zijn niet bang’ ingezet!

Ons kleine keldertje bood niet voldoende veiligheid, zodat wij kort daarna ons huis moesten verlaten en introkken bij bekenden vlakbij. Terwijl rondom de wijk hevig werd gevochten verbleven wij met ca. 30 mensen in hun kelder. Toen er een fosforbom in het rooster van die kelder ontplofte en de huizen aan de overkant in lichterlaaie stonden, moesten we ook dit huis verlaten. Er was maar een vluchtweg, namelijk via de achterkant van het huis en via schuttingen van andere huizen, richting Emmaplein. Van daaruit renden we tussen een vuurpauze over 250 meter naar de aan de overzijde gelegen Leonarduskerk. Maar ook daar was het niet veilig meer. Met veel mensen vluchtten we vervolgens uit elkaar over de spoorweg richting de Veemarkt en konden we intrekken in de schuilkelders in de Michelinfabriek. Een andere groep vluchtte richting Engelen en Vlijmen. Door de paniek raakten we onze moeder kwijt, en ons hondje. Het was toen donderdag 26 oktober. In de schuilkelder verbleven we twee nachten, zonder eten en drinken en zonder contact met die boze buitenwereld.

28 oktober ’s ochtends kijkt er heel voorzichtig een Britse soldaat vanuit de bovenrand de schuilkelder in. We zijn bevrijd! En Den Bosch al de dag daarvoor. We gaan dan natuurlijk naar ons huis kijken. Dat is geheel afgebrand. We trekken bij familie in. Na tien dagen komt onze moeder opdagen. Zij was met een andere groep naar Vlijmen gevlucht. Bruno, het hondje, hebben we nooit meer gezien.

Later verblijven we in diverse woningen, onder andere in die van een NSB’er.

Van een familie in onze straat zijn een moeder en een zoontje omgekomen. Er vielen in Den Bosch 355 doden en er waren 448 zwaargewonden.

We waren later wel een beetje jaloers op vriendjes die een scherfwond konden laten zien. Hadden we die 250 meter maar niet zo hard moeten rennen...!

Dit verhaal is een verkorte versie van een uitgebreid verhaal (65 pagina’s inclusief foto’s) dat in het stadsarchief van de Gemeente ’s-Hertogenbosch ter inzage ligt.