De grote depressie, ook wel de beurskrach genoemd, breekt dat jaar uit en laat zich meer en meer gelden. Vader Hanze met zijn bedrijfje raakt in financiële moeilijkheden verwikkeld, kan zijn schulden niet meer betalen en moet zich failliet laten verklaren. Dat raakt hem als rechtschapen man diep, waarbij ook nog een rol weggelegd is voor een Joodse medeburger. Het brengt hem ertoe om samen met zijn vrouw lid te worden van de Nationaal-Socialistische Beweging der Nederlanden (NSB). Het is een politieke groepering die enigszins lijkt op de succesvolle NSDAP in Duitsland, die in 1933 samen met een nationale partij een coalitieregering onder Hitler vormt. Die boekt vanaf dat jaar het ene economische en politieke succes na het andere. Dat spreekt in brede kring aan en geeft de burger moed. Ook in Nederland. Er liggen in de ogen van de aanhangers van de NSB nieuwe welvaart, meer respect voor het vaderland en eerlijkere sociale omstandigheden in het verschiet.
Vader bezoekt met enige regelmaat politieke bijeenkomsten van wat hij “de vereniging” noemt. Moeder sluit zich aan bij de op 1-9-1938 opgerichte Nationaal-Socialistische Vrouwen-Organisatie.
Dan valt op 10 mei 1940 het Duitse leger Nederland binnen. De NSB-aanhang is kort verbijsterd en de kluts kwijt maar ziet mogelijkheden in een voorzichtige medewerking met het ingestelde Duitse burgerlijke bestuur. Die aanhangers doorzien waarschijnlijk aanvankelijk niet dat dit naast goede bedoelingen ook perfide doelstellingen heeft: het uitschakelen van het Joodse deel van de Nederlandse bevolking. Dat deel had, met uitzondering van Joodse vluchtelingen, evenveel rechten en plichten als de andere Nederlandse staatsburgers. Jaap groeit in het gezin samen met twee oudere zussen op. Zijn ouders dirigeren hem in de zomer van 1940 naar de heropgerichte Nationale Jeugdstorm. Aanvankelijk is hij meeuw maar promoveert al snel tot voortrekker. Op een avond wordt er bij huize Hanze aangebeld en een opperwachter van die jeugdbeweging nodigt hem uit naar het clubhuis in toen nog de Assenstraat in Deventer te komen. Jaap wordt bevorderd tot wachter, een functie die hem de leiding geeft over een trek van tien meeuwen.
Het gezin Hanze neemt in 1941 een echtpaar op kamers. Op de eerste verdieping. De man is Nederlander, de vrouw Oostenrijkse. Zij zijn gecharmeerd van de politieke ontwikkelingen in Duitsland en het gevolg is dat de ouders van Jaap overgaan van de “gematigde” NSB naar de fanatiekere NSNAP Van Rappard (vR), een nauw aan de NSDAP in Duitsland verwante organisatie. De volledige naam is Nationaal-Socialistische Nederlandse Arbeiders-Partij. De naam Van Rappard wordt toegevoegd om de oorspronkelijke organisatie van de NSNAP onder vR te onderscheiden want er kwamen enkele afsplitsingen die ook NSNAP bleven heten. Vader Hanze kan maar vrij kort lid van die splintergroepering zijn omdat die al in december 1941 gedwongen overgaat in de NSB en daar met andere splintergroeperingen de rechterflank gaat vormen. Zij zijn de zogenoemde Anschluss-mensen die aansluiting van Nederland bij het Duitse Rijk voorstaan. Dat is dan waarschijnlijk verder denkend in de trant van de Duitse eenwording van Duitsland onder Bismarck in de 19e eeuw. Later in de jaren dertig gevolgd door aanvankelijk vreedzame territoriale uitbreiding van Duitsland onder Hitler. Zij zien dit eenwordingsproces als nog niet voltooid. De hoofdstroming binnen de NSB denkt daar totaal anders over.
Consequentie voor Jaap: hij moet van zijn ouders van de Jeugdstorm naar de Hitlerjugend (HJ, uitgesproken Hajot) van de NSNAP Van Rappard. In zijn groepje een tiental jongens, stukken minder dan in de Jeugdstorm. Jaap voelde zich hier niet thuis en bleef verlangen naar zijn oude club. Bij de HJ werden Duitse liederen gezongen, bij de Jeugdstorm Nederlandse. Duitsland was belangrijker dan Nederland, maar Jaap voelde zich in zijn hart Nederlander. Protest bij zijn ouders (“ik wil terug”) hielp niet.
Nadat de NSNAP verboden is, gaat Jaap over naar de HJ van de Nederlandse tak van de Duitse NSDAP, zo’n 15 tot 20 jongens, die in het clubhuis aan de Parkweg op nummer 15 bijeenkomen. Dat is een flinke villa, op de hoek met de Kapjeswelle waar de Ortsgruppenleiter (plaatselijk politiek leider) van de NSDAP huist. De activiteiten daar bestonden uit marcheren, zingen, veldspelen, de natuur in en exercitie (op het terreintje tussen Parkweg nummer 13 en 15). Bij de politieke vorming staat de Duitse nationaal-socialistische leer centraal.
Juist in die tijd gaat Jaap van de lagere school naar de ULO (Uitgebreid Lager Onderwijs). Dat is ook de periode dat Jaap voor het eerst door medeleerlingen gemeden word. Gelukkig is er op school een clubgenoot en met hem kan hij samen optrekken. Die gaat in de middagpauze met Jaap mee naar zijn ouders om zijn brood op te eten. Circa 1942 wordt het gebouw van de ULO aan de Ceintuurbaan door de Duitse weermacht gevorderd voor legering van Luftwaffe-militairen en krijgt de naam Mölderskazerne. Genoemd naar Oberst Werner Mölders, een jachtvlieger die veel tegenstanders neerschoot. De leraren en leerlingen verhuizen naar een deel van de kleuterschool aan de Hagensteeg in het centrum. Bij die school heeft Jaap met twee andere Hitlerjongens, met een bezwaard hart, een schoolgenoot beroofd van een speldje van de Nederlandse Unie, de politieke partij die in het begin van de oorlog als tegenspeler van de NSB veel aanhang krijgt. Na de oorlog is Jaap daarvoor nog door een leraar ter verantwoording geroepen. Die leraar noemt het diefstal maar de aanstichter van het drietal heeft het waarschijnlijk gezien als het in zijn ogen terecht verwijderen van het symbool van de partij van een politieke tegenstander. Eigenlijk is het tekenend voor de situatie in het begin van de Tweede Wereldoorlog.
Jaap voelt zich steeds minder thuis in de HJ omdat hij zich Nederlander voelt. Vaak worden gezongen het Deutschlandlied – het Duitse volkslied dat het vaderland boven alles stelt maar niet zegt dat Duitsland over alles moet heersen -, gevolgd door het Horst-Wessellied, een strijdlied dat een in een straatgevecht met omgekomen SA-man eert. De SA is voor de NSDAP ongeveer wat de WA voor de NSB was. Bewaart de orde tijdens politieke bijeenkomsten, maakt propagandamarsen maar raakt ook – uitgelokt of niet – in gevecht met politieke tegenstanders.