Erkenning is er niet, alleen maar schaamte en angst! De kern van de zaak is, waarvoor die schaamte?
Het permanente gebeuren van zwijg, waar ben je mee bezig, laat het verleden rusten het is ons familiegeheim. Ik voel de behoefte hierover te spreken, het duidelijk te maken, het zichtbaar te maken, te vertellen, te schrijven en mijn laatste 25 procent verwerking af te ronden en niet nog langer in verbittering, nachtmerries, frustraties en ontgoocheling te blijven vastzitten. Het is een te zware ballast, het kan en mag lichter. Vader zou zeggen: “sorry, jongen dat ik je hiermee heb opgezadeld!”
Mijn drie boers (resp. 62, 70, en 74 jaar oud) en mijn tweeling zussen (76 jaar oud) durven het niet aan, sterker nog ze nemen het mij kwalijk als ik begin over het NSB verleden van mijn vader.
Ik ben de klokkenluider binnen het familiesysteem. Klokkenluider sinds begin jaren 90 van de vorige eeuw. Ik wilde antwoorden op mijn vragen. Het NSB verleden was een eigen leven gaan leiden met alle fantasieën, werkelijkheden en onwerkelijkheden over mijn vaders verleden.
Hierbij kom ik tot de kern van de zaak en een beschrijving hoe het allemaal kon gebeuren.
Relaas schuldvraag: Tijdens het uitbreken van de Tweede wereldoorlog mei 1940, was mijn vader woonachtig in de gemeente Heerlen, een persoon met aanzien en respectvol gezien zijn status als zelfstandig architect.
Gezinssamenstelling: vijf kinderen, drie dochters ( in de leeftijd van 12 en een tweeling van 7 jaar ) twee zonen ( resp.5 jaar en de ander 6 maanden oud ). Door de langdurige crises begin 30er jaren, waren de inkomsten minimaal en verdiende vader zijn brood met de verkoop van schilderijen en het maken van babybedjes.
Al snel was hier geen markt meer voor en was armoede troef. Praktiserend katholiek was hij niet en kon dan ook niet zoals zijn collegae aankloppen voor een aalmoes bij de plaatselijke parochie of Kerk. Begin 1941, was de armoede binnen het gezin op zijn top.
Per toeval kwam vader in contact met een aannemer Dhr.v.G ( vooraanstaand lid van de NSB ) Deze vroeg hem een huis af te bouwen, de belofte meerdere opdrachten in de nabije toekomst en naar België te rijden i.v.m. het bouwen van vele legerbarakken voor de Duitse Wehrmacht.
Als tegenprestatie werd mijn vader een riant salaris in het vooruitzicht gesteld. Voorwaarde van Dhr.v.G. was, een lidmaatschap van de N.S.B. Onder protest, dreigementen van Dhr.v.G en de druk van de armoede binnen het gezin is vader uiteindelijk gezwicht. Vader werd lid van de N.S.B. 21 februari 1941 onder voorwaarde, dat geen enkel lid thuis mocht komen, weigerde de speld te dragen en ging naar geen enkele vergadering. Lidmaatschap Technisch Gilde in Nederland augustus 1941. Beëindiging van beide lidmaatschappen op 8 mei 1942.
Tot aan de bevrijding, september 1944, onderhield hij zijn gezin met een betrekking aangeboden op 18 februari 1944, als ambtenaar belast met het opmaken van nieuwe distributiekaarten binnen de gemeente Heerlen en met steun van familieleden en buren waar de kinderen konden gaan eten.
Schuld en Boete:
23 september 1944 aangegeven door twee collega architecten, bij het Militair Gezag. Onder huisarrest geplaatst voor zes weken.
28 oktober 1944 aan huis gearresteerd op grond van lidmaatschap N.S.B. en overgebracht naar de kelders van het gemeentehuis. Enkele dagen later te voet naar het interneringskamp nr.214, als politiekgevangene onder nr 112/53.
Thuis werden moeder en kinderen door een overbuurman, “goed katholiek”en lid van de Ordedienst, op verbaal agressieve manier benaderd met de opmerking: “Deze familie met hun vijf kinderen, kunnen wat mij betreft rechtop verrekken!” Wat volgde voor mijn vader was een lange interneringsperiode van honger, vervuiling, isolement en vernederingen. Een te zware straf voor een apolitieke huisvader, die voor ”het brood” van zijn gezin korte periode lid was van de N.S.B.
25 augustus 1945 werd hij, als een gebroken jonge man en vader ( kwam thuis met zijn winterjas aan, die hij in oktober van de haak had gegrist ) in “vrijheid” gesteld…
De bevrijding hebben wij nooit kunnen vieren. Tot op zijn sterfbed is hij bezig geweest met zijn kampverleden.
De ellende die de kinderen ondervonden, zowel fysiek als verbaal, werd duidelijk op het moment, toen de oudste dochter ( 17 jaar ) bij haar lange haren over het schoolplein werd gesleept en uitgescholden voor vuile N.S.B.er, de jongste van vijf werd uitgescholden als “vies, vuil N.S.B. jong” etc.
Als jongste zoon geboren in 1948 kreeg ik, al de interneringstrauma’s, verhalen over de oorlog, zijn vernederingen, wie de “goede” en “foute” Nederlanders waren etc. met de paplepel ingegoten. Naar buiten toe moest er over gezwegen worden! Het familiegeheim was geboren!
Op jonge leeftijd begon ik al problemen te krijgen van vreselijke nachtmerries over de oorlog. Direct na de oorlog gingen wij vaak verhuizen ( vijf keer) eerst binnen de gemeente Heerlen en later daar buiten in dorpen. Altijd heb ik met de paranoïde gedachte, angst en schaamte geleefd dat ooit iemand op school, vriendenkring of vereniging mij zou vragen of ik de zoon was van mijn 'foute' vader.
In 1979 heeft vader mij ooit gevraagd of ik ooit problemen had gehad met betrekking tot zijn oorlogsverleden? Een keer in 1967 bij het solliciteren naar een overheidsfunctie werd mij gevraagd of er iemand uit de familie “fout” was geweest tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hier heb ik uiteraard ontkennend op geantwoord maar voelde mij van schaamte door de grond zakken.
Tijdens een verjaardag medio 80er jaren, na het overlijden van vader, heb ik geprobeerd het probleem bespreekbaar te maken. Bij de opmerking: “wij zijn toch allemaal 2de generatie N.S.B.ers” werd ik door mijn broers en zussen verbaal en zelfs fysiek bedreigd. Over dit onderwerp moest ik zwijgen, wat gebeurd was, was gebeurt en als ik niet mijn mond zou houden zou een broer van mij, me de hersens inslaan met een honkbalknuppel! !
Erkenning, begrip of een luisterend oor heb ik nooit gehad of gekregen.
Mijn eigen “zwaarte” uitte zich in de jaren ‘90 in een ernstige depressie. Het familiegeheim had mij in zijn greep.
De angsten, schaamte, kwaadheid, verwijten en loyaliteit naar vader toe liepen als een rode draad door mijn leven. Hoe zouden mijn schoonfamilie, schoonzoon, en schoondochter met hun families reageren als het uit zou komen, dat ik van een “foute”vader was?
Dankzij mijn echtgenote en hulp van de huisarts kwam ik mijn verhaal kwijt bij een psychiater, klinisch psycholoog en gestalttherapeut.
2006 las ik een krantenartikel over de Stichting Herkenning. Zielsgelukkig over zoveel herkenning en erkenning! Via internet ben ik materiaal gaan verzamelen en de site gaan lezen en herlezen. Wat een openbaring te weten dat ik niet alleen stond in mijn angsten, schaamte en schuldgevoel. Toch duurde het nog twee jaar, voordat ik naar buiten durfde te treden en mijn naam bekend kon maken via een mail naar de Stichting Herkenning om hulp te vragen bij het begeleiden en opvragen van het dossier van mijn vader.
April 2008, na mijn zestigste verjaardag, ben ik samen met mijn echtgenote Naar het Rijksarchief in Den Haag geweest. Ik spreek al mijn bewondering en respect uit naar de begeleiding, die ik hier heb gekregen.
Betreffende het contact in de mails vooraf, de uitnodiging, het vertrouwen, objectieve benadering en deskundige begeleiding! Het was alsof mijn vader over mijn schouder meekeek en zijn goedkeuring uitsprak.
Sinds die tijd heb ik mijn vader gerehabiliteerd en spreek tot nu toe met warmte en liefde over een goede, zorgzame vader. Voor het eerst durfde ik er met mijn kinderen over te spreken… Naar anderen toe, ben ik veel opener geworden en kan het onderwerp bepreekbaar maken.
Naar mijn familie toe heb ik niet meer de “arrogante” behoefte, hen voor te schrijven, wat zij mag voelen. Of ze nu wel of niet over het oorlogsverleden van mijn vader willen praten en het met elkaar willen delen is helemaal hun zaak. De verantwoordelijkheid ligt bij ieder van ons zelf.
Ik heb enkele familieleden ingelicht over het dossier van vader, wat ik in bezit heb.
Ik voel mij een heel stuk lichter en heb het afgelopen jaar veel overstegen. Met een grote bos rode rozen ben ik naar het graf van vader gegaan en kon voor het eerst de woorden uitspreken: “Lieve vader ik houd van je!” Ik ben een rijk mens geworden.
Tot slot een sprekend gedicht:
Heb geduld met alles wat onopgelost is in je hart en… probeer je vragen met liefde te bezien, als kamers die gesloten zijn of als boeken in een volslagen vreemde taal.
Zoek nog niet naar antwoorden. die kunnen je nog niet gegeven worden, omdat je niet in staat zou zijn ze te leven. En het gaat er om alles te leven. Leef nu de vragen Misschien zul je dan geleidelijk, zonder het te merken, jezelf ooit op een dag in het antwoord terugvinden.
Rainer Maria Rilke.
Brunssum 21 april 2009