Ook verschillende buren, die het ’s nachts niet meer vertrouwden om thuis te slapen kregen onderdak evenals een paar mensen die waren komen aanlopen, omdat zij niet meer naar huis konden. Jan Rombout, later een bekend Nijmeegs kunstenaar, die ook in de kelder sliep, verraste onze ouders op 5 december 1944 met een tekening van de situatie in de kelder. Tot in het kleinste detail heeft hij de situatie weergegeven. Er staan koffers klaar met de eerste levensbehoeften voor als we zouden moeten vluchten uit de kelder.
Mijn vader was dominee in Nijmegen en de tas met zijn toga staat op de voorgrond. Hij schreef op de muur een gezang: ‘k steun op U mijn toeverlaat… etc’. Toen mijn oudste zuster enkel jaren geleden nog eens in de kelder terugkeerde stond het lied nog op de muur. De jongste twee kinderen sliepen in bedjes, de anderen lagen allemaal op matrassen op de grond.
Op 11 oktober 1944 schrijft mijn moeder aan haar moeder: ‘We wonen sinds 17 september helemaal in de kelder, we sliepen er de eerste nacht met vijftien mensen. Mevr. van R. zat in een gemakkelijke stoel. Na een paar dagen kwam een Gronings meisje aanlopen en die is hier nu nog. Sinds een week slapen we met de familie Rombout erbij in de kelder. Er zijn nachten dat steeds de granaten over ons heen gieren en overal in de buurt inslaan en er vielen bommen in de straat. De kleintjes houden zich best, ze worden telkens even gelucht, maar zijn meest in de kelder’. Pas na de bevrijding van Arnhem en omgeving, in april 1945, kwam deze brief op de plaats van bestemming, De Steeg vlakbij Arnhem, aan.
De tekening van Jan Rombout hangt nog altijd bij ons aan de muur en is als afbeelding bijgevoegd aan dit verhaal.