Bevrijding van Eelderwolde

12-04-1945, Eelderwolde

Het naderende kanongebulder en de vlucht van onze buurman, General der Flieger en Oberbefehlshaber der Wehrmacht Friedrich Christiansen, en zijn staf uit het Elsburger Onland in de avond van 12 april 1945 gaven aan dat de bevrijding aanstaande was.

Story Archive

De volgende dag volgden de gebeurtenissen elkaar snel op. Eerst trok een Duitse soldaat met een kruiwagen vol dekens vanuit Eelde naar de stad Groningen. Hij probeerde tevergeefs bij mijn vader zijn last te ruilen voor een fiets. Daarna volgden drie karren getrokken door een span ossen van het vliegveld Eelde.

Tegen koffietijd kwamen er twintig Duitse militairen op motorfietsen uit Eelde en stopten voor ons huis om te pauzeren. Mijn moeder was bezig met het naaien van een Nederlandse vlag. Nieuwsgierig naar wat er gebeurde, sloeg zij haar naaiwerkje onder de arm en liep naar de straat. Pas achteraf besefte ze hoe dom ze was geweest om met die vlag naar buiten te gaan.

Kort daarna kwam een andere groep Duitsers aan strompelen. Enkelen hadden verband om hun hoofd en handen. Eén van hen vroeg mijn vader of hij naar het toilet mocht. Mijn vader had medelijden met hem en wees hem de WC. De man vertelde dat de geallieerden al aan de andere kant van het vliegveld waren. Na hun rustpauze strompelde de groep weer verder.

Tegen drieën gingen zes Duitse militairen op de fiets in de richting Eelde met Panzerfausten aan hun stuur. De mannen keken beangstigend grimmig.

Tegen vieren reden Duitse soldaten met paard-en-wagen in snelle draf richting de stad. Toen viel er een vreemde beklemmende stilte, zoals je die ervaart bij een zonsverduistering. Zelfs de koeien begonnen te loeien. Wij gingen in de schuur schuilen voor eventuele kogels en granaatscherven. We waren daar net, of we hoorden een zwaar ratelend geluid: tanks. Dat moesten wel de geallieerden zijn. Wij gingen terug naar de straat en zwaaiden. De bemanning zwaaide terug, maar gebaarden meteen dat we weg moesten gaan.

Een soldaat schreeuwde iets naar de achter hem rijdende tank. Die tank stopte en een soldaat legde met zijn karabijn aan op iets achter het huis van onze overbuurman. De soldaat schoot echter niet, maar liet zijn geweer weer zakken en de tank vervolgde zijn weg. Het ‘iets’ bleek de overbuurman zelf te zijn, die ons daarop uit verbouwereerdheid en opluchting aanspoorde om van zijn veldje tulpen bloemen te plukken voor de Canadezen. De tulpen werden door de tankbemanning graag in ontvangst genomen. Als dank kregen we kauwgum, chocola en zelfs een pakje thee. Toen zag de buurman plots handel en moest de bloemenhulde worden gestaakt.

Terwijl wij bij straat stonden en de vlag hadden gehesen, maakten mijn broers nog een paar angstige momenten door. Zij dachten dat het bij de bevrijding het veiligst was om in een diepe kuil te gaan liggen. Hun kuil lag helaas precies achter de gebouwen van het ‘Elsburger Onland’ waar Christiansen en zijn staf woonden. Toen de Canadezen deze gebouwen onder vuur namen, lagen zij precies in het schootsveld.