Aan het begin van de 17e eeuw pleegt de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) genocide op de Banda-eilanden in de Indonesische Archipel. De eeuwenoude samenleving van Banda wordt vernietigd en vervangen door een koloniaal systeem gebouwd op slavernij. Slechts een paar honderd Bandanezen weten te ontkomen. Zij zetten hun leven voort op eilanden in de regio.
Geografie
Banda is een kleine groep eilanden binnen de provincie Maluku (Molukken) in Indonesië. Het grootste eiland heet Banda Besar (ook wel: Lontor). Rondom Banda Besar liggen onder andere Banda Neira, Gunung Api (een vulkaan), Run, Ay en Hatta (oorspronkelijk: Sarangoeni; onder koloniaal bestuur: Rozengain). Hoewel de eilanden klein zijn, is het historisch belang van de Banda groot. Eeuwenlang zijn deze eilanden de enige plek ter wereld waar de muskaatboom groeit. Hierdoor heeft Banda een natuurlijk monopolie op de specerijen nootmuskaat (de noot van de vrucht) en foelie (het velletje van de noot).
Handel
Dit unieke monopolie maakt Banda een belangrijk onderdeel van een groot handelsnetwerk. Indonesische, Chinese, Indiase, Perzische, Turkse en Arabische handelaren trekken met hun schepen naar de eilanden. Via hen belanden de specerijen ook op Europese markten. Voor Banda zorgt de specerijenhandel niet alleen voor inkomsten, maar ook voor eten. Er groeit weinig voedsel op Banda, dus veel eten wordt van buiten gehaald. Dit maakt de vrije handel voor de Bandanezen letterlijk van levensbelang.
Samenleving
De handel heeft een grote invloed op de samenleving op de Banda-eilanden. Door de eeuwen heen blijven sommige buitenlandse handelaren op Banda wonen, waardoor een multiculturele samenleving ontstaat. In de 13e eeuw leren de Bandanezen van handelaren over de Islam, waarna dit geloof een belangrijk onderdeel wordt van de Bandanese cultuur. Het belang van de handel is ook terug te zien in de Bandenese staatsvorm. Hoewel Banda koningen heeft, ligt de macht bij de orang kaya (letterlijk: rijke mensen). De orang kaya zijn succesvolle handelaren met politieke macht over een deel van een eiland. Terwijl zij als bestuurders samenwerken, blijven zij als handelaren ook elkaars concurrenten. Ook de orang kaya hebben echter niet alle macht in handen. Belangrijke besluiten, zoals over handelscontracten, moeten eerst besproken worden in vergaderingen met dorpsbewoners.
Europese invasie
In 1512 arriveren Portugese zeevaarders bij de eilanden. In eerste instantie kopen zij hun specerijen gewoon in, net zoals handelaren al eeuwenlang doen. In 1529 proberen de Portugezen echter om de macht op Banda over te nemen. Hun poging om een fort te bouwen op Banda Neira wordt door de Bandanezen verijdeld, waarna ze van de eilanden worden verdreven. Directe handel tussen Portugal en Banda komt daarmee vrijwel volledig tot een eind.
In 1599 komen de eerste Nederlanders bij Banda aan, enige jaren later gevolgd door de Engelsen. Ook zij proberen met geweld de macht over te nemen. Opnieuw verzetten de Bandenezen zich tegen een Europese invasie. Ditmaal is hun verzet niet succesvol. Jaren van strijd eindigen uiteindelijk in genocide en de kolonisatie van de eilanden door de VOC.
Koloniaal bronmateriaal
Als gevolg van de genocide is er weinig fysiek Bandanees bronmateriaal overgeleverd. Wel bestaat er nog een rijke collectie van verhalen en liederen waarmee de geschiedenis van Banda wordt doorgegeven. Zover bekend bevat de collectie van het Nationaal Archief geen bronnen waarin de stemmen van Bandanezen zijn opgenomen. Wanneer archiefbronnen iets over Banda vertellen, gebeurt dat dan ook altijd vanuit een koloniaal perspectief. Hoewel deze bronnen nog steeds bruikbaar zijn om te leren over de geschiedenis van Banda, is het wel van belang om deze context altijd in het achterhoofd te houden.
De koloniale bezetting van Banda door de VOC begint met de aankomst van admiraal Verhoeff in 1609. Het is Verhoeffs missie om een alleenrecht op de handel in nootmuskaat af te dwingen. Ondersteund door een zwaarbewapende vloot, valt hij Banda Neira binnen. Daar begint hij met de bouw van een fort. De bevolking van Neira weigert aan zijn eisen toe te geven, maar is niet opgewassen tegen het leger van de VOC. Daarom voeren de orang kaya een tactische aanval uit. Ze laten Verhoeff in een hinderlaag lopen en brengen hem en een groot deel van de kapiteins en koopmannen om het leven. Ondanks het verlies van deze leiders, zet de VOC de invasie voort. Viceadmiraal Simon Jansz Hoen bezet Banda Neira, verwoest een groot aantal dorpen en blokkeert de voedseltoevoer naar Banda Besar. Gedwongen door bezetting en uithongering geven de orang kaya van Neira en Besar uiteindelijk hun verzet op. Onder dwang beloven ze de VOC een monopolie op hun nootmuskaat. Bovendien mag niemand meer naar of van Banda reizen zonder toestemming van de VOC. Zo wil de Compagnie in één klap de eeuwenoude handelscultuur van Banda de nek om te draaien.
Opdracht van de VOC aan Verhoeff:
De eylanden van Banda ende Molucos […] den principaelle wit is daer wij naer schieten. […] Daerom en connen wij niet niet gewisselijck daer op ordonneren, dan alleenelyck U.E op 't hoochste te recommanderen de eylanden, daer de nagelen, noten ende foelie groeyen, deselve soeckende met tractaet ofte met geweld aen de Comp. te verbinden. […] Oock op elck land een kleyne fortresse naer gelegent op maeckende, ende met eenich volk besettende.
Hertaling:
De eilanden van Banda en de Molukken zijn ons belangrijkste doelwit. Wij kunnen u geen specifieke instructies geven, behalve dat wij u op het hart drukken om alles op alles te zetten bij de eilanden waar kruidnagels, nootmuskaat en foelie groeien. Probeer deze eilanden door middel van verdragen of met geweld aan de Compagnie te binden. Bouw bovendien op elk eiland een klein fort en bezet dit met een garnizoen soldaten.
Ontvolking van Ay
Na de onderwerping van Neira en Besar, verwacht de VOC dat de orang kaya op de andere eilanden ook alleen nog maar met de Compagnie zullen handelen. Maar zij hebben daar geen reden toe. De VOC accepteert dit niet. In 1615 valt gouverneur-generaal Gerard Reynst de eilanden Run en Ay aan, maar deze aanval wordt met Engelse hulp afgeslagen. Een jaar later neemt admiraal Jan Dirckszoon Lam Ay alsnog in. Vrijwel de hele bevolking van het eiland wordt bij deze aanval vermoord of slaat op de vlucht. Honderden vluchtelingen verdrinken, wanneer hun boten omslaan in de wilde zee. Vervolgens rooft de VOC mensen uit Siau in Sulawesi en dwingt hen om noten te plukken. Maar de tot slaaf gemaakte Siauers verzetten zich. Bovendien weten zij weinig van de nootmuskaatteelt. Hierdoor faalt de kolonisatie van Ay. Desondanks zal deze koloniale tactiek – een land ontvolken en exploiteren met tot slaaf gemaakte mensen – nog vaker door de VOC gebruikt worden, ook op Banda.
Strijd voor voortbestaan
Na de onderwerping van Neira en Besar en de ontvolking van Ay, gaat de strijd door. Veel van de orang kaya hebben zich vanaf het begin verzet tegen het gedwongen monopolie. Zij blijven handelen met wie ze zelf willen. Vooral met de Engelsen wordt veel gehandeld, omdat zij zich niets aantrekken van de Nederlandse bezetting. Het voortzetten van de handel is een daad van verzet, maar ook een pure noodzaak. Zonder vrije handel kan Banda niet overleven. Voor de VOC is het verzet een aanleiding om de eilanden volledig te koloniseren. Hiervoor zet de VOC de inwoners van Banda tegen elkaar op. Deze ‘verdeel-en-heersstrategie’ is typisch voor kolonisators. Deels maakt de VOC hiervoor gebruik van bestaande conflicten op de eilanden. De grootste conflicten veroorzaakt de VOC echter zelf door vrijheid te beloven aan Bandanezen die hun landgenoten helpen onderwerpen. Zo dwingt de VOC de Bandanezen te kiezen tussen zogenaamde ‘vrijwillige’ onderdanigheid of gewelddadig verzet met mogelijke uitroeiing tot gevolg.
In 1617 wijst de VOC Jan Pieterszoon Coen aan als nieuwe gouverneur-generaal. Coen gelooft niet in vreedzame handel. Hij is een uitgesproken voorstander van kolonisatie, afpersing en gedwongen arbeid. Lang voordat hij gouverneur-generaal wordt, beraamt hij al plannen voor de onderwerping van Banda. Velen binnen de VOC delen zijn kijk op de wereld, al bekritiseren sommige tijdsgenoten zijn bloeddorstigheid. In 1619 verwoest hij de stad Jacarta en sticht hij de vestiging Batavia op de ruïnes. Daarna richt hij zijn pijlen op Banda.
Coens plan voor Banda:
Hierby souden meerder garnisoen. ende licht vaertuych […] moeten hebben, ende daermede moesten de Bandaneesen van der zee ende hun den toevoer van vivres onthouden. Deese middelen sijn wel byeen te brengen, maer ofte de Bandaneesen daermede gedwongen souden warden, sonde noch te hesien staen. […] D’andre remedie is vehementer ende is, dat men onse vyanden de Bandaneesen gheheel t’onder brenge ende met waepenen straffe, doch niet tierannichlijck, maer eenighe wel rigoreuselijek.
Hertaling:
Hiervoor zouden we meerdere garnizoenen en lichte vaartuigen […] moeten inzetten om daarmee de Bandanese toevoer van levensmiddelen via zee te blokkeren. Dit zou wel te organiseren moeten zijn, maar of de Bandanezen hiermee gedwongen kunnen worden valt nog te bezien. […] De andere oplossing is krachtiger en houdt in dat wij onze vijanden de Bandanezen in het geheel ten onder brengen en met wapenen straffen, niet tiranniek, maar wel rigoureus.
Moord op de orang kaya
In 1621 zet Coen de laatste fase van de genocide in werking. Op 24 april besluit Coens scheepsraad dat alle inwoners van Banda Besar afgevoerd moeten worden. Huizen, schepen en waardevolle spullen moeten worden verbrand. VOC-soldaten trekken vervolgens in een vernietigingstocht over het eiland. Honderden Bandanezen worden gevangen genomen en tot slaaf gemaakt. 47 orang kaya worden apart genomen. Zij worden beschuldigd van verraad, omdat ze weigeren hun eigen mensen aan de Nederlanders uit te leveren. Tijdens een schijnproces met martelingen komen 3 orang kaya om het leven. De andere 44 worden op vreselijke wijze geëxecuteerd.
Besluit tot ontvolking Banda Besar:
Waer op by de voorn. raetspersonen gelet wesende, ende hunluijder advijse affgeeyst synde, hebben eenstemmelyck geadviseert, datmen de van Slamma Waijer en Ouwendender soo wel als die van Lontor ende haer consoorten laesen met wil off met gewelt vant lant te crygen ende vervoeren daert ded hun Generael gekent sal.
Hertaling:
Hierop hebben de raadsleden, na nagedacht te hebben en hun advies te hebben gegeven, unaniem geadviseerd dat men de mensen van Selamon, Wayer en Oudendender, alsmede die van Lontor en hun medestanders, met wil of met geweld het land uit moet drijven en moet vervoeren naar de plaats die de heer generaal zal aangeven.
Vermoord, verjaagd en tot slaaf gemaakt
Na de moord op de orang kaya, wordt de ontvolking van Besar voorgezet. De meeste inwoners zijn inmiddels naar de bergen gevlucht en zetten daar hun verzet door. De VOC besluit hen uit te hongeren en bezet alle toegangswegen en de zee. Vrijwel alle vluchtelingen sterven in de weken daarop door honger, kou, ziekte of zelfdoding. Slechts een paar honderd Bandanezen weten Besar te ontsnappen. De andere overlevenden worden door de VOC tot slaaf gemaakt. Vervolgens wordt ook Banda Hatta ontvolkt en de bevolking tot slaaf gemaakt. Uiteindelijk wordt vrijwel de hele bevolking van Banda door de VOC vermoord, verjaagd of tot slaaf gemaakt. Van de tot wel 15.000 oorspronkelijke bewoners blijven er nog maar zo’n 1000 op de eilanden over.
Besluit tot uithongering Banda Besar:
We verstaen dat de vijandt drie dubbelde beschansinge boven de anderen heeft, dat de rug van geberchte small ende t'water vers vander handt is, soo dat met gewelt van daer niet wel te crijgen zijn, Waer over door honger van daer ende vant Landt verdreven sullen moeten worden.
Hertaling:
Het is duidelijk dat de vijand drie verdedigingswerken boven elkaar heeft. De rug van het gebergte is smal en het water ligt ver weg, waardoor het moeilijk is om het met geweld te veroveren. Daarom zullen ze met honger gedwongen moeten worden om daar en uit het land te vertrekken.
Na de genocide koloniseert de VOC de Banda-eilanden. Zij geeft het land weg aan ex-werknemers en hun nakomelingen, maar deze kolonisten bewerken het land niet zelf. Daarvoor worden duizenden mensen gekocht of geroofd en tot slaaf gemaakt. Hieronder zijn ook oorspronkelijke bewoners van de eilanden, die gedwongen worden om hun kennis over de nootmuskaatteelt over te dragen aan hun bezetters.
Diaspora’s
In zijn brieven claimt Coen trots dat vrijwel niemand aan zijn slachtpartij heeft weten te ontsnappen. Dat is niet waar. In totaal weten zo’n 1700 Bandanezen voor of tijdens de genocide te ontkomen. Zij vormen diaspora’s op eilanden in de regio, zoals de Kei-eilanden. De vluchtelingen die in de aanloop naar de genocide migreren, nemen waardevolle culturele objecten met zich mee. Hieronder bevinden zich de Buka Tembaga (koperen boeken), waarin duizend jaar Bandanese geschiedenis staat geschreven. Zo weten zij hun erfgoed te beschermen van totale vernietiging door de Nederlanders. Sindsdien worden de taal, geschiedenis en cultuur van Banda in deze diaspora’s van generatie op generatie doorgegeven. Eén voorbeeld hiervan is de Wanar dans met het bijbehorende lied Onotan Syarawandan (lied van verdriet). Deze dans vertelt de geschiedenis van Banda en de vlucht voor de genocide en wordt al generaties lang opgevoerd.
Monument
In 2003 plaatst de historicus en activist Des Alwi een monument op Banda Besar ter nagedachtenis aan de genocide. Op dit monument staan de namen van de 47 orang kaya die in 1621 zijn vermoord. Voor het verzamelen van deze namen maakt Alwi gebruik van archiefmateriaal en van de lokale orale geschiedenis. Hoewel er in de Nederlandse geschiedschrijving weinig aandacht is voor de slachtoffers van de genocide, worden de namen van de verzetsleiders door hun nabestaanden eeuwenlang bewaard.
In 1623 wordt Coen als held in de Republiek ontvangen. De Heren Zeventien (het bestuur van de VOC) zijn kritisch op de moord op de orang kaya. Maar ze zijn bovenal tevreden met het monopolie op de handel in nootmuskaat. Dat hiervoor een hele beschaving is vernietigd, maakt voor de VOC niet uit. Deze acceptatie van excessief geweld komt voor uit het koloniale wereldbeeld van de VOC.
Structureel geweld
Wanneer de VOC in 1602 wordt opgericht, krijgt ze de opdracht om handel te drijven in Azië. Maar de lange handelsreizen zijn duur, gevaarlijk en onzeker. Wanneer de handel daardoor niet genoeg oplevert, gebruikt de VOC geweld en onderdrukking om meer winst te maken. Structureel en grootschalig gebruik van geweld wordt zo een handelsmerk van de VOC. Dit komt terug in de missies van Verhoeff en Coen; zij moeten koste wat het kost het monopolie op nootmuskaat verkrijgen. Geweld hoeft daarbij nadrukkelijk niet geschuwd te worden. De genocide op Banda is dus typerend voor het handelen van de Compagnie.
Xenofobie en islamofobie
Het koloniale geweld van de VOC wordt dus gedreven door geldzucht. Maar ook xenofobie en islamofobie spelen een rol. In het wereldbeeld van de VOC zijn Bandanezen en andere Aziaten minderwaardig. Ze worden gezien als ‘onbetrouwbaar’ en ‘kwaadaardig’. Dit blijkt ook uit de archieven van de VOC. Zo worden de orang kaya die door Coen worden vermoord in hun vonnis omschreven als ‘aangeboren kwaadaardig’. Met deze ontmenselijking wordt het gebruik van excessief geweld goed gepraat. Dit blijkt ook tijdens de genocide op Banda. Tijdens de verwoesting van Besar worden ook een aantal Engelsen en Chinezen gevangen genomen. De Chinezen worden bruut vermoord. De Engelsen worden mishandeld maar gespaard.
Islamofobie in het vonnis van de orang kaya:
Dat voorts uijt alle de voorn. gevangenen doen ende handel niet anders bespeurt in als haer proceduren gestreckt te hebben, vol hare aengeboorene boosheijt, tot bedroch, verraet, ende wat meer tot vernielinge van menschelyckebeloften ende menschen selve, soude kunnen verdacht worden.
Hertaling:
Wat betreft alle bovengenoemde gevangenen: het is duidelijk dat zij, gedreven door hun aangeboren kwaadaardigheid, niets anders hebben gedaan dan zich schuldig maken aan bedrog, verraad en allerlei zaken die schadelijk zijn voor het vertrouwen tussen mensen en voor mensen zelf.
Schuld afschuiven
In het koloniale wereldbeeld van de VOC is geweld dus acceptabel of zelfs wenselijk. Maar de VOC ziet zichzelf niet als een wetteloze roversbende. Daarom zoekt ze altijd naar een manier om haar geweld te rechtvaardigen. Voor de genocide geeft de VOC Banda zelf de schuld. Het feit dat Banda zich verzet tegen uitbuiting door de VOC, maakt geweld volgens de Compagnie ‘noodzakelijk’. Ook in deze rechtvaardiging komt het koloniale wereldbeeld van de VOC duidelijk naar voren.
Doorwerking
Lange tijd is er in Nederland weinig kritiek op de handelswijze van de VOC. Geschiedschrijvers delen het koloniale wereldbeeld van de VOC en zien het gebruik van geweld als verantwoord, ook wanneer ze kritisch zijn op de omvang van het geweld. Tegenwoordig wordt koloniaal geweld steeds vaker erkend als misdaad tegen de menselijkheid. Koloniaal gedachtengoed blijft het denken over de genocide op Banda echter tot op de dag van vandaag beïnvloeden.
Onderstaande gegevens zijn nodig om de archiefstukken op te vragen in het Nationaal Archief. Gedigitaliseerde stukken kunnen in hoge kwaliteit gedownload worden.
Portugese kaart van Banda (1601)
Verzameling buitenlandse kaarten Leupe, supplement, 1621-1813 (1925)
4.VELH, inventarisnummer 245A
Tekening van Banda Neira (1665)
Verzameling buitenlandse kaarten Leupe, supplement, 1621-1813 (1925)
4.VELH, inventarisnummer 619.114
Opdracht Verhoeff (1608)
Archief van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), 1602-1795 (1811)
1.04.02, inventarisnummer 479, scan 1-2
Coens plan voor de onderwerping van Banda (1614)
Archief van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), 1602-1795 (1811)
1.04.02, inventarisnummer 4788, scan 18
Besluit tot ontvolking Banda Besar (1621)
Archief van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), 1602-1795 (1811)
1.04.02, inventarisnummer 1073, scan 114
Besluit tot uithongering Banda Besar (1621)
Archief van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), 1602-1795 (1811)
1.04.02, inventarisnummer 1073, scan 36
Vonnis van de orang kaya (1621)
Archief van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), 1602-1795 (1811)
1.04.02, inventarisnummer 1074, scan 408
Literatuur
Marjolein van Pagee - Banda: De Genocide van Jan Pieterszoon Coen
Jurrien van Goor - Jan Pieterszoon Coen (1587-1629): koopman-koning in Azië